*

 

'Van mij werd gezegd: Albert Heijn, kruidenier. Iedereen moest lachen'

PETER VAN LAKERVELD − 31/01/97, 00:00

recensie J. L. de Jager: Albert Heijn, de memoires van een optimist. De Prom, Baarn; 247 blz. - ¿ 24,98.

Heijn is trots op zijn vak. “Wat is er mis met iemand die een gedegen stuk werk levert en daardoor zorgt dat mensen en steeds lager percentage van hun inkomen aan levensmiddelen hoeven te besteden.” Ontwikkelingseconomen noemen het volgens hem noodzakelijk dat de wereldvoedselproductie omhoog gaat. Terwijl gebrek aan voedsel grotendeels een distributieprobleem is. Maar de rol van de handel en de winkelier wordt onderschat.

Op de kruidenier is altijd een beetje neergekeken. Heijn beschouwde het daarom als een van zijn grootste triomfen dat hij in 1978 werd gekozen tot voorzitter van de Raad voor het filiaal- en grootwinkelbedrijf. Voor het eerst een kruidenier op een voorzittersstoel, die tot dan toe was voorbehouden aan directeuren van warenhuizen als V & D en de Bijenkorf. De oud Ahold-president doet zijn ontboezemingen in 'Albert Heijn, de memoires van een optimist.' Het is geschreven in de ik-vorm maar in feite uit de mond van Heijn opgetekend door J. L. de Jager, die in 1995 al een bedrijfsgeschiedenis over Ahold publiceerde.

Boeken over ondernemers plegen vaak jubelend van toon en inhoud te zijn. Wat werd weggelaten is dan belangrijker dan wat er wel in staat. In deze biografie valt dat mee. Heijn gaat pijnlijke gebeurtenissen niet uit de weg. Vrij uitvoerig vertelt hij over de moeilijke relatie met zijn dertig jaar oudere oom Gerrit Heijn, die niet was weg te branden uit het concern. Hij hekelt de organisatie-adviseur Horringa, die eind jaren zeventig 'met slijmen en stoken' in de raad van bestuur “een werkelijk afschuwelijke sfeer wist te creëren”.

Heijn is kritisch over sommige collega's. Opvolger Everaert “paste niet helemaal binnen de traditie van eenvoud en directheid bij Ahold” en liet bij etentjes wijnen van honderd gulden aanrukken. Everaert vertrok trouwens al na drie jaar naar Philips, waar hij intussen al weer weg is. Een nieuwtje is dat de verkoop van het resterende belang van 6,8 procent van de familie Heijn in het aandelenkapitaal van Ahold, wrijvingen veroorzaakte met de raad van bestuur. Ab Heijn was daar toen al vertrokken. De huidige topman Van der Hoeven voelde zich gepasseerd toen een van de neven Heijn (een beleggingsdeskundige) met het voorstel kwam de aandelen te verkopen.

Ab Heijn is openhartig over zijn vier huwelijken. Van zijn eerste vrouw, die naar zijn zeggen depressief was en te veel dronk, scheidde hij, de tweede pleegde zelfmoord nadat de relatie op de klippen was gelopen, de derde stierf aan kanker en met zijn vierde vrouw woont Heijn nu op een Engels kasteel.

Niet allemaal rozegeur dus. Waar nog bij kwam de moord op zijn broer Gerrit Jan. Over de feiten zegt Heijn niet meer dan wat in de kranten heeft gestaan. Maar in een nabeschouwing toont hij iets van zijn gevoelens. Hij laat blijken hoe eenzaam hij was na het verlies van zijn broer. Terwijl het gezin van Gerrit Jan werd bedolven onder medeleven zei bijna niemand: “Gut Ab, voor jou moet het ook erg zijn.” Terwijl Gerrit Jan zijn beste vriend was en zijn beste collega.

De eerste publicatie van De Jager, 'Arm en rijk kunnen bij mij hun inkopen doen' is uitvoeriger over de geschiedenis van het concern. Het is honderd pagina's dikker en de economisch-historisch geïnteresseerde haalt er meer uit dan uit de biografie. Menigmaal lijkt het erop alsof 'Arm en Rijk' open op tafel lag bij de gesprekken tussen Heijn en De Jager. Toch, juist de persoonlijke kritiek van Heijn maakt de biografie weer interessanter. De biografie wordt alleen ontsierd door een naschrift waarin De Jager beschrijft hoe gezellig het was op het Engelse kasteel.

Ab Heijn heeft een stimulerende rol gespeeld bij de omschakeling van kleinere winkels naar supermarkten. Maar wat verder zijn bijdrage is geweest aan de grote successen van Ahold, wordt niet helemaal duidelijk. Misschien onthult Heijn er iets van als hij schrijft over de polio die als als 17-jarige opliep en hem enigzins gehandicapt maakte. Was hij voordien alleen in sport geïnteresseerd “door de ziekte kreeg ik belangstelling voor andere dingen en ontwikkelde zich de ambitie om echt iets van mijn leven te maken. Tegelijk veranderde mijn omgang met mensen. Ik werd op jonge leeftijd voor menigeen een biechtvader, klaagmuur of vraagbaak en dat is altijd zo gebleven.”

Albert Heijn is ontkomen aan het valluik van de derde generatie in het familiebedrijf. De oprichter is pionier, de zoons breiden het bedrijf uit en de kleinkinderen maken het geld op. Heijn daarentegen werkte hard aan de bloei van Ahold.

mailIcon print |