*

 

Verlakkers aan het werk in 'De kussenjongen van hofdame Onogoro'

HUGO POS − 19/05/95, 00:00

recensie Alison Fell (samenstelling): De kussenjongen van hofdame Onogoro. Uit het Engels vertaald door Tineke Davids. Van Gennep, Amsterdam; 253 blz. - ¿ 39,90.

Deze indruk berust niet zozeer hierop dat de naam van de schrijfster mij tot op heden onbekend was, als wel op de stijl en de volstrekt onnodige onbeschaamdheid van het verhaal, die aan porno doet denken, al wordt het dan op quasi-elegante wijze opgediend en opgesierd met talloze oosters aandoende gedichten.

Op uiterst geraffineerde wijze is aangeleund tegen het authentieke 'Pillow Book of Sei Shonagon', dat in de Nederlandse uitgave de titel 'Dagboek' kreeg. In dat dagboek, dat meer een uitgebreid notitieboek is, schreef de Japanse hofdame Sei Shonagon op vrijmoedige wijze over de verschilende erotische escapades die zich aan het keizerlijke hof voordeden, maar dan wel op een manier die een grote en oorspronkelijke literaire begaafdheid verried.

Uit diezelfde periode stamt het hoogtepunt van de klassieke Japanse literatuur, de 'Genje Monogari' van de hofdame Murasaki Shikibu, een roman over de Prins van het licht, romantiek en melancholie, die wel de eerste psychologische roman ter wereld is genoemd. Beide boeken worden telkens weer vertaald of in modern Japans overgebracht.

Begeef ik me niet op glad ijs door een uit de vergetelheid opgedoekt geschrift van namaak en porno te beschuldigen? Het is altijd mogelijk, maar ik vermoed van niet. Fragmenten van het boek zouden al in de Kamakura-periode (1185-1333) zijn ontdekt, wordt ons in de inleiding door Geoffrey Montague-Pollock van St. Antony's College (Oxford) meegedeeld. Hoe is het dan mogelijk dat er eerst nu een zo uitgebreide versie daarvan wordt uitgegeven en waarom dan in Engeland en niet in Japan?

En dan laat ik de gesuggereerde antwoorden op de vraag wie de eigenlijke schrijver/schrijfster van het boek geweest mag zijn, nog maar even terzijde, want die roepen meer twijfels op dan dat ze de lezer geruststellen. Of heeft misschien de geleerde inleider - aangenomen dat hij een werkelijk bestaande figuur is - met de discreet geopperde these “dat het werk wel eens een opzettelijke parodie op de overheersende vrouwelijke genres van de Heian-periode zou kunnen zijn” de lezer een vingerwijzing in die richting willen geven?

Waarom dit boek zo nodig vertaald moest worden, is mij een raadsel. Lezers die de eerder door mij genoemde boeken niet kennen, krijgen een totaal verkeerd beeld van de literatuur uit de Heian-periode, waarin een zeer verfijnde hofcultuur bloeide, die de glorie van Versailles in de schaduw stelt. De vrijmoedigheid van Sei Shonagon is ontwapenend, ze beschikte over een grote dosis humor en een scherp waarnemingsvermogen van de menselijke natuur.

Als het de schrijver/schrijfster van 'De kussenjongen van hofdame Onogoro' erom te doen was een aanstekelijk erotisch verhaal op de macht te brengen, dat niet meteen het etiket porno opgeplakt zou krijgen, dan is het hem/haar wel gelukt. De hofdame Onogoro laat een blinde staljongen met een overvloed van opwindende verhalen achter een kamerscherm zich verbergen om haar minnaar, een wat oudere generaal, te prikkelen. De keizer op zijn beurt laat het oog vallen op de jonge maagd Akido, die een kooi vol kanaries in haar slaapvertrek heeft staan. Terwijl ze slaapt steekt de hitsige keizer zijn lid in de kooi en komt tussen de wapperende vleugeltjes van de vogels klaar. Dat is dan nog maar pas het begin. Het gaat later heel wat heter toe.

mailIcon print |