*

 

Lucille Ball verlost de huisvrouw van haar chagrijnig echtgenoot

HANS VELDMAN − 31/01/97, 00:00

recensie Lucille Ball: Love Lucy. Putnam, New York; 286 blz. - ¿ 50,50. Voor de meeste Amerikanen was de derde week van januari 1952 zeer enerverend. De Republikein Dwight Eisenhower was als president geïnaugureerd en Lucille Ball had het leven geschonken aan een zoon. Dat beide gebeurtenissen zeer hoge kijkcijfers scoorden was niet verwonderlijk. Met de toenemende ontwikkeling van de 'suburbs' en de hieraan verwante unanimiteit, leek er geen onderscheid te bestaan tussen wat er in het werkelijke leven gebeurde en wat op televisie te zien was.

Middels de lachshow, 'I love Lucy', hadden de kijkers de ontwikkelingen rond Lucille's zwangerschap op de voet gevolgd en haar bevalling gold als bewijs dat de 'show' net zo echt was als de presidentiële eed van Eisenhower.

Zowel Eisenhower als Ball symboliseerden de tijdgeest die aan de stabiele jaren vijftig is toegeschreven. Eisenhowers presidentschap werd gekenmerkt door een consolidering van de sociale veranderingen die onder de Democratische Presidenten Franklin Delano Roosevelt en Harry S. Truman hadden plaatsgevonden en 'I Love Lucy' vertegenwoordigde een opvatting waarin de rolpatronen voor de beide seksen vastomlijnd waren.

Toch strookte het vooral in 'soaps' en 'sitcoms' uitgedragen stabiele beeld van een gelukkige gezin in een harmonieuze tijd niet helemaal met de werkelijkheid. 'Peyton Place', de harde roman van Grace Metalious over stand, klasse en sociale normen en zeden in een klein stadje, gaf waarschijnlijk een meer herkenbaar beeld van het leven dan alle hoera-verhalen in de vrouwenbladen.

Een van die bladen, 'McCall', scoorde in 1956 niet voor niets een onverwachte bestseller met een verhaal over 'The Mother That Ran Away'. En, zoals Lucille Ball in haar in 1963 geschreven, maar vorig jaar pas gepubliceerde autobiografie opmerkte, “gold haar show voor veel vrouwen als een ontsnapping van de dagelijkse werkelijkheid waarin een dominante chagrijnige echtgenoot met zweetsokken de sfeer in huis verziekte”.

'Love Lucy' is een autobiografie die niets van doen heeft met Balls lacherige imago. Behalve dat het boek een goed beeld geeft van Hollywood in de jaren vijftig, bevat het een niet gering aantal passages over de snelle veranderingen die de televisie onderging. Serieprogramma's werden in die tijd altijd tegen een vast studiodecor en op vaste tijden 'live' uitgezonden. Hoewel zij er uiterst bescheiden over deed, waren de makers van 'I Love Lucy' er voor verantwoordelijk dat deze wijze van opnemen drastisch werd veranderd. In 1951 besloot men de serie in Hollywood zelf op te nemen waardoor, vanwege het mooie weer, op verschillende locaties gefilmd kon worden. Hierdoor veranderden de stijlconventies van de televisie geheel. Eenheid van tijd, plaats en handeling verdwenen en het typische, verbrokkelde tijdsverloop van de film deed zijn intrede.

In 'Love Lucy' schrijft Lucille Ball haar successen toe aan haar echtgenoot Desi Arnaz. De Cubaanse bandleider en tegenspeler in de lachshow, had weliswaar de regie van haar carrière geheel in handen, maar kon niet voorzien dat zijn vrouw zo'n prominente plaats zou innemen in de populaire cultuur van de jaren vijftig.

Uit respect voor haar echtgenoot heeft Lucille gedurende haar leven nimmer overwogen haar autobiografie te publiceren. Zelfs haar dochter, die het manuscript aantrof in het huis van haar in 1993 overleden moeder, twijfelde of zij het voor publicatie moest aanbieden. “Ma en Pa hielden van een happy ending” en uit het manuscript is duidelijk op te maken dat het huwelijk tussen de twee niet zo idyllisch was als zij in 'I Love Lucy' deden geloven. De publicatie van de autobiografie bewijst hoe populair Lucille Ball nog steeds is. 'Love Lucy' staat reeds een jaar in de Amerikaanse bestsellerlijst.

Behalve dat 'Love Lucy' een verhelderende, weinig romantische weergave van de levensloop van de comédienne bevat, maken haar beschrijvingen van het gedoe rond de shows de meeste indruk. Haarfijn maakt zij duidelijk dat de eerste televisieprogramma's stijf stonden van de sponsoring. Terwijl de fabrikant van het sigarettenmerk Camel de populaire serie, 'Man Against Crime', financierde, werd 'I Love Lucy' door Phillip Morris gesponsord.

De sigarettenfabrikanten stelden zeer gedetailleerde eisen over de in beeld gebrachte sigarettenconsumptie. Minder sympathieke personen moesten sigaren roken en mochten beslist niet met een sigaret in beeld komen. 'I Love Lucy' diende vooraf aangekondigd te worden met de mededeling dat diep inhaleren van de milde Philip Morris een prettig gevoel gaf. De invloed van het bedrijfsleven op het dagelijks leven werd in de jaren vijftig nog niet bekritiseerd en symboliseerde een cultuur waarin alles verdacht werd wat niet tot het poltieke midden gerekend kon worden.

De vergeefse aanval van communistenjager McCarthy in 1953 op Lucille Ball kan weliswaar opgevat worden als een bewijs dat haar show niet tot dat politieke midden werd gerekend, maar Ball zelf had aan dit soort overwegingen geen boodschap. In haar autobiografie maakt zij duidelijk dat zij doodsbang was voor McCarthy en het aan haar populariteit op televisie te danken had dat de communistenjager het onderzoek naar haar niet voortzette. Veel van haar minder bekende Hollywood-collega's was een slechter lot beschoren.

mailIcon print |