*

 

Het is vol en grappig in Patty's diergaarde

PETER DE BOER − 05/01/96, 00:00

recensie Patty Scholten: Het dagjesdier, Atlas, Amsterdam; 48 blz.- ¿29,90.

Van de olifant heet het: 'Hij stapt behoedzaam en ziet grijs van zorgen dat hij geen muis of mier of mens vertrapt'. De giraffe, 'die deinende moskee', krijgt in verband met zijn onmogelijke lengte een troostrijk woordje mee: 'Een dier dat niet kan kruipen en nooit schuilt, in ruil daarvoor het hoogste blad mag proeven'. De lezer - het dier dat mens heet - krijgt in deze sonnetten menigmaal een spiegel voorgehouden; dat behoort nu eenmaal tot de eeuwenoude traditie van het dierengedicht. Het verschil tussen een panterpaartje in hun tot kattebak teruggebrachte jungle en de gekooidheid van de bezoekers is minder groot dan het lijkt: 'Wij knarsen onze tanden stuk op 't gaas van maatschappij en huwelijk, een baas'. Voor die bezoekers, dat zijn wij dus eigenlijk allemaal, heeft Scholten in haar berijmde diergaarde een eigen hok gereserveerd, het gedicht 'De dagjesmens' namelijk. 'De dieren zijn door ons hier opgesloten. Nu komen we eens kijken hoe het gaat als evolutiehelden op twee poten. Ik maak me los van het gedrang, gepraat, probeer vergeefs mijn ruimte te vergroten terwijl bewustzijn me met schaamte slaat'. Het Nederlandse 'light verse' gaat, mede dankzij de komst van deze Patty Scholten, een goede toekomst tegemoet. Peter de Boer

mailIcon print |