*

 

Veroordeeld als ketter, vereerd als heilige

JAN DIRK SNEL − 03/03/95, 00:00

recensie J. van Herwaarden (red.): Joan of Arc - Reality and myth. Verloren, Hilversum; 127 blz. ¿ 25.

Het was de tijd van de Honderdjarige Oorlog, die 116 jaar zou gaan duren, van 1337 tot 1453. De strijd ging tussen Engeland en Frankrijk, pleegt men te zeggen. Het ging vooral om de rivaliteit tussen vorstenhuizen, waarbij de bondgenootschappen met diverse adellijke families nog wel eens wisselden.

Na de slag bij Agincourt (1415) zag het er slecht uit voor de Fransen. Het hele noorden van Frankrijk, inclusief Parijs, was in handen gevallen van de Engelsen en hun bondgenoten, de Bourgondiërs. De dauphin, de Franse troonopvolger Karel VII, kon na de dood van zijn vader in 1422 niet gekoond worden in Reims, omdat de stad in het bezette gebied lag. Maar hij werd gered door het zeventienjarige meisje uit Domremy.

In februari 1429 reisde Jeanne d'Arcnaar het Loiregebied, waar ze een onderhoud met de kroonprins wist te verkrijgen. Hij geloofde haar. Voortaan liet hij zich leiden door wat de stemmen aan Jeanne d'Arc vertelden. Gehuld in volle wapenrusting, voorzien van zwaard en banier, vocht ze te paard mee in het leger, al gaf ze waarschijnlijk geen bevelen. Jeanne d'Arc was de levende mascotte.

Op 8 mei 1429 werd het door de Engelsen belegerde Orléans ontzet. Daarna volgde een hele reeks steden langs de Loire. Vervolgens voerde Jeanne d'Arc de dauphin door vijandelijk gebied naar Reims, waar hij gekroond en gezalfd werd. Een aanval op Parijs in september mislukte echter. Haar invloed nam af. In mei 1430 werd ze bij Compiègne gevangen genomen. Overgeleverd aan de Engelsen, werd Jeanne een jaar later door een kerkelijke rechtbank veroordeeld. Op woensdag 30 mei 1431 stierf ze in Rouen op de brandstapel.

De feiten zijn relatief gemakkelijk vast te stellen, zegt Jan van Herwaarden. De vraag is: wat betekenen ze? Al tijdens haar eerste optreden schreven theologen, onder wie de beroemde Jean Gerson, verhandelingen pro en contra la Pucelle. Bij de verhoren kwam soms de hele Noordfranse intellectuele top opdagen.

Eeuwenlang hebben geleerden en literatoren, merendeels mannen, zich laten fascineren door de maagd uit Domremy. De laatste eeuw laten ook vrouwen zich in toenemende mate horen. In 1981 schreef de feministe Marina Warner de biografie 'Joan of Arc: The Image of Female Heroism'. In haar bijdrage aan deze bundel schrijft ze over de vermeende tovenarij waar de Maagd van Orléans wel van werd beschuldigd, maar niet voor werd veroordeeld - het echte heksenjagen is meer iets voor modernere tijden -, en over haar gehechtheid aan mannelijke kledij, die wel in de gronden voor het vonnis werd vermeld.

De bundel is de weerslag van een congres, gehouden ter gelegenheid van Warners afscheid als gasthoogleraar in Rotterdam, maar de andere drie, mannelijke auteurs lijken Warners ideeën niet zo serieus te nemen; ze negeren ze voornamelijk. Jan van Herwaarden betoogt, dat het bij Jeanne's veroordeling voornamelijk draaide om de (eeuwige) vraag, aan wiens kant God stond in de oorlog. Iemand die wonderen voor de vijand verrichtte, moest wel een ketter, een werktuig van de duivel zijn.

Dick Berents schrijft over de oplichtster Claude des Armoises, die zich vijf jaar na haar dood uitgaf voor de wederopgestane Jeanne d'Arc. De stad Orléans ontving haar met veel eerbetoon, maar bleef voor alle zekerheid ook zielemissen voor de gestorvene lezen.

Mede om vast te stellen dat Jeanne in 1431 echt was verbrand, werd een kwart eeuw later een nieuw proces gevoerd, waarbij ze werd gerehabiliteerd. In het Franse nationale bewustzijn zou ze uitgroeien tot redster van de natie. Eind vorige, begin deze eeuw bereikte haar populariteit een hoogtepunt. In 1920 werd ze heilig verklaard door dezelfde kerk die haar als ketter had veroordeeld. Maar ook met heiligen wordt tegenwoordig wat losjes omgesprongen. In zijn inleiding schrijft Dick de Boer over Jeannes beeld in moderne stripverhalen.

Uit de verschillende benaderingen in de bundel wordt duidelijk dat de vraag naar het beeld van Jeanne d'Arc in feite de vraag is naar het beeld dat we hebben van haar tijd, de toen heersende cultuur en mentaliteit. Dat beeld verandert steeds. Maar ondertussen blijft Johanna van Arc springlevend.

mailIcon print |