recensie 'De vondeling' wordt op de omslag aangeprezen als de schildering van 'een prachtige vrouwenwereld'. Waarom is niet helemaal duidelijk. Er komen mooie schetsen van mensen in voor, de mannen komen er niet beroerder af dan in een gemiddelde roman, en de hoofdpersoon, de ik-figuur, Ulrika, is een ondernemende, maar verder rustige vrouw met een wetenschappelijk beroep, zonder dat daar een karikatuur van gemaakt wordt. Misschien slaat het woord 'vrouwenwereld' op het feit dat de roman zich vooral in de warmte van zonovergoten zomers afspeelt.
Vooral zomers van vroeger. Want Hermansons verhaal gaat al gauw terug in de tijd, terug naar een zomervakantie ergens aan de Zweedse kust, in het zomerhuis van de familie Gattman. De dan nog kleine Ulrika heeft daar een vriendinnetje, met wie ze samen optrekt en in de baai speelt. Het gezin Gattman wordt met een adoptief-zusje uitgebreid. Een paar jaar later verdwijnt dit zwijgzame meisje spoorloos. Ze wordt teruggevonden, maar de raadsels van haar verdwijning blijven: ,,Als een kind op een klein eiland ver weg bij open zee vermist raakt en zes weken later op het vasteland wordt teruggevonden op een ontoegankelijke richel, dan verwacht je een verandering bij dat kind. Dat het vuil is, hongerig, in een shocktoestand, van alles - behalve dit: dat het nog precies hetzelfde is.'
Terzijde van de geschiedenis van de langzaam tot jonge meiden uitgroeiende vriendinnetjes loopt het verhaal van de in zichzelf gekeerde Kristina. Haar stille, soms bijna paradijselijke wereld vormt de opening van de roman en tekent de raadselachtige sfeer die de ondertoon van heel het boek zal blijven. Een raadselachtigheid die in de slothoofdstukken maar ten dele wordt weggenomen. Maar Hermansons boek is dan ook geen detective. Het is een mooie vertelling, met veel herkenbaars tussen de regels door, en met diepere, psychologische betekenissen voor wie die erin lezen wil.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.