recensie Daniela Hodrova: Poppen. Vert. Edgar de Bruin. De Geus, Breda.; 285 blz. - ¿ 39,90.
Het thema in deel twee van de trilogie 'Het Olsany-rijk' van de Tsjechische Daniela Hodrova borduurt voort op dat uit deel één, 'Stad der smarten'. Daarin vormde een kerkhof het toneel, een voormalige wijngaard waar de dode zielen in beschonken toestand zich mengden in het bestaan van de levenden. Het symboliseerde de overgangstoestand na de dood, in het Tibetaans Bar-do genoemd, waar de doden hun gewone leven verder leiden.
Ook 'Poppen' speelt zich af in Praag, waar de personages zich roeren in 'de schijnbaar levenloze' toestand van larve of cocon. Net als in 'Stad der smarten' communiceren de levenden hier met de doden; personages uit deel één zijn hier verpopt in een ander personage. Zo wordt de hoofdpersoon Sofie Ziesel, naaister in een poppenatelier, regelmatig verward met Alice Davidovic, haar tegenhangster in deel één. Was Alice een jodin, Sofie blijkt van een Duitse Wehrmacht-officier af te stammen. Sofies hedendaags en eerdaags bestaan blijken nauw met elkaar verweven. Ze draait rond in een volkomen ongrijpbare wereld waarin de levenden haar nog herkennen uit het eerdere leven en haar naasten zich alweer inspinnen zich om opnieuw te verpoppen. Hodrova heeft aan deze roman de enige juiste titel gegeven - 'Poppen'; geen personage komt tot leven, iedereen dwaalt rond als een marionet waarvan de regisseur de touwtjes in handen heeft; het resultaat is een kluwen aan voor de toeschouwer moeilijke ontwarbare scènes bevat. In het boek, ingedeeld in 126 'Tableaux vivants', ligt de nadruk dan ook sterk op de 'tableaux' en veel minder op het levendige. Het is jammer dat de auteur het mystieke surrealistische beeld uit 'Stad der smarten' niet heeft weten te behouden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.