recensie Antonio Damasio: De vergissing van Descartes. Wereldbibliotheek, Amsterdam; ¿ 49,50.
Het dilemma verdiept zich: recent zijn je mogelijkheden in handen gespeeld om in dit noodlijdende gebied een kansrijk textielbedrijf op te zetten. Dat betekent werkloze mijnwerkers, maar al die verpauperde textielarbeiders kunnen na jaren eindelijk weer aan de slag.
Zo overvraag je je verstand. Je kunt piekeren wat je wilt, schrijft de neuroloog Antonio Damasio in 'De vergissing van Descartes', en alle mogelijke kosten- en batenanalyses maken, maar de rede zou na weken en maanden vermoedelijk nog geen uitsluitsel geven. Toch valt de beslissing vaak al snel, doordat er iets door de piekeraar heen gaat bij de voorstelling dat hij zijn arbeiders voor het laatst de poort uit ziet lopen. Dat nooit!
Er knijpt iets samen, het hart, de keel of wat dan ook, het is net of het lichaam de rede over de streep trekt. Rationaliteit heeft een basale ondergrond nodig: 'kaal redeneren', zonder emotionele basis, leidt tot niets, betoogt Damasio. Het is een intrigerend, soms warrig en ongestructureerd betoog, maar er trekken in elk geval wonderlijke hersenen aan je voorbij.
Neurologie is een vak voor pioniers. We begrijpen nog bitter weinig van de hersenen en van de kwaliteiten die we er aan toeschrijven, zoals verstand, rede en geest. Descartes meende dat in de 'hogere rede', volkomen ontdaan van emoties, de menselijke rationaliteit zetelt. Maar als hersenen door een ernstige beschadiging haperen, tonen ze aan dat Descartes' 'zuivere rationaliteit' een onzinnige opvatting is.
Dan laten hersenen zich heel anders kennen, stelt Damasio vast. Zoals in het trieste geval van Phineas Gage, een beminnelijke man die in de zomer van 1848 de arbeiders leidt bij de aanleg van de Rutland-Burlingtonspoorlijn in New England. Gage, explosie-deskundige, laat zich afleiden terwijl hij de springstof aanstampt met een ijzeren staaf van een meter lang, drie centimeter dik en zes kilo zwaar. Er springt een vonk over, de staaf doorboort zijn linkerkaak, gaat dwars door de hersenen, knalt door de bovenkant van de schedel en komt dertig meter verderop terecht.
Gage hoort heel erg dood te zijn, maar wordt op een ossekar naar een hotel een kilometer verderop vervoerd en stapt daar zelf van de kar af. Uit de Koreaanse oorlog zijn ook incidentele gevallen bekend van soldaten die dwars door het hoofd worden geschoten en hun weg vervolgen. Gage knapt op, kan voelen, horen en zien, is nog altijd handig, beheerst de taal, maar. . . lijkt na enige tijd Gage niet meer. De aardige man wordt rusteloos, onbeschoft, verandert in een luidruchtige dronkaard die in circussen vol trots zijn ijzeren staaf toont en eindigt volkomen aan lager wal.
De kern van zijn probleem: Gage kon geen enkele beslissing met sociale en morele consequenties meer nemen. Geen juiste keuze was meer aan hem besteed. Was met de staaf ook het hersencentrum voor sociaal gedrag naar buiten gevlogen? Een stuk van de voorhoofdskwab?
Zo eenvoudig ligt het niet in de bovenkamer, weet Damasio: “De variatie in hersenen is groter dan die in auto's.” Maar de dramatische persoonlijkheidsverandering geeft wel te denken. Iemand die een lastige rekenopgave kan maken, maar voor wie elke rationele beslissing met sociale gevolgen te veel gevraagd is, dat is bizar.
“Gage verloor iets wat uniek is voor de mens; de mogelijkheid om als sociaal wezen zijn toekomst uit te stippelen”, schrijft Damasio. Net zoals zijn patiënt Elliot, een humoristische, intelligente man bij wie een hersentumor moest worden weggehaald die de voorhoofdskwabben indrukte. Na het herstel slaagde Elliot er niet meer in één doeltreffend plan voor zichzelf te bedenken. Hij bleef op het werk steken in details en zwalkte door het bestaan, van scheiding naar scheiding.
Damasio onderwierp hem aan psychologische tests, van cognitieve handigheidjes tot allerlei opgaven waarin om zijn sociale en morele oordeel werd gevraagd. Dat oordeel had hij, van oudsher. Maar het woog kennelijk niet meer mee in het dagelijkse leven, waarin emoties totaal van Elliot leken afgegleden. Stelt u zich voor dat u naar uw favoriete muziekstuk luistert, dat weet, maar eigenlijk ook niet. Een leven van 'weten zonder voelen' proefde Damasio erin. Elliot kon verschillende opties niet verschillend waarderen en ondernam daarom niets. “Het landschap van zijn besluitvorming was hopeloos vlak.”
Damasio's boek fungeert als een academisch theater, waarin hersenen op het toneel verschijnen die volkomen de kluts kwijt zijn. Dat resulteert bij voorbeeld in de hoogst merkwaardige ervaringswereld van mensen met anosognosie. Die hebben een mankement, zeg een verlamde linkerarm, waar ze zelf geen enkele weet van hebben. Ze tonen geen emotie om hun handicap, net alsof mèt het gevoel in de arm ook het 'weten van die arm' verloren ging. Een stuk van het lichaam heeft de hersenen 'verlaten', en krijgt daardoor ook geen plaats meer in rationele oordelen over jezelf. Realistischer in vergelijking met anosognosie is het oordeel van iemand met fantoompijn: het been is eraf, toch voel je er pijn, kou en hitte in, maar je wéét dat dat onzin is.
Patiënten met anosognosie krijgen geen juiste informatie vanuit het lichaam, hallucineren in zekere zin en nemen niet zelden onzinnige besluiten. Hetzelfde gebeurt bij mensen met andere neurologische aandoeningen waardoor emoties en gevoelens zijn afgevlakt. In een gezonde toestand is het lichaam voortdurend met de geest in conclaaf, waarbij die emoties en gevoelens de denkprocessen dirigeren. Geen wonder dat sommige mensen letterlijk dood kunnen gaan aan een gebroken hart, vermoedt Damasio.
Als die wisselwerking tussen geest en lichaam zoek is ontspoort de besluitvorming. Een rationeel besluit gaat langs de lach en de traan, waarbij de mening wordt gehoord van heel andere hersengebieden dan die waarin Plato, Descartes en Kant 'de hogere rede' vermoedden. Damasio spreekt in dit verband van een somatisch stempel, een nogal ongrijpbaar concept. Het lichaam drukt zijn stempels op onze denkprocessen.
Echt duidelijk wordt de aard en de herkomst van die somatische stempels nooit, maar ze schijnen onmisbaar te zijn om te beslissen in schier onoplosbare dilemma's als de keuze voor de kolenmijn of het textielbedrijf. Met formele logica, onze gebrekkige kennis en onbeholpen gebruik van de kansberekening komen de hersenen niet ver, meent Damasio. We overschatten de zuivere rede.
De persoonlijkheidsverandering van Phineas Gage toont aan hoe belangrijk achterliggende emoties zijn bij beslissingen. Gage bakte er niets meer van. Sommige mensen lijken zelfs nooit een door emotionaliteit gestuurde rationaliteit te hebben ontwikkeld. Dat ziektebeeld valt onder ontwikkelingssociopathie of psychopathie. “Zulke mensen stelen, verkrachten, moorden en liegen. Ze zijn vaak slim. Er moet zoveel gebeuren voordat ze emoties tonen, zo ze dat al doen, dat ze een hart van steen moeten hebben.” Die mensen houden bij uitstek 'het hoofd koel', schrijft Damasio.
Dat het verstand wordt geregeerd door emoties blijkt eens te meer als gevoelens ons de verkeerde kant op sturen. Dat mensen zich in een auto veiliger voelen dan in een vliegtuig kun je moeilijk een koele redenering noemen, rekent Damasio voor. De hogere rede zou je moeten gebieden om uit lijfsbehoud het vliegtuig te nemen. Maar het lichaam beweert iets anders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.