*

 

Nepverhalen waar geen moer van klopt

WILLY WIELEK − 21/10/97, 00:00

recensie Van de Nederlandse thrillers die dit jaar gepubliceerd werden, heb ik (op een na) geen hoge pet op. Zelfs de winnaar van de Gouden Strop, Bob Mendes met zijn 'De kracht van het Vuur', kon mij niet bekoren. Maar dat komt misschien omdat ik niet zo dol ben op avonturenromans met van die macho-mannen, die machtswellustelingen.

Ik betrap mijzelf erop dat ik in dezen de neiging heb tot discriminatie, dat wil zeggen: ik grijp het eerst naar een boek dat door een vrouw is geschreven. Die romans zijn wat molliger, wat luwer als u begrijpt wat ik bedoel.

En gelukkig hoef ik niet te verhongeren, want in de Angelsaksische gebieden bloeien ze als madeliefjes in de lente. Ruth Rendell, Elizabeth George, P.D. James, ik kan wel aan de gang blijven. Ze zijn daar zo druk als kleine baasjes, maar hiero laten ze het lelijk in de lap hangen, terwijl ze toch op andere gebieden van de literatuur hun licht niet onder de korenmaat stellen. Waaraan dat ligt? Ik zou het waarachtig niet weten.

Over de Gouden Strop gesproken... ik geloof niet dat Baantjer daarvoor ooit is genomineerd. Maar Baantjer is een verhaal op zichzelf, Baantjer heeft andere ijzers in het vuur, Baantjer verheugt zich in de gunst van het grote publiek. 't Is op het ogenblik Baantjer hier, Baantjer daar, Baantjer overal.

Hij is genomineerd voor de Trouw Publieksprijs, de televisieserie die naar zijn boeken is gemaakt heeft de Gouden Televizier-ring gewonnen... Baantjer is een fenomeen.

Ik zou liegen als ik zei dat ik de gevoelens van het volk ga vertolken; ik ben zelden verder gekomen dan 'De Cock met ceeooceeka' en dat is, zoals de liefhebbers weten, niet erg ver. Baantjer zal er evenwel niet wakker van liggen, Baantjer zal zeggen: 'I wept all the way to the bank', of woorden van gelijke strekking.

Nu heb ik toch twee van zijn boeken uitgelezen en het viel me niet moeilijk, want hij heeft een vlotte pen. Al moet ik er niet aan denken ze allemaal te verslinden, want ken je er een dan ken je ze allemaal.

'De Cock en de Geur van rottend Hout' heeft een mooie titel en een in principe aardige plot. Een moord, al spoedig gevolgd door een tweede en derde, blijkt zijn wortels te hebben in het verleden en de plaats van het misdrijf, een oude loods, speelt een belangrijke rol.

Maar de schrijver is hinderlijk gemakzuchtig. Hij heeft een vaststaand schema, een paar aardigheidjes en huppekee, daar ligt weer een verhaaltje in de winkels.

De mensen die men vroeg naar de oorzaak van hun voorliefde, schijnen allemaal geantwoord te hebben: 'De sfeer'. En dan vraag ik mij toch in gemoede af: welke sfeer? Baantjer situeert zijn boeken altijd in het nu, het eind van de jaren negentig, dat blijkt vooral hieruit dat hij elke gelegenheid aangrijpt om te fulmineren tegen de beperkingen die de politie worden opgelegd in het algemeen, en de commissie-Van Traa in het bijzonder.

Maar het lijkt of hij in minstens dertig jaar geen voet in Amsterdam heeft gezet. Hij spreekt over 'meisjes en jonge vrouwen in luchtige kleurrijke toiletjes', die over het Damrak flaneren. Wel, als ik daar kom zie ik plateauzolen, topjes en broeken in alle vormen en lengten.

Baantjer heeft daar geen weet van: de enige vrouw die een spijkerbroek aan heeft, wordt gekenschetst als 'manlijk gekleed'. Zij is lesbisch, dat spreekt, want echte vrouwen dragen roodzijden mantelpakjes, nauwsluitende zwarte japonnen en fraaie lichtgroene zomermantels.

Als De Cock ergens komt om iemand te verhoren, brandt daar gezellig de kolenhaard. Waar haalt die man zijn brandstof vandaan? De penose is nog steeds ouwe-jongens-krentenbrood, zij heten Smalle Lowietje, Witte Gijssie en Haagse Bertus. De hoeren, allemaal blank, drinken een citroentje met suiker in plaats van, pak weg, whisky puur. Waar is de maffia, waar is de handel in buitenlandse vrouwen? Zelfs junks kom je niet tegen - en dat in de Warmoesstraat.

Sorry hoor, ik ben voor dat alles te realistisch. Zulke foute dingen gaan mij hevig kwellen, vlotte pen of niet. Wat zou het toch zijn dat mensen doet genieten van zulke nepverhalen waar geen moer van klopt? Is de nostalgie zo sterk? Maar waarom kan Baantjer zijn verhalen dan niet in het verleden situeren? Dan hoefde je je niet op elke bladzijde te ergeren. Of in lachen uit te barsten.

mailIcon print |