*

 

Yasmine schrijft de Arabische tekens eerst in het zand van de woestijn

DESIREE SCHYNS − 05/01/96, 00:00

recensie Malika Mokeddem: Yasmine of het tijdperk van de sprinkhanen. Vert. Eveline van Hemert. Bodoni, Baarn; 263 blz. - ¿ 37,50.

Vorig jaar verscheen 'De ontheemde', een verhaal over een vrouwelijke arts die na een verblijf van vijftien jaar in Frankrijk naar Algerije terugkeert. In haar dorp wordt ze als een vreemde bejegend. Op het moment dat de mannelijke bevolking zich tegen haar keert, weet ze op het nippertje aan een lynchpartij te ontsnappen. Toen ik Malika Mokeddem vorig jaar in Amsterdam ontmoette, vertelde ze dat deze gruwelijke nachtmerrie autobiografisch was. In Mokeddems debuut uit 1990 'Les hommes qui marchent' waarin zij over haar nomadische voorouders vertelt, worden twee meisjes ook bijna gelyncht, omdat ze geen sluier dragen.

Terugkerende thema's in het werk van Mokeddem zijn het zich een vreemdeling voelen door verschil in huidkleur en geletterdheid. Ook haar woede over de 'condition feminine' klinkt door in al haar romans. De vader van het het zwarte meisje Yasmine uit 'Yasmine of het tijdperk van de sprinkhanen' zegt dat kennis zijn eerste ballingschap is geweest.

In deze sprookjesachtige roman vertelt de auteur over een meisje dat op achtjarige leeftijd ziet hoe haar moeder door twee brute kerels wordt verkracht en vermoord. Alsof dat nog niet genoeg is, sterft haar pasgeboren broertje kort daarop en kan Yasmine niet meer spreken van verdriet. Het verhaal speelt zich af in de jaren dertig in de woestijn toen de Fransen Algerije koloniseerden, zich als sprinkhanen van het land meester maakten en door hun nieuwe wetten blijk gaven van hun minachting voor de autochtone bevolking.

De Franse kolonisten pikten het land af van de oorspronkelijke bewoners en de nomaden werden langzaam maar zeker gedwongen tot een sedentair bestaan. Yasmine en haar vader - die 'de dichter' wordt genoemd, omdat hij in Egypte heeft leren lezen en schrijven hetgeen onder nomaden zeer ongebruikelijk was - besluiten de moordenaars van de geliefde overledene te zoeken om zich te wreken. Het is Mokeddem echter niet zozeer om de wraak te doen alswel om de lotgevallen van het meisje dat zich ontpopt als een rebelse, jonge vrouw die het lot verafschuwt van de kinderen barende en hard werkende seksegenoten in de nomadenstam waarbij zij en haar vader zich een tijd aansluiten.

Het meisje schrijft de Arabische tekens die ze van haar vader heeft geleerd eerst in het zand en later in schriften. Zij leest 'Duizend en een nacht', 'Omar Khayyam' en draagt jongenskleding net als de door haar aanbeden Isabelle Eberhardt die jarenlang door de Sahara van Algerije zwierf en zich tot de islam bekeerde. Aan het einde van het boek ontsnapt Yasmine aan de nomadenstam, omdat zij steeds meer als vreemde wordt bejegend en men haar aan een veel oudere man wil uithuwelijken.

In tegenstelling tot 'De ontheemde' is dit eerder geschreven boek van Mokeddem erg wijdlopig. Bovendien gaat het gebukt onder te lange, te gekunstelde zinnen waardoor de beeldspraak verloren gaat. Ik ben erg benieuwd naar het meest recente werk van deze toch zeer gepassioneerd schrijvende auteur.

mailIcon print |