recensie “Het werd mij duidelijk dat niet de beschaving afval produceert, maar omgekeerd: het afval dwingt tot beschaving. Eerst was er stront, toen pas een riool. Vervolgens zag ik tijdens het schrijven de betekenis van het afval steeds duidelijker, ook in relatie tot de Koude Oorlog. Eerst was er de wederzijdse nucleaire dreiging, en nu werken de Amerikanen en de Russen samen in de verwerking van het nucleaire afval.” Gesprek met de Amerikaanse schrijver Don Delillo, die in Nederland is ter promotie van de vertaling van zijn boek 'Underworld'.
Waarom is de 'Great American Novel' wereldwijd een gangbare literaire term, en 'Great English Novel' of 'Grand Roman Francais' niet? Volgens schrijver Don DeLilllo (1936) is het antwoord simpel: “Omdat Engeland of Frankrijk of welk land dan ook geen horizon kent die zo breed is als de Amerikaanse. Amerika is 'great'. Onze geschiedenis is wel korter dan de Europese, maar wel breder.”
De auteur van 'Libra' en 'White noise' is in het land ter promotie van de vertaling van zijn jongste boek, 'Underworld'. Deze roman, zo dik als een hamburger, wordt alom gezien als de nieuwste poging om de 'Great American Novel' te schrijven, naast de pillen van Thomas Pynchon en Philip Roth. Wat is een 'Great American Novel'? Philip Roth dacht het antwoord op die vraag te geven door een van zijn boeken eenvoudig 'The Great American Novel' (1973) te noemen, maar zo simpel is het niet. De 'Great American Novel' is een mythologisch begrip, een onbereikbaar doel. De term is ouder dan het boek van Roth. Misschien dat Norman Mailer 'm gemunt heeft, of John Updike, of een van de andere die getracht hebben de essentie van Amerika in een roman te vangen. Want daar gaat het om, het moet een boek zijn waaruit de lezer kan leren hoe het werkelijk is in Amerika.
De 'Great American Novel' moet daarom in ieder geval aan twee voorwaarden voldoen: het verhaal moet meerdere decennia bestrijken, beter nog: generaties Amerikanen, en het thema moet ultra-Amerikaans zijn, gegrepen uit het onrustige hart van de stars 'n stripes. Aan beide criteria voldoet DeLillo 'Underworld' volledig. De beschreven periode loopt van 31 oktober 1951 tot in de jaren negentig. En het thema? Het veranderende leven van de gewone man, sinds die dag in '51 waarop, zo lezen we in de proloog, de Russen hun eerste atoombom testten en de Koude Oorlog begon.
Het is zo'n boek waarvoor de uitgever een miljoen dollar betaalde en waarvan de filmrechten al op voorhand verkocht werden. Een goed boek bovendien. In ruim achthonderd pagina's trekken de levens van diverse 'ordinary people' voorbij. In haast ieder hoofdstuk wordt terloops een plaatje beschreven (op de deur van iemands ijskast of zo'n soort plek) waarop de president van dat moment een baseball-bat in ontvangst neemt van Bobby Thomson, de Johan Cruyff van het Amerikaanse baseball die, eveneens op 31 oktober 1951, de New York Giants een onvergetelijke overwinning bezorgde op de Brooklyn Dodgers. Harry Truman kreeg een bat, maar tot en met George Bush wilden alle volgende presidenten ook een bat, van dezelfde Thomson! Zo beroemd was die mep waarmee hij die bal wegsloeg, 'The shot heard around the world'.
Die plaatjes markeren de decennia die komen en gaan, terwijl de liefde voor het baseball van vader op zoon wordt overgedragen.
Het zijn niet alleen die plaatjes natuurlijk. Korea, Vietnam, de eerste man op de maan, de jazz en later de rock en de rap, de chevrolets, de moord op Kennedy, de ramp met de Space Shuttle, het komt allemaal voorbij in 'Underworld'. Zo niet een 'Great' dan in ieder geval een 'All American Novel'.
Kunnen wij de Amerikaanse ziel aanschouwen door het lezen van 'Underworld'?
DeLillo: “De Amerikaanse cultuur is in de eerste plaats volkscultuur. De menigte in het stadion, de tickerparades, Broadway, dat is Amerika. Natuurlijk is er meer, maar de volks- of massacultuur is beeldbepalend, en tevens het belangrijkste verschil met Europa. Een van de personages in 'Underworld' heeft het over ernst, en als hij er een bijvoeglijk naamwoord bijzoekt, komt hij op 'Europees'. De Europese ernst contrasteert met de Amerikaanse volkscultuur. Bij ons komt alles uiteindelijk op een t-shirt terecht, of in een boodschappentas. Ook de ernstige dreiging van de Koude Oorlog werd in Amerika opgenomen in de volkscultuur. Popart-kunstenaars gebruikten het beeld van de paddestoelwolk van de atoombom in hun werk.
Een exponent van de Amerikaanse volkscultuur is het baseball. In 'Underworld' is de bal waarmee de New York Giants dankzij Bobby Thomson hun onvergetelijke overwinning behaalden, een belangrijk motief. Die bal werd een verzamelaars-object en wisselde vele malen van eigenaar. Door die ene bal te volgen, beschrijf ik de lotgevallen van het Amerikaanse volk in de laatste vijftig jaar.'
Is het schrijven van zo'n historische roman een nostalgische onderneming?
DeLillo: “Zelf ben ik op geen enkele wijze nostalgisch aangelegd, maar de nostalgie speelt wel een belangrijke rol in 'Underworld'. Ik heb de aard van de nostalgie willen onderzoeken. Amerikanen zijn nostalgische mensen, en in het huidige Amerika observeer ik een ongemakkelijk terugverlangen naar de Koude Oorlog.
Tot het Witte Huis is inmiddels wel doorgedrongen dat er met het wijken van het communistische gevaar een nieuw tijdperk is begonnen, met nieuwe uitdagingen, maar de gewone man weet nog niet hoe hij nu verder moet. In plaats van een duidelijk gedefinieerd vijandbeeld overheerst nu de verveling. Veertig jaar lang werden de gebeurtenissen in het land gerelateerd aan de dreiging van een nucleaire confrontatie met het Oostblok. Ook dingen die er niets mee te maken hadden, werden geïnterpreteerd als 'minder erg dan' of 'noodzakelijk in verband met de Koude Oorlog'. Ik ben er bijvoorbeeld van overtuigd dat de reacties op de rellen in Los Angeles in 1992 anders waren geweest als die tijdens de Koude Oorlog hadden plaatsgevonden, als ze dan al hadden plaatsgevonden. Amerika bevindt zich, zoals Hermann Broch het noemt in 'De dood van Vergillius', in een periode van 'niet langer en nog niet'.'
DeLillo onderbreekt zichzelf. Er was toch een uitzondering om de regel te bevestigen, een gebeurtenis die de Amerikanen aan helemaal niets konden relateren, al was de Koude Oorlog in volle gang toen het gebeurde: de moord op Kennedy. Delillo schreef er een boek over, 'Libra' (1988), en moet zich zichtbaar inhouden om er nu niet over uit te wijden. Hij laat het bij de volgende toelichting: “De moord op Kennedy, dat was zo iets onbegrijpelijks, dat leek iets Europees.”
Iets Europees?
“Ja, niet de moord zelf maar de onzekerheid die erop volgde, dat gevoel niet te kunnen begrijpen wat er gebeurde, dat leek ons een Europees fenomeen.”
Los van de vraag of 'Underworld' een beeld geeft van Amerika, leren we hier iets over het beeld dat Amerikanen van Europa hebben.
DeLillo vervolgt: “In deze periode van 'niet langer en nog niet' is het bijvoorbeeld moeilijk voor een politicus om serieus te zijn. Het is ironisch, of gewoon triest, dat de Amerikanen tijdens de Koude Oorlog de Russische leiders er vaak van hebben beschuldigd dat zij een cultus van persoonsverheerlijking stimuleerden en dat nu de Amerikaanse president uit weinig meer bestaat dan zijn persoonlijkheid, zijn rijkdom, de schandalen die hem omgeven en een boel hol spektakel. De volkscultuur in Amerika absorbeert uiteindelijk ook het presidentschap. Bill Clinton is de Walt Disney-versie van John Kennedy.”
Don DeLillo blijkt in het geheel geen nostalgische man te zijn maar een zwartgallige cultuurcriticus met vele bedenkingen bij de situatie waarin 'Great' Amerika verkeert. De auteur noemt zichzelf geen pessimist. “Maar zeker ook geen optimist.” Hij analyseert slechts wat hij om zich heen ziet of hoort. Wat hij zag en hoorde in de afgelopen vijftig jaar vatte hij in 'Underworld' zo samen: Vroeger zei iedereen 'oh wow' en nu zeggen we 'no way'.
In Amerika houdt de persoon DeLillo zich verre van journalisten en interviews (zoals dat een 'Great American Novelist' betaamt) maar hier, op het ernstige continent, wordt hij niet moe zijn gevoelens uit de doeken te doen. Het is een merkwaardige ervaring de foto van de boekomslagen tot leven te zien komen. Zijn kleine muizenbek krijgt een prettig satanisch trekje als hij uitlegt waarom hij zijn boek de sombere titel 'Underworld' gaf.
“Halverwege de jaren zeventig was er een staking van de vuilnismannen in New York, waar ik woon. De vuilnis lag twee, drie verdiepingen hoog opgestapeld, het stonk verschrikkelijk. En het werd steeds erger. Sindsdien ben ik gefascineerd door afval. Het werd mij duidelijk dat niet de beschaving afval produceert, maar omgekeerd: het afval dwingt tot beschaving. Eerst was er stront, toen pas een riool. Ik besloot dat Nick Shay (de hoofdpersoon van "Underworld') in de afval-industrie zou werken. Vervolgens zag ik tijdens het schrijven de betekenis van het afval steeds duidelijker, ook in relatie tot de Koude Oorlog. Dat wil zeggen: eerst was er de wederzijdse nucleaire dreiging, en werken de Amerikanen en de Russen samen in de verwerking van het nucleaire afval.”
Nick Shay noemt zijn gedachten over afval zijn 'weltanschauung', een ernstig Europees woord. Een Russische collega van hem interpreteert het probleem religieus. Tijdens de Koude Oorlog, zegt dezer afval-archeoloog, hebben we ons wapentuig vereerd als een god. Nobele namen hebben we verzonnen voor de raketten en de bommenwerpers. Maar het nucleaire afval dat bij de kernwapenproduktie ontstond, hebben we oneerbiedig in de grond gestopt, vanouds de verblijfplaats van de duivel. We hebben het veronachtzaamd. Maar kernwapens en kernafval zijn de goden en demonen van dezelfde primitieve volksreligie.
DeLillo: “De titel 'Underworld' werd mij geleverd door Pluto, de god van de onderwereld en naamgever van het gevaarlijkste kernafval waarmee Amerika zit opgescheept, plutonium.”
En hoe gaat dat met demonen? Het volk raakt erdoor gefascineerd. Het gevaarlijke, onbegrijpelijke trekt aan ons. Nu komen al DeLillo's lijnen samen. De volkscultuur van Amerika die het land langzaam maar zeker omtovert in een groot themapark, de nostalgie naar de Koude Oorlog en de verveling sinds die afgelopen is, het gigantische probleem van het nucleaire afval - samen zullen ze leiden van de grootste attractie aller tijden: plutonium National Park, waar de eenentwintigste-eeuwse bezoeker zich zal kunnen vergapen aan het afval van de Koude Oorlog. Hoe giftiger het afval, hoe meer de toerist zal willen betalen om de opslagplaats te bezoeken. “Bustours en briefkaarten, gegarandeerd, ” zegt Nick Shay in 'Underworld'.
DeLillo: “Er bestaat al zoiets in New Mexico. Een dag per jaar zijn daar de terreinen waar tijdens de Koude Oorlog atoomproeven werden gehouden toegankelijk voor het publiek. De attractie wordt aangeprezen als de 'dodenreis' en de belangstelling is overweldigend. Honderden maken de trip van vele uren door een gortdroog en godverlaten landschap om daar te komen waar eens het gevaar was. Nostalgie, begrijp je? Een kale, winderige vlakte zonder een spoor van actie, alleen maar om te zeggen: hier was het gevaar, en misschien is het er nog steeds.”
DeLillo heeft een verklaring voor deze merkwaardige neiging. Een verklaring die veroordelende kracht van het woord 'Underworld' (of 'onderwereld' als u de vertaling leest) op de apocalyptische ogende kaft nog vergroot.
“Niets in Amerika is nog authentiek sinds de nucleaire dreiging voorbij is. Waarom is er een markt voor televisiekanalen waarop de hele dag beelden worden vertoond die gemaakt worden door observatiecamera's in bedrijven? Omdat de gemaskerde overvaller die binnenkomt, zijn wapen trekt en de caissière doodschiet, niet geregisseerd wordt. De scène is niet tien keer opnieuw opgenomen, en de caissière gaat werkelijk dood. Zulke beelden zijn voor onze geperverteerde geesten wat de natuurfilm was voor vorige generaties. De kijker is opzoek naar authentiek gevaar en dat ziet hij in die beelden. Maar doordat de beelden van de overvaller en de stervende caissière eindeloos herhaald worden, gaat de glans ervan af en wordt duidelijk dat het ook slechts beelden zijn, en geen werkelijkheid.”
De vraag of 'Underworld' inzicht biedt in een halve eeuw Amerikaanse geschiedenis, is onbeantwoord gebleven. Wat een terugblik op Amerika's recente verleden had moeten zijn, wordt definitief een vonnis over het heden als DeLillo vervolgt: “Er is geen werkelijkheid meer. Alles is geconsumeerd. De beelden zijn de nieuwe werkelijkheid. Het woord 'media' is in dat verband niet meer toereikend. De twee gebeurtenissen die Amerika sinds het einde van de Koude Oorlog het diepst beïnvloed hebben, de rellen in Los Angeles en het proces tegen O.J. Simpson, waren allebei gevolgen van de nieuwe-beeldenwerkelijkheid. De rellen in Los Angeles begonnen met het uitzenden van de amateur-videobeelden van de arrestatie van Rodney King. En O.J. Simpson was een beroemdheid dankzij de film- en telvisie-industrie. Zijn vlucht voor de politie werd bovendien rechtstreeks uitgezonden. Er zal een nieuw woord moeten komen om de gecombineerde kracht van de media en de technologie te definiëren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.