recensie Beryl Bainbridge's 'Master Georgie' is een historische roman. Dat klinkt naar romantische intriges en breedvoerige beschrijvingen, maar niets is minder waar. 'Master Georgie' kenmerkt zich door soberheid en een volkomen afwezigheid van sentimentaliteit.
Acht jaren verstrijken er tussen 'Plaat 1. 1846 Meisje in het bijzijn van de dood' en 'Plaat 6. November 1854 Lachen, jongens, lachen'. De 'platen' zijn fotografische afbeeldingen, conterfeitsels van de dood, die de lezer overigens niet te zien krijgt. De fotografie, in deze periode juist in opkomst, vormt een bindend element in dit boek, waarvan de verhaallijn telkens door een ander personage wordt voortgezet.
Myrtle, het 'meisje in het bijzijn van de dood', is de eerste die de pen ter hand neemt. Zij is een wees die opgroeit in het huishouden van Mr Hardy, de vader van Master Georgie. Mr Hardy is dood. In zijn nabijheid poseert Myrtle voor de foto die zijn zoon, amateur-fotograaf en arts, maakt van zijn vader op diens doodsbed.
Al meteen worden de belangrijke thema's van de roman duidelijk: toeval en noodlot, de relativiteit van de waarheid, de onbetrouwbaarheid en de vluchtigheid van het geheugen, of dat nu het menselijke geheugen is of de fotografische. Het doodsbed van Mr Hardy is niet de plaats waar hij stief. Hij overleed in een bordeel en is daar bij toeval ontdekt door Georgie en Myrtle, die hem samen met Pompey Jones. een al even toevallig aanwezig straatschoffie, in het geheim naar zijn huis vervoeren en hem daar op bed leggen. Zo wordt de schijn van een deugdzame dood opgehouden. De foto, waarbij Myrtle haar hand op de schouder van de dode Mr Hardy moet leggen alsof ze afscheid van hem neemt, is na een week al helemaal zwart geworden. Deze leugen is ingehaald door de tijd.
Misschien zal dat ook ooit het geval zijn met de laatste plaat, waarbij het lichaam van Georgie - het is acht jaar later en hij is zojuist gesneuveld in de Krimoorlog - wordt gebruikt om evenwicht te brengen in een foto. ,,Wat we nodig hebben, zei de fotograaf, is een poserend groepje overlevenden om aan de mensen thuis te laten zien.' Terwijl hij door de lens tuurde, riep hij: ,,De balans klopt niet. Ik heb nog een soldaat nodig. Ga er een halen.'
,,Ik liep terug naar Georgie. (. . .) Ik gooide hem over mijn schouder en droeg hem naar de camera. De mannen stonden nu, en ik hing hem tussen hen in. Hij zakte voorover en de soldaat rechts van hem ondersteunde hem bij zijn middel. Lachen, jongens, lachen, maande de fotograaf.'
Degene die dit verhaal vertelt, is het straatschoffie van weleer, Pompey Jones, wiens pad telkens dat van Master Georgie en Myrtle kruist. Zijn visie op Georgie is een heel andere dan die van Myrtle: zij adoreert hem, hij ziet de biseksuele Georgie als een verwende dronkaard en een slecht minnaar.
Ook dit is weer een voorbeeld van de manier waarop Bainbridge aangeeft dat de werkelijkheid voor iedereen verschillend is. Zo wordt de oude Mr Hardy door Myrtle beschreven als ,,vrolijk, er zat geen kwaad in hem', maar in de ogen van Dr Potter, Georgie's zwager en de derde verteller in de roman, is hij een oneerlijke bullebak.
Het taalgebruik en de stijl van Beryl Bainbridge zijn uiterst summier. Veel blijft zelfs geheel ongenoemd, zoals het feit dat de kinderen uit het huwelijk van Master Georgie en de jonge Mrs Hardy door Myrtle zijn gebaard. Met een minimum aan middelen weet Bainbridge personages te beschrijven, een intrige te ontwikkelen en aan het geheel diepgang en een droog soort humor mee te geven. Maar 'Master Georgie', dat genomineerd was voor de Booker Prize '98, is bepaald geen behaaglijk boek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.