recensie 'Que le tigre danse'. Huub Bals, een biografie. Uitgegeven door Otto Cramwinckel. f 49,50.
Ook door het aftreden van de huidige directeur Emile Fallaux, voor wie nog steeds geen opvolger gevonden schijnt te zijn, zal de schim van Bals dit jaar in Rotterdam wel vaak rondwaren. Dient zijn opvolger een velen tegen zich in het harnas jagende, ego-tripper en baanbreker te zijn als Bals, of eerder een iedereen charmerende 'great communicator' als Fallaux?
'Que le tigre danse', de door Jan Heijs en Frans Westra geschreven biografie over Huub Bals verschijnt op een perfect moment. Met het oog op de directeurswisseling en een kwart eeuw festival, lijkt de tijd rijp om de balans eens op te maken.
Heijs en Westra schreven hun biografie omdat ze merkten dat de jongste lichting filmliefhebbers niet meer weet wie Bals was. Dat juist zij zich geroepen voelden de legendarische festivaldirecteur aan de vergetelheid te ontrukken, zal ook wel iets te maken met de belangrijke rol die Bals in hun eigen (film)levens speelde.
Zo was Heijs, tegenwoordig vooral actief als filmproducent, vele jaren hoofdredacteur van 'De Filmkrant', een nu onafhankelijk maandblad dat ooit startte als huisorgaan van het Rotterdamse festival. Westra, sinds mensenheugenis directeur van het Groningse Filmtheater 'Liga 68', speelde een belangrijke rol bij het redden van de door Bals' koopziekte over de kop gegane distributie-tak van het festival. Mede door Westra's bemoeienissen werden de vele films die Bals aankocht, ondergebracht bij I.A.F., de distributie-afdeling van het Nederlands Filmmuseum.
In hun voorwoord komen de auteurs openlijk uit voor hun Bals-bewondering: “Zelf hebben wij mogen ondervinden hoe de creativiteit van Bals grote invloed heeft gehad op ons leven en het is dan ook een genoegen vanuit een kritische bewondering de lezer deelachtig te kunnen maken aan het verhaal van het leven van Huub Bals.”
Dat genoegen blijkt al snel niet wederzijds. Zo komt de lezer over de persoon Bals weinig tot niets nieuws aan de weet. Slechts in twee korte hoofdstukjes wordt op basis van gesprekken met vrienden en kennissen en een oud interview met de beschrevene iets onthuld over Bals' jeugd in de Utrechtse volksbuurt 'Wijk C' en zijn leven als volwassene in de Domstad.
Bals wordt verder opgeroepen via talloze, elkaar vaak fiks tegensprekende, quotes van tientallen Nederlandse en buitenlandse (film)lieden die Bals' pad kruisten. Meer dan borrelpraat en al lang verkondigde meningen levert dat niet op. Toch construeren de auteurs uit deze oppervlakkige en tegenstrijdige bronnen een beeld van de mens Bals. Hij was, zo vatten zij samen, chagrijnig, gelijkhebberig, bazig en introvert. Ook kon hij niet over zijn (film)voorkeuren praten, hield hij van botte uitspraken, was hij het tegendeel van een raisonerende intellectueel, trok hij zich van niemand iets aan en maakte hij door dit alles (met name in Nederland) vele vijanden.
Daarnaast was Bals, concluderen Heijs en Westra, ook een schat van een man, een geboren organisator, netwerker, bon-vivant en lekkerbek die van alles wat hij aanpakte een groots en grandioos familiefeest wist te maken. Daarom werd hij (vooral in het buitenland) ook zeer gewaardeerd. Dit fragmentarische beeld gebruiken Heijs en Westra als kapstok om alle (film)daden van Bals te beschrijven. Of het nu gaat om zijn directeurschap van de 'Cinemanifestatie' in Utrecht in de jaren zestig of om dat van het Rotterdamse Filmfestival vanaf 1972: altijd en eeuwig en tot vervelens toe laten de auteurs hun vele zegslieden de net beschreven twee krakkemikkige liedjes dwars door elkaar heen zingen.
Wat 'Que le tigre danse', wellicht door de bewondering van de auteurs voor Bals, ontbeert is een eigen, desnoods speculatieve of provocerende, visie die de lezer bij de lurven grijpt.
Gebrek aan visie: het kenmerkt ook Heijs' en Westra's beschrijvingen van Bals' fameuze filmdaden.
Van alle festivals bijvoorbeeld die hij in Rotterdam organiseerde, vermelden ze in afzonderlijke hoofdstukken, die je al snel begint over te slaan, keurig netjes alle vertoonde films, alle discussiepunten, ja zelfs de randverschijnselen die alleen de meest verstokte cinefielen zullen interesseren. Tot een de lezer pakkende of verrassende interpretatie van al dat feitenmateriaal komt het nooit.
Met 'Que le tigre danse' schreven Heijs en Westra geen biografie met een intrigerende visie op een mens, zijn werk en zijn tijd. Ze kwamen niet verder dan een nogal willekeurige verzameling meningen over Bals en een brave - op het eerste gezicht aardig complete - inventarisatie van Bals' filmdaden.
Over 'Que le tigre danse' zal het komende festival dan ook wel heel wat minder vernomen worden dan over Bals.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.