recensie Van Jelle Abma (1921) kennen weinigen de naam, maar velen de gebouwen. Neem de ronde uitbouw van de Nederlandsche Bank op het Frederiksplein in Amsterdam, tijdens de laatste Eurotop veelvuldig in beeld. Abma heeft hem ontworpen. Hij is niet iemand die in de belangstelling staat van de architectuurtijdschriften.
Hij zit niet in het circus van rondvliegende, lezinggevende en publicerende architecten. Van 1950 tot 1991 bouwde hij in betrekkelijke anonimiteit en hij deed dat functioneel, rationeel, zonder opsmuk. Een man van zijn tijd, geschoold in de Delftse functionalistische en modernistische traditie. Soberheid is binnen die ontwerpopvatting een schoon goed. Het resultaat waren strenge dozen met een sterke horizontale en verticale indeling. Van binnen zijn de gebouwen echter verrassend open en 'vriendelijk'. Zo stug als ze in het exterieur lijken, zo menselijk is de maat van het interieur.
Abma heeft zich ook ingespannen om, zoals Egbert Koster schrijft in 'Jelle Abma, architect', “de tijdloze, sacrale en symbolische functie van het Godshuis een eigentijds architectonisch gezicht te geven”. Hij ontwierp onder andere een doopsgezinde kerk in Hengelo (1960), de kapel Maria Dommer in Maarssen (1968), de Exoduskerk in Den Haag-Loosduinen (1966) en hervormde kerken in Deventer (1970) en Amsterdam (1969). In de laatste jaren van zijn actieve loopbaan bouwde hij vooral agentschappen voor de Nederlandsche Bank, gemeentehuizen en kantoorcomplexen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.