*

 

Een uitgekookt kreng

LIEKE VAN DUIN − 22/01/97, 00:00

recensie Susanne Koster: 'Dertien', Sjaloom, 179 p, ¿ 24,90, vanaf 13 jaar, (ook: 'Zwarte Lieveling', 218 p, ¿ 24,90, vanaf 13 jaar); Mieke van Hooft: 'Straatkatten', ill. Annet Schaap, Holland, 151 p, ¿ 24,90, vanaf 11 jaar.

Willeke, de hoofdpersoon uit 'Dertien' van Susanne Koster is een superdwarse puber. Brutaal, egoïstisch, wantrouwig, koppig en keihard, ook naar mensen om zich heen die haar liefde en aandacht geven; een uitgekookt kreng dat steelt, liegt en haar (gescheiden) ouders tegen elkaar uitspeelt. Op school is ze teruggezet van VWO naar havo, ze wordt om de haverklap de klas uitgestuurd, spijbelt, blowt, dreigt te blijven zitten. Ze vindt haar zachtaardige vader een 'autoritaire lul', en verdenkt haar reumatische moeder ervan expres overdreven te strompelen om haar te chanteren.

Dat is de buitenkant. De binnenkant is anders: zachter, kwetsbaar, vol zelfhaat en schuldgevoel, en 'godvergeten eenzaam'. Maar daar mag niemand bij, tenminste geen volwassene. Wie dat wel probeert is een zeikwijf of klootzak. Meestal ziet Willeke niet wat ze aanricht, zoals bij het tweede gezin van haar vader, dat ontwricht dreigt te raken door haar onmogelijke gedrag. Maar soms ziet ze het wel, lijdt er zelf ook onder, maar kan er niets aan veranderen.

Willeke is niet lichamelijk mishandeld of seksueel misbruikt, zoals Saskia in Susanne Kosters debuut 'Zwarte lieveling' (1995). Maar haar wangedrag is ook niet alleen een gevolg van 'de puberteit' of van haar moeilijke karakter. Impliciet legt de schrijfster een deel van de oorzaak bij haar moeder, die Willeke voortdurend verplicht dankbaar te zijn ('ik kreeg dat vroeger nooit, jij wel') en op haar schuldgevoel werkt. Willeke verwijt haar - niet ten onrechte - meer voor de asielzoekers over te hebben die ze in huis haalt en blindelings vertrouwt, dan voor haar.

De enige die Willeke wel in vertrouwen neemt is Marian, haar vriendin van zeventien, die voor haar als een wijze oudere zus is. Marian heeft voor haar iets onaantastbaars, geheimzinnigs, en hun relatie doet even denken aan die tussen de twee meisjes aan het begin van 'De vriendschap' van Connie Palmen: “Gisteren zat Marian rechtop op het bankje en ik lag met mijn hoofd op haar schoot terwijl zij heel zacht over mijn haar aaide. Hele gesprekken voeren we zo. Dat ik zo ontevreden ben, dat ik soms oneerlijk ben en helemaal niet aardig of lief.” Voor Marian is Willeke ook heel speciaal: ze lijkt op Marians overleden zusje.

'Dertien' is evenals 'Zwarte lieveling' een realistisch probleemboek, spelend tussen jongeren van nu die dromen van de 'vrijheid' van de jaren zestig. Het is echter beter geschreven: minder loodzwaar, minder op oplossingen aansturend. Het is meer een portret van het meisje dan van het probleem, en wel een zeer indringend, levensecht portret. 'Zwarte lieveling' eindigt ondanks alle nachtmerries uit het verleden positief. 'Dertien' heeft een open einde, waarin Willeke hoopt er ooit nog eens achter te komen wie ze is. 'Dertien' geeft ook een sterk tijdsbeeld, en wel van kinderen die steeds jonger groot willen zijn. Aan de ene kant reageert Willeke volstrekt kinderlijk stijfkoppig, volgens het stramien van eigen-schuld-dikke-bult en lekker-net-goed. Anderzijds voelt ze zich zeventien, wil ze zelf bepalen hoe ze leeft: midden in de nacht thuiskomen, roken, drinken, blowen, in een kraakpand wonen.

Zo'n tijdsbeeld spreekt ook uit 'Straatkatten' van Mieke van Hooft, waarin de 12-jarige Lizzy van huis wegloopt, kwaad omdat moeders nieuwe vriend komt inwonen zonder overleg met haar. Het is de Nederlandse variant van de vele jeugdboeken over straatkinderen in derde-wereldlanden. En hoewel zwerfkinderen in Amsterdam een 'luizenleventje' leiden vergeleken met die uit bijvoorbeeld Rio de Janeiro, komt Lizzy's verlatenheid sterk over. Toch is 'Straatkatten' meer een situatieschets van het leven op straat, dan een karakterschets van een kind, zoals 'Dertien'. Maar wel een levendige schets die aan het denken zet.

mailIcon print |