*

 

In een rationeel milieu kwijnt Theo weg, net als de religie zelf

JAN GREVEN − 18/08/98, 00:00

recensie

Theo is een vreemde jongen. 'Een klein genie', wordt hij genoemd. Altijd met zijn neus in de boeken, bij voorkeur over vreemde en verre godsdiensten. Toch is Theo, ondanks die belangstelling en zijn naam, niet gelovig opgevoed. Zijn ouders horen tot de Parijse intellectuele bovenlaag waar de ratio het voor het zeggen heeft en waar religie niet beschouwd wordt als een serieuze levensbeschouwelijke optie.

Op een dag voelt Theo zich niet lekker en wat zich eerst onschuldig laat aanzien, blijkt ernstig. Waar Theo precies aan lijdt, wordt net zo min tegen de lezers als tegen Theo zelf gezegd. Maar alle tekenen wijzen op een agressieve leukemie, waar de dokters machteloos tegenover staan.

In de grote verslagenheid die volgt op deze afschuwelijke diagnose, duikt Theo's tante Martha op. Een rijke weduwe met overal op de wereld vrienden en relaties. 'De dokters', aldus deze tante tegen Theo, 'zijn ezels. We gaan straks op wereldreis dokters raadplegen op mijn manier'. En zo gebeurt. De 'dokters' van tante Martha blijken geestelijken van diverse snit en pluimage, die Theo gedurende een wereldreis die alleen Australië laat liggen, inleiden in alle godsdiensten die er op deze aarde maar te vinden zijn. De reis begint, hoe kan het anders, in Jeruzalem.

Op ieder vliegveld staat een vriend of vriendin van tante Martha, onveranderd van goede komaf en met de beste introducties voor de interessantste mensen, die allemaal maar al te bereid zijn de doodzieke Theo over hun godsdienst te vertellen.

Dat levert een ontzagwekkende hoeveelheid feiten en feitjes op, waardoor het boek nogal eens doet denken aan de religieuze encyclopedie die Theo zo graag las, voor hij door zijn ziekte getroffen werd. Niet alleen de hoofdstromingen komen aan bod (het christendom/jodendom/islam enzovoort: waar gaan die eigenlijk over), maar ook alle varianten. Van de monofysitische Kopten (uiteraard krijgt Theo te horen wat monofysitisme is: Christus had slechts één, goddelijke, natuur) tot en met het calvinisme, als het over het christendom gaat.

Wat Clément over het calvinisme vertelt, kan ik het beste verifiëren en dan valt me dat, eerlijk gezegd, niet mee. Calvijn wordt geheel en al, en daardoor veel te beperkt, beschreven vanuit de leer van de verkiezing en verwerping. Bovendien zou hij in Genève 'onverwijld een eigentijdse goddelijke republiek' hebben willen stichten: het al 'twee keer mislukte Jeruzalem'. Dat is allemaal, zacht gezegd, wel wat heel kort door de bocht.

Maar Calvijn is dan ook duidelijk niet de favoriet.

Waar de voorkeur van de schrijfster wel ligt, wordt geleidelijk duidelijk, doordat het al reizende steeds beter met Theo gaat. De eerste omslag in de goede richting vindt plaats in Egypte als Theo tijdens een zar-ceremonie in trance raakt en hem een tweelingbroer verschijnt. In zijn lichaam, zo blijkt daar, huist een boze geest. Een diagnose uit wat hier gewoonlijk als 'het alternatieve circuit' wordt aangeduid, die verder wordt uitgewerkt in India, waar een vrouwelijke dokter via Tibetaanse diagnose het vermoeden uitspreekt dat 'een onderaardse geest aan Theo's gezondheid knaagt'.

Wat blijkt? Theo was de helft van een tweeling, maar zijn zusje is bij de geboorte gestorven. Zijn moeder heeft hem dat nooit verteld. Door zijn ervaringen met de mystiek en een heel andere, niet-Westers/rationele, maar veel psycho-somatischer benadering van zijn ziekte, voelt Theo geleidelijk aan in zichzelf, dat de oorsprong van zijn leven de dood van een ander heeft betekend. Als zijn moeder hem daar na lang aandringen tenslotte over vertelt, staat niets zijn genezing meer in de weg. Maar niet alleen Theo, ook zijn tante Martha blijkt genezing te behoeven. Pas na een trance-ervaring in Afrika kan zij eindelijk de rouw om de dood van haar man achter zich laten en een nieuw leven beginnen.

Zo krijgt de zoektocht van Theo en zijn tante naar het hoe en wat van de religie een buitengewoon positief slot: godsdienst overwint de dood. Met als klap op de vuurpijl, dat Theo's moeder bij thuiskomst ook nog opnieuw zwanger blijkt, waardoor Theo eindelijk het zusje krijgt dat hem bij zijn geboorte ontviel.

Maar, zo is de boodschap van dit, al met al toch even interessante als wonderlijke boek, vergis je niet. Niet iedere godsdienst is levensbevorderend. Integendeel, in heel veel godsdiensten zijn het vooral moord en doodslag geweest, die de boventoon voerden. Veel begrip is er voor die godsdiensten niet: ze worden op de wijze van een encyclopedie beschreven. Meer omwille van de algemene ontwikkeling dan om er beter van te worden.

Betrokkenheid is pas te merken bij die religieuze varianten, die in staat zijn onbewuste, diepere lagen van de menselijke ziel aan te boren door trance-ervaringen en mystiek. Theo was gestorven als hij aan de Franse medische stand met haar rationalistische wetenschapsbeoefening was overgelaten. Dat hij leeft, heeft hij te danken aan trance, mystiek en gevoel voor karma.

Je hoeft de schrijfster in die gedachte niet bij te vallen, om toch door haar uitgangspunt gefascineerd te zijn. Want niet alleen Theo overleeft dankzij mystiek, trance en gevoel voor eigen karma. Theo is niet alleen een ziek jongetje, maar ook de religie zelf, die doodziek wordt in intellectueel Parijs, maar herleeft door sheika's, lama's en Afrikaanse genezeressen.

mailIcon print |