recensie Paul van Gageldonk: 'Hand in hand, Op stap met de hooligans van Feyenoord', uitgeverij Nijgh & van Ditmar, prijs: ¿ 29,90
Hoewel ze na verloop van tijd aan zijn aanwezigheid gewend raakten - in de ogen van Feyenoord-hooligans is elke journalist gelijk aan Ajax, dus een vijand - wreven ze hem voortdurend onder de neus, dat hij geluk had gehad. “Want als je met een Amsterdams accent had gepraat, had je het kunnen schudden.”
Twee seizoenen lang trok Van Gageldonk intensief met de harde kern van de Feyenoord-supporters op. Het verslag van zijn belevenissen is te lezen in zijn gisteren gepresenteerde boek 'Hand in hand, op stap met de hooligans van Feyenoord'.
Het was voor Van Gageldonk niet de eerste kennismaking met voetbalvandalisme. Vier jaar geleden trok hij drie maanden met F-siders van Ajax op en publiceerde hun verhaal in Nieuwe Revu. Een stortvloed van reacties van Feyenoord-hooligans was het gevolg. Ze vonden zijn verhaal te eenzijdig en hadden graag ook hùn visie op bepaalde gebeurtenissen in het Ajax-verhaal terug willen zien. “Toen zei ik, wat let jullie, hier is jullie kans.” Tot zijn grote verbazing gingen ze op het voorstel in. Voor hij het wist, zat hij er middenin.
Hij ging mee naar wedstrijden in binnen- en buitenland, naar houseparty's. Ook zocht hij ze thuis en in de gevangenis op. Zo was hij onder andere getuige van de veldslagen in Duitsland en van een steekpartij in Twente.
Volgens Van Gageldonk is het voetbalvandalisme tegenwoordig niet meer typisch iets voor jongeren die een moeilijke jeugd hebben gehad. “De Feyenoord-hooligans zijn van alle leeftijden, van allerlei pluimage en ze komen uit alle milieus. Dat maakt ze meteen uniek. Een van hen heeft bijvoorbeeld een hele goede baan op het ministerie van defensie. Overdag loopt hij altijd in een driedelig pak met stropdas. Ook hem heb ik in de hekken zien hangen.”
“Veel van de hooligans leiden een dubbelleven. Vooral de jongens met een baan. Ik heb meegemaakt dat ze zich een paar dagen voor een interland-wedstrijd ziek meldden, voor het geval ze opgepakt werden en niet op tijd thuis konden komen. Eenmaal terug op het werk worden ze dan door de baas begroet met: 'Fijn dat je weer beter bent'. Niemand die het door had.”
“De vandalen zijn in de eerste plaats Feyenoord-fan in hart en nieren. Ze hebben liever dat Feyenoord elke wedstrijd wint zonder rellen, dan dat hun club elke wedstrijd verliest met rellen. Het is een misverstand om te denken dat deze supporters alleen maar voor de rellen naar een wedstrijd gaan. Ze weten nooit van tevoren of het een veldslag wordt, maar ze zijn er wel op voorbereid.”
Hij vindt het verbazingwekkend hoe gemakkelijk deze jongens over wapens praten. En helemaal hoe gemakkelijk sommigen van hen ze ook gebruiken. “Dat er in de afgelopen jaren niet meer dan één dode is gevallen tijdens rellen, is voor mij een raadsel. Ik heb in Twente gezien hoe iemand werd neergestoken. Niemand die er ook maar een woord over wisselde op de terugreis. Het is voor hen de normaalste zaak van de wereld.” Volgens Van Gageldonk past voetbalvandalisme een beetje in de jongerencultuur van nu. “Ze houden van dezelfde muziek, vooral gabberhouse, van voetbal en boven alles zijn ze grensverleggend bezig, constant op zoek naar een kick. Hij spreekt van generatie-hooligans. De jonge vandalen, waar we nu mee te maken hebben, zijn bezig met een inhaalrace. Ze kennen de verhalen van de ouderen en willen zich bewijzen. Ging het vroeger nog met de vuisten, nu gaat het met grover geweld.”
“Niet alleen tijdens wedstrijden zijn ze bezig hun club te verdedigen. Hun hele leven bestaat er uit. Zo worden bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse boodschappen de pakken Ajax-vla in de schappen naar achteren geschoven en de Feyenoord-pakken naar voren. Ook hun vakanties staan helemaal in het teken van Feyenoord. Zomers trekken ze met z'n allen naar Lloret de mar. Voordat ze afreizen, controleren ze eerst of er ook Ajax-hooligans zijn. Eenmaal ter plekke is het een kwestie van aan voorbijgangers vragen hoe laat het is. Antwoord iemand in een duidelijk Amsterdams accent, dan zijn de rapen gaar.”
Hij voorziet dat het voetbalvandalisme in de toekomst steeds verder toeneemt. “Voetbal is nu een beetje de nieuwe religie voor jongeren.” Vooral het verbale vandalisme ziet hij groeien. “Ze merken dat er op gereageerd wordt en dat vinden ze prachtig. Ze weten ook dat niemand het verbale geweld kan lokaliseren. Je arresteert niet duizend man.” Wel denkt hij dat het fysieke geweld in de stadions zal afnemen. “Dat gaat zich op steeds kleinschaliger gebied afspelen. Tijdens vakanties en bijvoorbeeld op avonden van supportersverenigingen.”
“Daar zit echter wel een maar aan. Het idee om het politieapparaat door clubstewards te vervangen in de toekomst, moet dan niet worden doorgevoerd. Hoewel de jongens totaal geen respect voor de politie hebben, ben ik ervan overtuigd dat het politieapparaat wel nodig is om ze tegen te houden. Als je daar een moderne versie gaat neerzetten van een Crooswijk-suppoost, walsen ze er zeker zo overheen.”
“Er is maar een manier om de rellen buiten het stadion en directe omgeving te houden en dat is de represaille van het algehele stadionverbod. Dan raak je ze recht in het Feyenoord-hart. Een leven zonder Feyenoord is voor hen niet mogelijk. Net zo min als een leven met Ajax-supporters. Voor de harde kern bestaan er maar drie soorten mensen: Feyenoorders, joden en vrienden van de joden.”
De eerste keer dat hij midden in 'het rellen' belandde, was in Twente. Vooraf was er al veel aandacht in de media geweest over op handen zijnde rellen. Er zouden hooligans uit Duitsland komen van de voetbalclub Schalke 04 om samen met de Twentse vandalen te vechten tegen de Feyenoord-hooligans. “Toen ik in het stadion zat, dacht ik: hier kan niets gebeuren, er was zo veel politie op de been. Maar tot mijn stomme verbazing, deed de politie vijf minuten voor het einde van deze beladen wedstrijd, de hekken open en gaf de Feyenoorders zo ruim baan op te rukken naar het plein voor het stadion. Daar stonden de Duitse en de Twentse hooligans ze al op te wachten. In een mum van tijd was er een ware veldslag aan de gang. Pas na een minuut of tien werd er ingegrepen, maar toen was het kwaad al geschied: er was een Duitse vandaal neergestoken.”
“Zo'n rel is niet iets wat zomaar in ze opkomt. Al dagen voor een wedstrijd zijn ze aan het voorbereiden. Ze gaan na wat er bij voorgaande wedstrijden is gebeurd, overleggen of ze nog ergens wraak voor moeten nemen, en bellen zelfs met de hooligans van de tegenpartij om afspraken te maken. Een week van tevoren ligt er vaak al een heel strijdplan klaar voor het geval dat. Op die manier peppen ze zich als het ware op voor zo'n wedstrijd. Als de dag aanbreekt, zitten ze zo vol met adrenaline, dat er geen andere mogelijkheid meer is dan dat het er uit komt. Ze laten zich meeslepen. Het is een wereldje op zich. En alles speelt zich daarbinnen af: ze zullen de gewone supporters geen strobreed in de weg leggen.”
Van Gageldonk denkt dat op zich in iedereen een potentiële hooligan schuilt. “Het is typisch groepsgedrag: zo'n groep fokt elkaar op en op een gegeven moment komt dat, voordat je het beseft, tot een ontlading. En daar komt bij dat je zodra je met een groep bent, je anoniem bent, dus als het ware anoniem kunt rellen.”
Zelf heeft hij ook gemerkt, hoe snel je je kunt laten meeslepen. Dat gebeurde tijdens een uit-wedstrijd van Feyenoord tegen Heerenveen, vorig seizoen. “Iedereen was opgefokt, en hoewel ik als journalist natuurlijk alleen maar registreerde en nooit meedeed met wat dan ook, voelde ik de adrenaline ook door mijn lijf pompen. Ik was nog maar net in het stadion, of er werd al omgeroepen dat een auto weg gehaald moest worden, omdat die in de weg stond en anders door de politie weggesleept zou worden. Mijn auto dus.”
Toen hij bij de auto aankwam, bleek de auto wel half op een oprit van een boer te staan, maar niet hinderlijk. “Er kon nog makkelijk een auto langs. De man zei echter: “Die auto hoort hier niet, dus haal hem maar weg.” Ik voelde zo'n enorme woede in me opkomen en even kwam de gedachte in me op: als ik nu een hooligan was geweest. . . Toen begon ik iets te begrijpen van de manier hoe gemakkelijk je je kunt laten opfokken. Als me dat was overkomen voordat ik met die jongens in contact was gekomen, was die gedachte niet bij me opgekomen.”
Ook de mensen in zijn nabije omgeving merkten dat hij veranderde. “Ik kreeg thuis te horen: zou je er niet eens mee kappen, want je brengt iets van dat gevoel mee naar huis.” Hij realiseert zich dat zelf ook: “Nu het boek er is, moet ik gewoon een beetje afkicken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.