*

 

In Nijmegen begon de opmars van de supermarkt

HARRIET SALM − 16/01/98, 00:00

recensie Zeker 40 000 kleine kruidenierszaakjes telde Nederland nog eind jaren veertig. Achter de toonbank stonden de kruidenier en zijn vrouw, zij namen de bestelling op en maakten een praatje. Voorverpakking was er nog niet bij, bezorging met de bakfiets aan huis daarentegen heel gewoon, evenals op de pof kopen.

Uit de Verenigde Staten kwam het idee van de zelfbediening overgewaaid. Chris van Woerkom zette tijdens de oorlog een schot in zijn ruime kruidenierswinkel in de Molenstraat te Nijmegen om te voorkomen dat de Duitse bezetters de zaak zouden inpikken. De loze ruimte gebruikte hij om wat spullen voor te verpakken. De tijdwinst die hij daarmee boekte werd door zijn klanten gewaardeerd.

In 1948 zette hij die voorverpakte spullen - zoals koffie, koek en kaas - met een prijs erop geplakt op schappen in de zaak, zodat de klant ze zelf kon pakken. De eerste zelfbedieningszaak was geboren.

Hij kreeg navolging. Dirk van den Broek opende aan het Mercatorplein in Amsterdam zijn eerste supermarktje eveneens in 1948, nadat hij persoonlijk bij Van Woerkom in Nijmegen was gaan kijken hoe het liep. Willem Groenwoudt opende in 1950 een zaak in Bussum, aan de Landstraat. Die kreeg de naam Kijkgrijp, een titel die lange tijd een algemene naam voor supermarkt is gebleven. De eerste zelfbedieningszaak van Albert Heijn ging in 1952 open in Schiedam.

De omslag van kruidenierszaak naar supermarkt kwam eerst wat aarzelend op gang, maar in de loop van de jaren vijftig ging het hard. In 1956 waren er in Nederland al 512 zelfbedieningszaken, in 1961 liefst 2867. Wie durfde over te stappen, haalde al snel hogere omzetten, waardoor de prijzen omlaag konden. De klanten kwamen sneller aangestroomd, waardoor de omzet weer steeg, het was een opgaande spiraal.

De afloop is bekend: de kruidenier is zo goed als verdwenen uit het winkelbeeld, de Aldi's, Albert Heijns, Edah's en C 1000-en hebben het land veroverd. Nederland telt tegenwoordig 6 000 supermarkten.

In het boek '1948-1998, 50 jaar zelfbediening in Nederland' wordt chronologisch het verhaal van opkomst van de supermarkt verteld. Schrijver Gerard Rutte, oud-journalist en tegenwoordig communicatie-adviseur, heeft er een levendig boek van gemaakt, vol interviews met jonge en oude supermarktondernemers.

De supermarktmannen van het eerste uur trokken er begin jaren vijftig op uit. De grootste toer was om een kruidenier zijn toonbank af te nemen, het symbool van zijn waardigheid, vertelt een kenner. Iedereen protesteerde ertegen omdat de kruidenier en zijn vrouw plotseling niemand meer waren. Hun gevoel van veiligheid was weg. Bovendien verdienden velen een goede boterham met hun zaak, dus waarom veranderen? Die conservatieve houding hebben veel kruideniers moeten bezuren met omzetverlies.

Het voorverpakken van de voedingsmiddelen was voor de eerste supermarkten een groot probleem. Co Hermans vertelt dat familie, vrienden en zelfs buren werden ingeschakeld. Om een grote tafel geschaard werd in de eigen woning, vaak boven de winkel, hard gewerkt. “Vreselijk, als je een achterstand had, moest je in het weekeinde of 's nachts doorwerken.”

Er werd overlegd met fabrikanten of de voorverpakking niet in de fabriek al kon gebeuren, maar het kostte veel moeite hen te overtuigen van de winstkansen. Albert Heijn, waarvan de omgeving ook aan het inpakken was gezet, vertelt dat alleen Nestlé, de fabrikant van Maggi (bouillonblokjes) als eerste ertoe bereid was in de jaren vijftig. Bij Verkade (koekjes) of Wessanen (kaas) bijvoorbeeld kostte het veel overredingskracht en tijd voor daartoe werd besloten.

Schaalvergroting speelt een hoofdrol in de daaropvolgende jaren. Niet alleen groeide het aanbod in de winkels, ook het vloeroppervlakte werd steeds groter. En steeds meer bedrijven gingen samenwerken of fuseren. Die trend loopt door, ook in deze tijd.

Aan het slot van het boek worden een aantal huidige supermarktkenners aan het woord gelaten over hun visie op de toekomst. Er zullen nóg meer producten te koop worden aangeboden en de winkels zullen nóg groter worden, stellen zij. Daarnaast voorspellen zij een grote groei vvan verkoop van zogenoemde gemaksvoeding: fast food en kant-en-klare-maaltijden.

Albert Heijn komt aan het einde van het boek als winnaar naar voren, de supermarktketen is marktleider en denkt dit zeker ook te blijven. Bijna een derde van de markt is in handen van Albert Heijn. Tegelijkertijd eist de voortdurende schaalvergroting in de levensmiddelenhandel nog ieder jaar slachtoffers onder zelfstandige bakkers, slagers en groenteboeren. De kleine kruidenier is al zo goed als verdwenen.

In dit boek, dat in opdracht van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de branche-organisatie voor supermarkten werd geschreven, wordt daar in ieder geval niet om getreurd. Een citaat uit het laatste hoofdstuk:

“Je moet niet tegen beter in, in kleine winkels blijven investeren. Het is een maatschappelijke ontwikkeling, dat consumenten gewoonweg behoefte hebben aan grotere winkels, waar je én gemakkelijk kunt parkeren én waar je brede en diepe assortimenten én service én lage prijzen én langere openingstijden vindt. En dat gaat nu eenmaal beter met grotere supermarkten dan met kleinere.”

mailIcon print |