recensie Milan Kundera: De traagheid. Vert. Joop van Helmond. Ambo, Braan; 137 blz. - ¿ 29,90.
Wat moet je met zo'n citaat halverwege het boek? Kundera lijkt erom te vragen om niet serieus genomen te worden. In 'De traagheid' worstelt de auteur met de vraag waarom het genot van de traagheid is verdwenen. Op de eerste pagina scheurt een motorrijder de auto van de auteur en zijn vrouw voorbij, die een romantisch nachtje wensen door te brengen in een Frans kasteelhotel. Het kasteel waar zich die nacht meerdere avonturen door elkaar af zullen spelen.
Allereerst is daar de achttiende eeuwse novelle van Vivant Denon, waarin een 'chevalier' een liefdesnacht met Madame T. beleeft. Een nacht die de overspelige vrouw tot in het oneindige weet te rekken en zo het vuur der hartstocht hoog weet op te stoken. In hetzelfde kasteel is, anno nu, een congres van entomologen gaande. Vincent, een van de congresgangers, versiert die nacht Julie.
In tegenstelling tot de liefdesnacht van de chevalier en madame T. is deze nacht banaal en platvloers. De geliefden vrijen met elkaar aan de rand van het zwembad, zichtbaar voor iedereen. Beter gezegd, ze doen alsof, louter en alleen om met het moment van bevrediging de omgeving te kunnen imponeren. Maar Julie verdwijnt plotseling en Vincent probeert met een katerig gevoel deze nacht zo snel mogelijk uit zijn geheugen te wissen. Terwijl de chevalier, hobbelend in zijn sjees naar Parijs, nog eindeloos de beelden van die nacht voor zich roept.
“Er bestaat”, betoogt Kundera, “een geheim verband tussen traagheid en geheugen, tussen snelheid en vergetelheid.” En: “Ons tijdperk is verslingerd aan de demon van de snelheid.” Hij voert naast de twee hoofdpersonen dan ook tal van andere clichématige, en tevens humoristische, karakters ten tonele. Zoals de inhoudsloze politicus Berck, die leeft “voor het oog van de camera” en de sullige Tsjechische wetenschapper die denkt dat de wereld in 1968 is blijven stilstaan.
Op het einde van de roman brengt de auteur de verschillende verhaallijnen bij elkaar. De chevalier en Vincent ontmoeten elkaar in levenden lijve, maar komen niet tot enig begrip. De chevalier stapt in zijn sjees en Vincent op zijn motor en scheurt de roman weer uit, op zoek naar vergetelheid.
“Ons tijdperk wordt geobsedeerd door het verlangen naar vergetelheid”, stelt Kundera daarop. “En om dit verlangen te bevredigen, geeft het zich geheel over aan de demon van de snelheid; het versnelt de pas omdat het ons te kennen wil geven dat het niet meer wil dat wij het ons herinneren; dat het zichzelf beu is; dat het van zichzelf walgt; dat het het flakkerende vlammetje van de herinnering wil uitblazen.”
Kundera zou Kundera niet zijn geweest als hij platte seksscènes niet had afgewisseld met politieke denkbeelden, humor, een vleugje filosofie en de lezer bij tijd en wijle niet op het verkeerde pad had weten te zetten met (soms flauwe) literaire kunstgrepen (zoals de pratende zelfstandige pik van Vincent).
Ooit zei een hoogleraar in de literatuurwetenschap voor een groot gehoor, dat de boeken van Kundera het vooral goed doen bij mannen van vijftig plus. Niet erg vleiend voor de lezers, noch voor de auteur. Het is waar dat Kundera een meester is in het neerzetten van banale seksscènes en het intrappen van open deuren. Maar hij weet dat stilistisch te verdoezelen; Kundera betoont zich in 'De traagheid' wederom een woordkunstenaar die het ambacht van schrijver tot in de finesses beheerst. En dat maakt dat je als lezer bij Kundera nooit weet waar je precies aan toe bent, vijftig plusser of niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.