The New York Review of Books, het Amerikaanse boekenblad, opent met vier artikelen over religie. In een stuk over de stand in de wedstrijd 'wetenschap-godsdienst' verzucht de journalist dat er nog geen beslissing in zicht is. In een artikel over een boek dat de houding van de pausen tegenover het antisemitisme op de korrel neemt, laat de criticus zich als terloops ontvallen dat het rooms-katholiek gezag het heeft laten afweten tegenover de belangrijkste beproeving van de twintigste eeuw, de vervolging van de joden. Gezakt dus. Een derde artikel heeft de seksuele faux pas van Zenboeddhisten tot aanleiding. Wat in San Francisco en omstreken buiten het echtelijk bed bedreven wordt, is ook in gematigder streken niet ongebruikelijk, en het zijn niet alleen sektarische gemeenschappen die goedgelovig vertrouwen beschamen. De katholieke kerk weet er vandaag alles van.
Toch werpt het boek van de Amerikaan Michael Downing 'Shoes outside the door' dat Frederick Crew bespreekt -ondertiteld 'begeerte, devotie en uitspattingen in het San Francisco Zen Center'- vooral een licht op de escapades van de esoterische leraren die sinds de jaren zestig in Californië praktijk houden. 'Zen en de kunst van het succes' staat er boven dat stuk in The New York Review of Books, en het beschrijft de onstuitbare opkomst en even voorspelbare neergang van zo'n goeroe die vijfentwintig jaar geleden aan boze Amerikaanse studenten en lieve hippies een alternatief geestelijk onderdak bood. Wijsheid uit het Oosten tegen napalm uit het Westen, en de bloemenkinderen sloegen aan het mediteren en aan het verbouwen van onbespoten groente. Onder toezicht van een leraar wiens charisma zijn geilheid en hebzucht evenaarde. Iedereen deed zijn onbetaalde plicht op het land en in het bed van de meester, tot die zijn hand overspeelde en uitstrekte naar de vrouw van een gulle donateur. In het daaropvolgende schandaal ontrolde zich voor de ogen van discipelen en sympathisanten de kluwen van autoritair bestuur en seksuele horigheid. Opeens was iedereen ontzet over de uitzondering die de geestelijk leidsman voor zichzelf had gemaakt als het over sober leven ging. Zelfs de Californische auteur van het artikel is geschokt door het feit dat de meester in 1979 een BMW kocht in plaats van een Amerikaans karretje. Omdat Zenmeditatie zich beter in de Duitse auto liet bedrijven, had hij uitgelegd. Frederick Crew ontgaat het leerstellig verband tussen de slaafsheid van de leerlingen en het despotisme van de leraar, en hij schrijft tevreden dat na de uitdrijving van de dwaalleraar de Zencommune op gezonde voet verder gaat met de propagering van de Japanse variant van het boeddhisme. Een Zenleer, 'die nu verschoond is van zijn erfenis van racisme, seksisme, nepotisme en samenspanning met de Samoerai-moordenaars en imperialistische krijgsheren'. Zou Crew nu werkelijk geloven dat zo'n erfelijke belasting zich niet wreekt?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.