recensie 'Wim heeft Pim gebaard', schreef Paul Scheffer vóór de verkiezingen in Mei. Volkskrant-journalist Jan Tromp kan er in het fotoboek 'De lange mars van Wim Kok' niet om heen dat daar veel van waar is.
Onder de paarse kabinetten 'raakte de PvdA haar idealen kwijt' en ze heeft ze nog niet teruggevonden. En toch, denkt Tromp, gaan we Kok - 'de man die al 53 was toen hij nog 32 was' - nog missen. Toen Tromp zijn in mineur eindigende voorwoord bij deze biografie in foto's schreef, kon hij nog niet weten dat de ergsten onder de 'brutale en vraatzuchtige rioolratten' die ná Kok kwamen, hun kabinet in razend tempo zouden verwoesten en zichzelf tot de aftocht zouden dwingen. Blijft staan dat 'degelijkheid en echt fatsoen' in terugblik heel snel 'een nieuwe glans' hebben gekregen, dankzij die 'rioolratten'.
De foto's van de jonge Kok, de vakbondsman in opkomst met de lange krullen, suggereren in retrospect een rebelse start. Ten onrechte, legt Tromp uit. Wim Kok was altijd voorzichtig, altijd tegen 'breken', genuanceerder en gematigder dan 'de werkvloer' graag hoorde. Hij lijkt, stelt Tromp vast, in temperament op de CDA'er Jan de Koning. Diens lijfspreuk: ,,Als niet kan wat moet, dan moet maar wat kan' had al in de jaren zeventig heel goed boven het theetafeltje van de Koks gepast. De latere premier Kok werd zelden zo chagrijnig als wanneer men hem aan de kop zeurde over het gebrek aan 'visie'. Die kracht - hij was nooit iemand anders dan hij was - werd zijn zwakte, erkent Tromp spijtig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.