*

 

'De Erfdragers' biedt hilarische maar sombere kijk op de mens

Hans Oranje − 06/11/99, 00:00

opinie 'Wilt u zitten, ik kan staan': 'wilt u gillen, ik kan slaan'. In dit soort van uit het niets opduikende dialoogjes is Peer Wittenbols buitengewoon behendig. Het laatste stuk van deze productieve toneelschrijver, 'Erfdragers', wordt, zoals veel van zijn eerdere werk, gespeeld door de Maastrichtse theatergroep De Federatie.

De voorstelling verdient wat extra aandacht, omdat regisseur Rob Ligthert en schrijver Wittenbols zijn uitgenodigd in het nieuwe Kunstenplan de leiding van Theater van het Oosten op zich te nemen. Even abrupt als Leonard Frank enkele jaren geleden in Arnhem de touwtjes in handen nam, valt nu het podium weg voor een regisseur die er ook niet in is geslaagd de oostelijke theatervoorziening van haar provinciale trekjes te ontdoen. Ik ben benieuwd of de theatrale levendigheid van Maastricht, met haar twee opvallende gezelschapjes Het Vervolg en De Federatie, naar Arnhem zal overslaan.

Voorlopig is het wel zo dat 'De Erfdragers' een vaak hilarische, maar in de grond toch somber-Wittenbolsiaanse kijk op de mens biedt. In het familiebedrijf De Frel, een wasserij van hotellinnen (voor ú Schoon en Snel) ontbreekt een troonopvolger en de stamvader, die de ouderdom ziet naderen, is vastbesloten daar iets aan te doen.

Maar de ene dochter, Leida, is ongehuwd, en de andere, Moena, heeft een man van het type 'wil wel, maar kannie'. Dat wil zeggen, Stan kan van staal zijn in bed, maar zijn zaad wordt er geen ietsjepietsje vruchtbaarder van.

Het familieleven wordt niet weinig verlevendigd door Leida's dochter Vere, die weliswaar geestelijk gehandicapt is, maar de handeling met haar scherpe observaties trefzeker naar de catastrofe leidt. Als een doem waart het onuitgesproken vermoeden rond dat Vere de vrucht is van de incestueuze relatie die Papa De Frel (Hans Hoes) met zijn dochter (Oda Spelbos) heeft gehad.

De dramaturgisch voor de hand liggende oplossing voor de erfopvolger is natuurlijk dat Wittenbols een figuur van buiten introduceert, de blonde en viriele Felix (Remco Melles) die in een geheim bondje met papa en Moena (Anne Martien Lousberg) tegen betaling zijn sperma warm in een jampotje komt deponeren voor dat arme, holle lijf dat hap-hap-hap al zes jaar smacht naar wat die staalhamer van een Stan (Marcel Hensema) maar niet voor elkaar kan timmeren.

Wittenbols volgt opmerkelijk strak het grondplan voor een Griekse tragedie: na de vreugde van Stan dat hij toch vader blijkt te kunnen worden, volgt de catastrofe als Felix geld en zijn geliefde-op-afstand wil zien. Taalkundig is de tekst bijna volledig tot one-liners, zelfs half-liners of geïsoleerde woorden geknipt; dat wordt soms eentonig.

Het stalen wasserij-decor van Matt Vermeulen met deuren die maar open en dicht klappen om in volstrekt zinloze handelingen karren wasgoed op en af te rijden, zet mooie absurde accenten, zoals Vere (Marieke van Dijk) dat doet met haar onzinnig-lichte versjes: 'Denk niet bij het laatste vel, die na mij komt die redt het wel'. Probleem blijft, ondanks de rappe handeling en het virtuoze spel dat ik althans geen idee had waar het met dit familiedrama naar toe ging. Het eindigde gewelddadig, maar de zin daarvan ontdekken kon ik niet.

mailIcon print |