*

 

Geen idealen meer, maar aids en XTC

NANDA ROEP − 03/02/96, 00:00

recensie Liesje Schreuders, Aan de wilde kant. Uitgeverij Nijgh en van Ditmar 159 pag., ¿24,90

De veertienjarige Anna-Lena Pedkowski is een puber die kritisch naar haar leefwijze begint te kijken. Ze wil andere, nieuwe manieren ontdekken en zet zich af tegen de gang van zaken in haar ouderlijk huis.

Lena's intellectuele vader Ilja en haar stiefmoeder Marjan zijn nooit losgekomen van de jaren zestig waarin zij in hun communistische overtuiging het Maagdenhuis bezetten, protestacties voerden en naar Bob Dylan en The Stones luisterden. “Ze weigerden de strijd op te geven, terwijl hij allang verloren was.”

De ouders zijn zo druk bezig met zichzelf en hun vrienden, dat ze nauwelijks aandacht hebben voor de kinderen. Lena haalt haar vijfjarige halfbroertje van school en kookt sinds haar negende regelmatig voor het gezin. Lena weet alles van de Partij, kent sinds haar zevende de Internationale uit haar hoofd en kan met haar ouders pittige politieke discussies voeren. Maar hoe duur een enkeltje Utrecht is, bijvoorbeeld, weet ze niet.

Op uitnodiging van haar neef Frederik vertrekt Lena naar Utrecht, zonder haar ouders in te lichten. Daar belandt ze tussen studenten, die tot diep in de nacht drinken en feesten. Wanneer ze na een week teruggaat naar Amsterdam, vraagt Frederik haar een brief te geven aan zijn vriend Peter, die in een kraakpand woont. In dat kraakpand blijft Lena wonen. Bij haar ouders gaat ze nog slechts op bezoek.

Knap aan het verhaal is dat Schreuders heel treffend de hang naar zelfstandigheid en de vertwijfeling van een puber beschrijft. Aan de ene kant wil ze graag naar huis, maar zodra ze daar is, wil ze weer weg. Ze vindt dat haar geheel onterecht wordt verweten dat ze de sfeer verpest en dat haar vader haar niet serieus neemt. Met teksten als: 'Wil je niet zo'n toon tegen me aanslaan,' en: 'Ik ben veertien hoor,' schetst Schreuders een tafereel dat voor menig gezin herkenbaar is.

Maar wat Schreuders misschien nog treffender beschrijft, is de teloorgang van de protestgeneratie en de aflossing door de Nix-generatie die in geen enkel ideaal gelooft. Zij maakt af wat veel jonge schrijvers steeds al willen zeggen. Het communistische decor is daarvoor perfect. En Schreuders weet waarover ze praat, want haar vader, Gijs Schreuders, was hoofdredacteur van het communistische blad De Waarheid, dat niet meer bestaat.

Er waren geen revoluties meer, geen aanplakbiljetten in fel rood of geel, geen jonge, progressieve hoofdredacteuren. Zielig waren de nieuwe hippies uit mijn klas. Er waren geen Beatles, nauwelijks Bob Dylan, geen blote meisjes in de vijver van het Vondelpark, geen denderende mensenmassa's en toespraken van vurige linkse mensen. Zielig waren de vurige linkse mensen anno nu. Er was aids en XTC. Er was maar weinig keus.

Haar leeftijd in ogenschouw genomen, verdient Schreuders een diepe buiging.

mailIcon print |