recensie Van 17 juni tot 29 juli 1870 bracht François HaverSchmidt - de dichter Piet Paaltjens - met zijn gezin de zomervakantie door in hotel Beekhuizen bij Velp. Elke dag schreef hij een versje, waarin de belevenissen van die dag werden samengevat. 'Tot overmaat van zegen / Weer een nieuwe voorraad regen.'
Het boekje waarin hij ze schreef en waarin hij ook een paar aardige tekeningetjes maakte, noemde hij 'Souvenir Beekhuizen'. Het is nu voor het eerst integraal uitgegeven, waardoor we een aardige indruk krijgen van wat de familie er heeft meegemaakt. HaverSchmidt heeft in Oosterbeek het graf van Van Lennep bezocht, die in 1868 was gestorven. 'Terwijl de anderen uit wandlen zijn gegaan,/ Heb ik bij Van Lennep's graf gestaan. / Zacht ruste 's mans asch! Maar mag ik het zeggen, / Dan logeer ik hier liever, dan daar te leggen.'
John Jansen van Galen heeft in de zomer van 1998 de plekken opgezocht waar HaverSchmidt in zijn versjes over rept en in dat verslag heeft hij de levensbeschrijving verweven van deze melancholieke dichter-dominee en ook persoonlijke herinneringen verwerkt aan zijn eigen jeugd in Velp en omstreken. Veel aandacht besteedt hij aan de lotgevallen van hotel Beekhuizen en aan het daarmee verbonden treurige lot van Johannes Kant, de zoon van de huidige eigenaar van de plek waar het hotel heeft gestaan. Hij brengt listig een soort parallel aan met HaverSchmidts zelfgekozen einde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.