*

 

KIJK DIEP IN JE TELEVISIEEen Antwerps evangelie van Jan Vanriet en Benno Barnard

ROB SCHOUTEN − 15/09/95, 00:00

recensie Jan Vanriet/Benno Barnard: Volgens Johannes. Lannoo, Baarn; 112 blz. - ¿ 84,50.

't Is een uitgesproken veelkleurig geheel geworden; naast de 35 schilderijen en het gedicht zijn een inleiding van de Vlaamse theoloog Maurits Sabbe en de volledige tekst van het Johannes-evangelie in de Willibrordvertaling van 1992 opgenomen.

In zijn inleiding schetst Sabbe het spanningsveld dat zijns inziens in de titel besloten ligt, de betekenis van 'Volgens Johannes' strekt zich uit van het strikte 'op grond van Johannes' tot het rekkelijker 'naar Johannes' visie'. En zo is het ook hier, de schilderijen van Vanriet zijn onmiskenbaar geïnspireerd op de teksten van het Johannes-evangelie en verwijzen daar ook steeds naar. Het lange gedicht van Barnard daarentegen neemt veel meer afstand van het evangelie. Hij geeft een eigen dichterlijk verhaal, dat zeker niet zonder meer als een geseculariseerde versie van het Johannes-evangelie kan worden beschouwd.

Dat juist het Johannes-evangelie de twee inspireerde, is niet vreemd. Het is immers een van de meest 'literaire' boeken van het Nieuwe Testament, poëtischer en persoonlijker dan de andere, zogeheten 'synoptische', veel meer samenvattende en feiten opsommende evangelieën. De eigen herinneringen van 'Johannes' (wiens auteurschap overigens niet vaststaat) en zijn persoonlijke interpretaties spelen een grote rol, in dat opzicht gedraagt de auteur zich als een echte literaire schrijver.

Bovendien lijkt de aanhef haast op een literair programma, en het heeft dan ook een van de meest ge- en misbruikte bijbelteksten in de literatuur geleverd: “In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God”. En dan verder: “Ja, het woord is vlees geworden!”. Gefundenes Fressen voor kunstenaars. Geen toeval dus dat deze oude literaire tekst voorwerp werd van een nieuwe kunstzinnige interpretatie.

In vijfendertig schilderijen ('acryl en aquarel op Koreaans hanjipapier en gemaroufleerd op doek, soms met linodruk en opgehoogd met pastel', leer ik uit het colofon) reageert Vanriet op Johannes. 't Is voornamelijk werk van subtiele effecten. De combinatie van vlekkerige aquareltechniek met fijne tekenlijnen en het ietwat gothische effect van de linodruktechniek, allemaal geen nieuwe combinaties trouwens, heeft in de eerste plaats een poëtische werking.

Of het nu aan het evangelie ligt of aan Vanriet kan ik niet helemaal beoordelen, maar zijn werk maakt vooral een rustieke, ondramatische indruk. Niet toevallig laat hij zich bijvoorbeeld zelfs inspireren door wat in de bijbeltekst niet meer dan een soort Natureingang lijkt, Johannes 6,16: “Toen het avond geworden was, daalden zijn leerlingen af naar het meer”. Of hij maakt van een dramatisch gegeven iets idyllisch. Bij de op overspel betrapte vrouw uit het achtste hoofdstuk van Johannes schildert hij een liggende naakte vrouw die het gelaat bedekt, met een subtiele, haast overspelige, naaldhak aan een voet.

Het verband tussen de tekst en het schilderij is veelal indirect en suggestief. Het kruisigingstafereel bijvoorbeeld is nauwelijks als zodanig te herkennen; in het helle geel (geel en blauw zijn hier Vanriets prominente kleuren, zo komt het rood van Judas' verraad als een heuse schok) zie je niet meer dan een vage en vlekkerige tors, een wegdraaiende arm van een van de moordenaars en drie rode bloedvlekken. Een interessante visie op een in de kunstgeschiedenis tamelijk 'overexposed' tafereel. Door zijn stijl en interpretatie trekt Vanriet de zware accenten uit het evangelie.

Karakteristiek is zijn versie van de verloochening van Christus door Petrus. Hij laat een slanke, welgeklede, 'affe' heer zien met een dunne sigaret tussen de vingers. Alleen gaat deze nette man met gesloten ogen zwaar gebogen onder iets onnaspeurlijks dat alleen Johannes 18,25 openbaart.

De pendant-tekst van Barnard 'De schipbreukeling', steeds tegenover de prenten afgedrukt, heeft zich veel verder van Johannes verwijderd dan Vanriet zich dat in zijn schilderijen permiteerde. Ik heb de indruk dat de schrijver zelfs de picturale versies van Vanriet nauwelijks bij zijn gedicht betrokken heeft. Dat de tekst daardoor ten opzichte van zowel bijbeltekst als schilderijen iets willekeurigs houdt, maakt het tegelijkertijd ook spannend.

In 'De schipbreukeling' stelt de schrijver zich op als een soort rapporteur van het bestaan van zijn vriend en alter ego Garcia, een passant die in de havenstad Antwerpen rondboemelt en er tenslotte ook komt te overlijden. Een heel verre overeenkomst met het verhaal van Johannes en Jezus is er wel en Barnard heeft ook overduidelijk het deels Joodse karakter van de stad Antwerpen geëvoceerd, maar het heeft toch weinig zin om steeds naar de passende globale parallellen te zoeken.

Wel heeft de dichter zich op gezette tijden, meer dan door het hele Johannes-evangelie laten leiden door de teksten die Vanriet eruit selecteerde. Zo lezen we tegenover het schilderij over de wonderbare spijziging aangaande de Antwerpse bevolking: “Zakenlui zuigen in restaurants de ziel uit zes oesters”; en dalen de discipelen af naar het meer, dan zit men bij Barnard aan de kade; de opwekking van Lazarus wordt weerspiegeld door de poging een dronken jongeman te wekken en een bijbeltekst als “Wie wel door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen” (Johannes 10,2) wordt in het seculiere Antwerpse kroegleven alsvolgt uitgebeeld:

Iemand zei dat niemand met zichzelf alleen kon zijn. Hij die dit zei was als een herder van het denken: vanavond nog zat ik in het café te blaten om een vrouw en te vergeten dat ik nog vanavond dood moest gaan. Zo kwam de nacht, de nacht vernietigde de burgerij en ik was zelf de burgerij. Ik schrijf dit om te zwijgen tegen jou...

Me dunkt dat Barnard zich vooral door de beelden en de taal van het bijbelse origineel heeft laten inspireren, veel meer dan door de inhoud of de strekking. Misschien is dat ook maar beter; een haast één-op-één- verhouding (zoals bijvoorbeeld Joyce's Ulysses' tegenover de Odyssee van Homerus bewaart) zou vooral aardig voor cryptogrammenoplossers zijn geweest.

Bij Barnard wandelt niet een tegenvoeter of moderne variant van Christus over het water maar we lezen: “Zo / wandelde over het water de zwaarmoedigheid van de Linkeroever”. Het verband is hoogstens metaforisch.

De eigenlijke hoofdpersoon van het gedicht is de stad Antwerpen, waarin Barnard zijn eigen omgeving atmosferisch portretteert. Men herkent zelfs collega-schrijvers:

Bij het Museum van Schone Kunsten stonden de advocaat die zeventien was gebleven, de grote schrijver over het verdriet (het geesteskind van zijn zo grote oeuvre) en de schilder van het woord.

Zo bouwt Barnard zijn privé-mythologie met zo nu en dan een duwtje van het Johannes-evangelie, bijvoorbeeld als hij een beroep op vriendschap doet:

Antwoord mij alsjeblieft, zeg iets terug. maar jullie geven geen antwoord, jullie zwijgen alleen in de verte, en het zwijgen komt niet dichterbij.

Lang niet altijd zijn zulke associaties, als deze met de scène in de Hof van Gethsemané, zo onmiskenbaar. Toch heeft de kern van het gedicht tenslotte wel iets dat zich met een al dan niet goede boodschap laat vergelijken. Je kunt het namelijk lezen als een cultuurhistorisch bericht, een gedicht over de verhouding literatuur-werkelijkheid, poëzie-actualiteit:

Niet de tijd in de krant is verschrikkelijk, noch het noodlot van onze apocalyptische ander of de geschiedenis van het jaar 5760 in Antwerpen. Lees alsjeblieft geen poëzie en kijk diep in je televisie, want de tijd zelf is verschrikkelijk.

Zo levert deze literaire sector van dit wonderlijke samenwerkingsverband op een geheimzinnige, onderaardse wijze toch nog commentaar op dat merkwaardige, lyrische evangelie van Johannes, waarin de feiten gesublimeerd zijn en de geschiedenis verdicht, ongeveer zoals in 'De schipbreukeling' de realiteit overspoeld raakt door de poëzie.

mailIcon print |