*

 

ROTTERDAM Muurplanten

REMCO POLS − 14/09/94, 00:00

recensie 'Muurplanten in Rotterdam', van 15 tot en met 29 september in het Natuurmuseum, Westzeedijk 345, Rotterdam. Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur, zondag van 11.00 tot 17.00 uur. De lezingen op 15 en 22 september beginnen om 20.00 uur. 'Muurplanten in Rotterdam', 63 pag., geïllustreerd, Fl. 14,50.

In de ochtend van zaterdag 9 oktober 1993 betrad Remko Andeweg, botanicus bij de dienst Gemeentewerken Rotterdam, samen met twee alpinisten de oude spoorbrug over de Nieuwe Maas.

De brug stond op het punt gesloopt te worden. Andeweg was bezig met een onderzoek naar het vóórkomen van muurplanten op de kademuren van zijn stad. Hij wist dat de pijlers van de brug begroeid waren met varens en wilde die redden voor het nageslacht.

Nu ja, redden; de meeste planten die hij verzamelde kunnen we, brand en diefstal daargelaten, over vijf eeuwen nog bekijken. Ze zijn gedroogd en zullen worden opgeslagen in het herbarium van het Natuurmuseum in de Maasstad. Maar voor ze daarin verdwijnen, zijn ze daar twee weken voor het publiek te zien.

Behalve gedroogde planten toont de expositie ook levende exemplaren. Rotterdam blijkt een verrassend grote hoeveelheid muurplanten te herbergen. Andeweg verzamelde er zestien: veertien varens, de gele helmbloem en de muuurleeuwebek. Voor één van de varensoorten, de zeldzame zwartsteel, is de Maasstad zelfs een van de weinige groeiplaatsen in ons land.

De expositie besteedt ook aandacht aan de bescherming van de muurplant en er zijn twee lezingen. Morgenavond doet Remko Andeweg verslag van zijn onderzoek en een week later is de beurt aan een Amsterdamse collega: Ton Denters, stadsecoloog in de hoofstad en auteur van een onlangs verschenen boek over wilde planten in en om Amsterdam.

Ook Andeweg schreef een boekje, met dezelfde titel als de tentoonstelling. Het is het eerste deel van een door het Natuurmuseum te verzorgen stadsecologische reeks.

De lezer zal er het verslag van de tocht naar de pijlers van de oude spoorbrug overigens in missen. Dat verscheen eerder in Straatgras, het blad van het Natuurmuseum. Andeweg beschrijft daarin wat zijn aplinisten naar boven haalden.

“Soms waren in zo'n wortelkluit meerdere varensoorten onontwarbaar dooreen gegroeid, waardoor uit losse individuen een echte vegetatie ontstaan was.”

Een aantal van deze kluiten overwintert nu in een kas. Als ze dat overleven zullen ze komend voorjaar worden uitgeplant in de botanische tuin op het Afrikaanderplein.

mailIcon print |