*

 

De fictieve biografie van Kim Sakkat

HUGO POS − 07/02/97, 00:00

recensie Yi Munyol: De dichter. Uit het Koreaans vertaald door Harry Sihan. Meulenhoff, Amsterdam; 192 blz. - ¿ 36,90.

Bij een opstand kiest de grootvader de kant van de verteller, loopt dan weer over en wordt als verrader ter dood gebracht. De doodstraf voor verraad diende op drie generaties te worden voltrokken, maar dit keer wordt het leven van de vader en diens kinderen gespaard. Het betekent wel dat het geslacht voortaan verwijderd is uit de hogere klasse en als anonieme armzalige boeren aan de kost moet zien te komen.

De kleinzoon wordt na de dood van zijn vader grootgebracht door zijn moeder, die hem de basisideeën van de literaten meegeeft. Het duizendjarig systeem van het land vereiste trouw aan de koning en kinderlijke toewijding aan de ouders.

Om de terugkeer naar de vroegere status te bewerkstelligen schrijft de kleinzoon bij een examen, dat de toegang moet geven tot het belangrijke staatsexamen, een gedicht waarin hij zijn grootvader verguist. Hij krijgt dan te horen dat hij zijn grootvader verkwanseld heeft. Nu begint de tweespalt in zijn leven pas echt.

Trouw aan de staat en kinderlijke toewijding komen bij hem in conflict. Van dat heen en weer geslingerd worden getuigen zijn gedichten. Het teruggetrokken leven op het land met vrouw en kinderen schenkt hem geen voldoening. Hij trekt naar de hoofdstad Seoul om aan het staatsexamen deel te nemen, maar dat loopt op een mislukking uit.

Past zijn verknochtheid aan terugkeer naar maatschappelijk aanzien wel in het beeld van iemand die besloten heeft als dichter door het leven te gaan, vraagt de schrijver zich af. Hij verschaft zelf het antwoord: Het is overigens meestal niet zo dat het gedrag van mensen het resultaat is van logische redeneringen.

Eerst als hij merkt dat er geen weg open is om door te dringen tot de hogere kringen kiest de dichter voor het zwerversbestaan. Dan draagt hij voor het eerst de grote bamboehoed (sakkat), die zijn onafscheidelijk attribuut zal worden. Zijn poëzie verandert. “Hij die de (strakke) vormen van de literaire kunst ook zag als een deel van de gevestigde orde, brak met de vormen en veranderde die.” Hij wordt een 'volksdichter', tot hij zich begint af te vragen of zijn rol als vertolker van het lijden van het volk alleen maar een voorwendsel was om zijn eigen woede tegen de wereld te uiten.

Ten slotte, na nog talloze wederwaardigheden, zal zijn poëzie nog eenmaal veranderen als hij helemaal opgaat in de natuur. Het is een boeddhistisch slotakkoord, het was een poëzie zonder taal en woorden.

Het is bijzonder jammer dat het boek geen voorwoord is meegegeven. Daardoor komt de lezer niet te weten dat het verhaal de fictieve biografie is van de legendarische dichter Kim Sakkat (1807-1863), over wiens leven vrijwel niets bekend is. Er is meer dat de aandacht vraagt. De vader van de schrijver is vanuit Zuid-Korea naar het vijandelijke Noord-Korea overgelopen. Het is niet beslist nodig om dat te weten, maar het geeft wel aan wat de rol van de grootvader-overloper voor de schrijver betekende. Onbegrijpelijk is waarom op het omslag het fraaie zelfportret van een evenwichtige literaat staat, terwijl we van de getourmenteerde Kim Sakkat iets heel anders mochten verwachten.

mailIcon print |