recensie Morgen barst de Wetenschapsweek weer los. Universiteiten, musea en andere instellingen zetten hun deuren wagenwijd open en nodigen iedereen uit om te komen kijken. Dit jaar is het thema 'Klein en groot': wetenschappers houden zich bezig met atomen en sterren, met bacteriën en dinosaurussen. Een dokter moet in zijn microscoop kijken om te zien waar de patiënt aan lijdt en een archeoloog herleidt uit wat scherven de geschiedenis van een stad.
'Klein en groot' is ook de titel van het boekje dat traditioneel ter gelegenheid van de wetenschapsweek wordt uitgegeven en dat bij alle lezingen, demonstraties en tentoonstellingen te koop zal worden aangeboden. Om een lang verhaal kort te maken: laat het daar maar liggen. 'Klein en groot' is een boekje van niks.
Dat het boekje meer dan driekwart is gevuld met sterrenkunde, is nog tot daar aan toe - dat kun je verwachten als je het laat maken door wetenschapsjournalist Govert Schilling die altijd over dit onderwerpt schrijft. Het is ook vervelend om te lezen; op het ene moment zakt Schilling diep door zijn knieën om iets uit te leggen, één zin later laat hij plompverloren de moeilijkste termen vallen. Maar het ergste is nog wel: het prikkelt niet, er staan alleen maar dooie feiten in die niemand warm zullen maken voor de wetenschap. Al na een bladzijde of twintig bekruipt je het gevoel dat je dit allemaal niet wil weten. Terwijl het juist de bedoeling van het boekje zou moeten zijn dat je er méér van wil weten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.