recensie Gérard van Tillo, Leni Jansen (red.): Bloemen voor de macht, ervaringen, analyses, scenario's, Edmund Husserl-stichting, Amsterdam/ Kok, Kampen, 151 blz. - ¿ 29,90.
Zo blijkt uit een beschouwing van Leni Jansen (andragoloog) en Marian Schaapman (vrouwenstudies), gebaseerd op bestaand onderzoek en aangevuld met de concrete ervaringen van een reeks vrouwen. Hun conclusie: hogere functies zijn nog altijd mannenberoepen, waarvoor vrouwen zich aanmerkelijk meer moeten bewijzen dan mannen om voor 'professioneel' te worden aangezien.
Mannen in vrouwenberoepen hebben het daarentegen een stuk makkelijker. De mannelijke verpleegkundige of secretaresse wordt voor 'beter' en zelfs 'leuker' dan zijn vrouwelijke collega's versleten. De beschouwing van Jansen en Schaapman staat in een onlangs verschenen bundel van de Husserl Stichting over macht zoals die zich manifesteert in de economie, in de media, in de arbeidsverhoudingen en in de wereld van de gezondheidszorg. Voor de verschillende onderwerpen tekenen auteurs als Wolfgang Beck, Arjo Klamer, Gérard van Tillo, Tineke van de Klinkenberg en Mat Knapen. De formule is steeds dezelfde: aan de hand van concrete ervaringen laten zien hoe de machtsverhoudingen liggen. Dat levert een fraaie kaleidoscoop van de macht op, waar een mens overigens niet echt vrolijk van wordt: het blijkt dat de machtsverschillen op al die terreinen groot zijn.
Ironisch genoeg blijkt in de sector waar de macht zich het nadrukkelijkst manifesteert, in de economie, de machtsvraag geen onderwerp van studie te zijn. Voor economen is 'macht' een non-issue, zegt Arjo Klamer. Voor heen telt slechts de vrije markt en daar is de klant, iedereen dus, koning. Misschien ligt daar ook wel de verklaring voor het bestaan van een 'glazen plafond': vraag en aanbod willen nu eenmaal dat de top uit overwegend mannen bestaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.