recensie Verzoening, door C.J. den Heyer. Uitg. Kok, Kampen, 145 blz.
Voor velen is het ondenkbaar en onaanvaardbaar dat er een barmhartige God zou zijn die het bloed van zijn zoon opeist als de prijs voor de gevallen mensheid; bovendien kan menigeen niet geloven dat zijn of haar daden en inborst nou zo bar en boos zijn dat er iemand - Iemand - voor aan het kruis moet. En mocht dat wel zo zijn dan stellen zij deze ongevraagde dienst niet op prijs: zij willen als het per se moet liever zelf betalen voor hun onvolkomenheden. Zingen van “Gij moet sterven (...) duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer” gaat niet meer.
Voor anderen is dit alles een verfoeilijk idee van hoogmoed en zelfverlossing, dat de aanhang nog wel eens een vreselijk koude kermis zal bezorgen. En zonder aarzeling en uit volle borst zingen zij oude woorden als: “Mijn Verlosser hangt aan 't kruis, en hij hangt er mijnentwege, mij ten zegen. Van de vloek maakt Hij mij vrij, en zijn sterven zaligt mij.”
Over het thema verzoening, offer, bloed en kruis hebben mystici, vrome dichters, knappe theologen heel wat geschreven - vooral de laatste categorie in de afgelopen vijftig jaar meer dan in de negentien eeuwen voordien. Zo wil Dorothee Sölle radicaal af van de “sado-masochistische theo-ideologie van een vadergod-als-beul” en ook van het kruis als “necrofiel symbool”. Kuitert heeft zich wel eens afgevraagd: Hoezo verzoening? Is er oorlog? Hij zoekt het meer in de metafoor: zonde, onrecht, geweld zijn 'bloedserieus'. En de Duitse theoloog Moltmann verstaat de kruisiging niet als een genoegdoening aan het adres van een woedende God, maar als Gods ultieme solidariteit met het lot, het lijden, de dood, de eenzaamheid van alle onschuldige slachtoffers van de geschiedenis.
Prof. C.J. den Heyer uit Kampen kent die vragen rondom de verzoening en hij heeft er naar hij verzekert veel op gestudeerd. Maar op een bepaald moment heeft hij al die boeken terug in de kast gezet en alleen zijn nieuwe testamentje op zijn bureau laten liggen met de vraag: wat staat daar nu eigenlijk helemaal over de verzoening? In Verzoening - bijbelse notities bij en omstreden thema doet hij verslag van zijn bevindingen. Hij citeert niet één collega, geeft geen noten, vlooit alleen de evangeliën, Paulus en andere nieuwtestamentische geschriften door.
Eén ding is duidelijk: zo centraal als de verzoening in catechismus en geloofsleer terecht is gekomen, zo centraal staat zij niet in de bijbel, al helemaal niet in de evangeliën. De eerste drie houden zich vooral bezig met leven, werken en woorden van Jezus, voor het vierde evangelie is de menswording het centrale thema. Alleen in de brieven van Paulus komt een sterke nadruk op het lijden en sterven van Jezus.
Den Heyers overwegingen zullen de kloof niet overbruggen tussen Sölle en de liefhebber van Zondag 5 & 6 van de Heidelbergse Catechismus; maar beiden geeft hij genoeg te denken, juist door de wirwar van visies die hij bij de schrijvers van het nieuwe testament aantreft.
De duidelijke taal van het dogma over 'Christus die gestorven is aan het kruis tot volkomen verzoening van al onze zonden' vindt hij in zijn bijbeltje beslist niet terug. Voor Den Heyer houdt dit in dat het indrukwekkende bouwsel van de verzoeningsleer veel te zwaar is voor het bijbelse fundament waar het op meent te zijn opgetrokken. Wat te doen, nu rondom deze leer zoveel conflict, zoveel 'onverzoenlijkheid' bestaat? Den Heyer bepleit niet de oude geloofsvoorstellingen af te schaffen, maar wel wil hij begrip voor wie zich in die bewoordingen en voorstellingen niet meer kunnen vinden. Hij rekent zichzelf tot deze laatste categorie, zegt hij er eerlijk bij. De beelden, die dierbare woorden en liederen van weleer kunnen hem niet meer ontroeren, maar de chaotische veelkleurigheid van de bijbel vindt hij heilzaam, een bron van inspiratie voor het ongewisse avontuur van leven met de God van Israël. Verzoening, niet als een leer van Golgotha eens en voorgoed, maar als een weg door mensen “soms aarzelend, soms opgewekt te gaan”.
Toch heeft het iets spijtigs dat Den Heyer althans mij niet duidelijk maakt hoe hij in het vertoog van zijn ongetwijfeld imponerende boekenkast staat. Zo betoogde in 1992 de Leidse professor Henk Versnel in Trouw uitvoerig dat het hele idee van 'sterven voor' van heidense oorsprong was. Den Heyers voorganger, de oude Herman Ridderbos, ging daar vervolgens stevig tegen in; ook de dominicaan André Lascaris en nog anderen roerden zich. In dat koor, met nog Sölle, Moltmann en blije evangelisten erbij had Den Heyer zijn geluid moeten invoegen, al was het maar omdat ook zijn lezers hun opgewekte weg der verzoening moeten gaan met meer stemmen om hun oren dan die van dat ene Boek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.