recensie 'Geen agenda' heet de nieuwste verhalenbundel van Herman Koch. Onder deze vlag vaart een tiental verhalen die verschenen zijn in onder meer De Gids, Hard gras en zoiets exotisch als het 'Jaarverslag 1996' van het politiekorps Amsterdam-Amstelland.
Even uiteenlopend als hun eerste publicatiekanaal is de kwaliteit van deze tien vertellingen, die alle nuances tussen superieure absurde humor en pure meligheid vertegenwoordigen. Niet alleen om die reden dringt de vergelijking zich op met de satirische producties voor de Vpro-televisie die ontsproten aan het brein van Koch en de twee andere leden van het gezelschap Jiskefet. In Kochs verhalen waarin een 'ik' verslag uitbrengt van zijn tragi-komische worsteling met het leven, zijn ook de verrassende, ietwat surreële plots present die zo 'des Jiskefets' zijn.
Zoals elke goede satiricus is Koch bedreven in het uitvergroten van - groteske - situaties en heeft hij een haarscherp gevoel voor drama. Puberale overdrijving of slappe anekdotiek is daar soms het gevolg van, zoals in 'Kick off 2', waar de zegeningen van de gelijknamige voetbal- cd-rom als substituutdrug voor Wk-verslaafden breed uitgemeten worden. Waarschijnlijk zijn de twee voetbalverhalen in deze bundel en het supermelige 'Droge Sandra' (“Het lot heeft haar in een lichaam gehuisvest dat zichzelf voortdurend moet irrigeren”) alleen genietbaar voor de ware fans van de schrijver.
Subtieler en veel leuker zijn de jeugdbelevenissen van een rijkelijk met fantasie begiftigde 'ik', die een zesde zintuig bezit voor machtsverhoudingen en onrecht al op een kilometer afstand ruikt. Deze amusante verhalen laten zich lezen als ironische variaties op jongensboeken, zoals 'Overval' waar twee achtjarigen de buurt onveilig maken met hun bedriegelijk echt lijkende speelgoedpistooltjes. Of 'Sadoka wil leven', over de vermakelijke opstellen van een jeugdige Herman Koch waarin zijn komische schrijftalent zich al vroeg openbaarde.
In 'Sadoka' zijn de basisprocédés te herkennen van Kochs verhalen, zoals het combineren van contrasterende perspectieven en het gebruik van soms krankzinnige vondsten die een absurde wending geven aan de werkelijkheid. Een mooi staaltje daarvan geeft Koch in 'Schrijven & drinken', het hilarische hoogtepunt van 'Geen agenda'. In dit verhaal is het aandoenlijke relaas opgenomen van het bezoek dat de vijftienjarige Herman Koch in de zomer van 1969 bracht aan zijn oom Ron in Amerika.
Oom Ron, “een klassiek geval van even een pakje sigaretten kopen”, verruilde het leven met vrouw en kinderen voor een met drank doordrenkt bestaan aan de kust van Californië. Niet minder dan subliem zijn die passages waarin de doorleefde Ron zijn onzekere neefje inwijdt in de kunst van het drinken en motorrijden.
Dit neefje heeft overigens zijn onzekerheid gemeen met de jonge jongen die met moeite zijn wankele zelfgevoel in balans houdt in twee andere topverhalen, namelijk 'Geen agenda' en vooral 'Virginie, c'est moi'. Schlemielige vriendinnen met artistieke aspiraties die niet van de grond komen, doen hier dienst als afschrikwekkend voorbeeld voor de 'ik'. Zijn omgang met schrijfster in spe Virginie vormt voor hem een enigma.
Niet zonder boosaardige ironie en zelfspot ontraadselt hij het geheim van de aantrekkingskracht die de Française tegen en wil en dank op hem uitoefent. Een aantrekkingskracht die lijkt te berusten op de schok der herkenning, zodat de titel van het verhaal in meer dan één opzicht Flauberts beroemde uitspraak in herinnering roept: “Madame Bovary, c'est moi. . .”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.