recensie Socrates is wellicht de belangrijkste filosoof uit de geschiedenis, hoewel hij geen letter heeft geschreven. Zijn leerlingen - Plato is de bekendste - waren direct of indirect grondleggers van zeer uiteenlopende scholen, die het westerse denken eeuwenlang hebben bepaald.
Socrates zelf wilde nu juist géén school maken, hij wilde niet een bepaalde leer verbreiden. Het ging hem veeleer om een bepaalde manier van denken, die alleen mogelijk is in de vorm van een gesprek. Uit Plato's vroege dialogen komt zijn denkwijze het best tot zijn recht.
Deze socratische techniek heeft in deze eeuw zelf in zekere zin toch weer 'school' gemaakt, dankzij het werk van de Duitser Leonard Nelson en diens leerling Gustav Heckmann. In Nederland is hun voorbeeld nagevolgd door Jos Kessels, docent wijsbegeerte aan de Universiteit van Utrecht. In 1994 had hij al Nelsons 'De socratische methode' vertaald, nu heeft hij zelf een boek geschreven waarin hij helder uiteenzet hoe deze methode in de hedendaagse praktijk kan worden toegepast. Dat doet hij aan de hand van voorbeelden uit eigen ervaring, want hij organiseert zelf socratische gesprekken binnen bedrijven en instellingen, ter oplossing van problemen in organisatie of beleid. Zijn uitgangspunt daarbij is het moderne concept van 'lerende organisatie'. Het socratische gesprek is geen debat waaruit een winnaar naar voren komt, maar een gezamenlijk onderzoek onder regie van een onpartijdige gespreksleider, een analyse van fundamentele vragen, door het opdiepen en verhelderen van kennis die stilzwijgend altijd al aanwezig was. Kessels vergelijkt zijn aanpak met die van Marcel van Dam in het fameuze programma 'De achterkant van het gelijk', dat als toonbeeld van de socratische methode werd beschouwd. Anders dan Van Dam gaat hij uit van reële ervaringen, niet van hypothetische situaties, en zijn gesprekken zijn niet bedoeld als een flitsend schouwspel; ze verlopen trager maar graven wel dieper.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.