recensie Marjet van Zuijlen: 'Doodgewoon digitaal, over nieuwe media en politiek'. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam. 182 pagina's. Prijs: 29,90 gulden.
Van Zuijlen merkt op dat iedere beslissing omtrent digitale snelwegen nu te lang op zich laat wachten, omdat er zoveel ambtenaren en verschilende ministeries mee te maken hebben. Dat zij zelf heel goed voor die post in aanmerking zou kunnen komen, laat ze blijken uit de rest van het boek. Mediawetgeving, die nu valt onder staatssecretaris Nuis, telecommunicatiewetgeving, het terrein van minister Jorritsma, juridische kanten van Internet en nieuwe media, waar minister Sorgdrager beleid voor maakt, liberalisering van de telecommunicatiemarkt, een kluif voor minister Wijers, en onderwijs, waar Ritzen over gaat; ze heeft het allemaal in haar broekzak. Hoe die ministeries het in de toekomst moeten aanpakken, mocht dat staatssecretariaat niet doorgaan, heeft Van Zuijlen dan ook maar vast opgeschreven.
Staatssecretaris (2)
Dat ze dat heeft gedaan, mag een waar wonder heten. In de Tweede Kamer zat tot voor kort alleen VVD'er Oussama Cheribi op Internet. Die freakte erop los, bezat al in een vroeg stadium drie Internet-accounts en twee homepages, begon een geleide discussiegroep op het gesloten forum Compuserve en wilde dat de overheid zo snel mogelijk miljarden ter beschikking stelde om àlle burgers de kans te geven zich in het elektronische paradijs te manifesteren. De rest, inclusief de mediaspecialisten van de fracties, lieten Cherribi maar wat begaan en bekende regelmatig nog nooit, of misschien één keer onder leiding van de buurman te hebben gesurft. Ze keken erbij alsof ze wilden zeggen dat ze wel wat beters te doen hadden, het land moesten besturen, geen tijd hadden voor computerspelletjes. Maar toen leek dat Internet ook vooral nog een hype.
Later, ongeveer een half jaar geleden, maakte de arrogante houding plaats voor een soort schaamte. Specialisten als Marjet van Zuijlen verscholen zich achter argumenten zoals dat er in de Tweede Kamer slechts één computer was die e-mail kon verwerken. Na een discussie over Internet op de werkplek was besloten dat het de landsbestuurders veel te veel tijd zou kosten om al die berichten van boze en bange burgers te lezen. Ze hadden, inderdaad, wel wat beters te doen dan naar hun achterban te luisteren.
Politici e-mailen kon trouwens wel, maar de fractieleden kregen de elektronisch gestuurde berichten uitgeprint op hun bureau - een dag later. Veel kaas hadden de dames woordvoerders elektronische snelweg in Den Haag toen nog steeds niet van hun onderwerp gegeten. Hoe makkelijk een kind een porno-afbeelding zou kunnen vinden of een perverse geest naakte kinderfoto's kon verkopen via het net hadden ze allemaal van horen zeggen.
Dat kòn natuurlijk eigenlijk niet, want toen al had het land meermalen op zijn kop gestaan vanwege grootse kwesties. Er stond niet alleen kinderporno op het net, en informatie waarmee bommen gemaakt konden worden, ook de Scientology-kerk had toen allang door de rechter laten uitmaken wie er verantwoordelijk is voor informatie op het net: niet de Internet-aanbieder, maar de abonnee. Auteursrechtenorganisatie Buma wilde geld zien voor ieder muziekfragment dat via Internet werd verspreid, hetgeen een discussie over auteursrechten uitlokte. In de Verenigde Staten werd een wet aangenomen - die later ongrondwettelijk werd verklaard - waarin stond dat alles op Internet smetvrij moest zijn en het werd burgers verboden hun elektronische berichten te coderen. De journalistenvakbond lag maandenlang overhoop met de uitgeverswereld omdat geen overeenstemming kon worden bereikt over de auteursrechten op elektronisch verspreide teksten. De problemen rezen, maar de Tweede Kamer had geen enkel zinnig antwoord.
Staatssecretaris (3)
Marjet van Zuijlen heeft zich snel laten bijpraten. Mediaprofessoren, telecommunicatiespecialisten en Internetaanbieders hielpen haar - en haar assistenten, want vier dagen per week werd ze ook in de Tweede Kamer verwacht - een overzicht te geven van de stand van zaken in elektronisch Nederland. Zelf surfte ze ook wat, en raakte in vuur en vlam over het onderwerp waar ze zo kort daarvoor nog een beetje minachtend over had gedaan.
Voor de overheid ziet Van Zuijlen in eerste instantie een leidende rol. Om te beginnen moeten computers en Internet op korte termijn gemeengoed worden op alle scholen, waar dan ook leraren moeten rondlopen die verstand hebben van die zaken. “Op dit moment ontbreekt het elan”, constateert de schrijfster. “Het is geaccepteerd dat de afdankertjes van de belastingdienst veel beter zijn dan de computers waar scholen nu over beschikken. Dat is niet iets om trots op te zijn. De rijksoverheid moet vastleggen dat in het jaar 2000 alle scholen op Internet zijn aangesloten”, verklaart ze stellig.
Behalve op scholen moeten er ook computers en Internet-aansluitingen komen in alle bibliotheken en buurthuizen, zodat ook bejaarden, armen en vrouwen kunnen participeren. Wat dat betreft kan Van Zuijlen blij zijn met het initiatief van de gemeente Amsterdam, die vorige week het plan lanceerde om in de nabije toekomst vijfenzestig Internet-terminals in de stad te plaatsen. Ze komen op straat, in bibliotheken en stadsdeelkantoren te staan en werken tegen gereduceerd tarief op telefoon- en chipkaarten.
Staatssecretaris (4)
Maar niet alleen de toegankelijkheid, ook over de bescherming van burgers moet in een nieuw informatie-tijdperk worden gedacht, vindt Van Zuijlen. Het bedrijfsleven en de Registratiekamer moeten worden gestimuleerd om technieken te ontwikkelen en te gebruiken die het praktisch mogelijk maken de privacy van Internetgebruikers beter te beschermen. Ook moet het wettelijk briefgeheim voor elektronische post gelden, en moet het burgers niet verboden worden hun teksten te coderen, ook al bestaat de mogelijkheid dat criminele organisaties dan ongrijpbaar kunnen communiceren via computers.
Overheden als ministeries en gemeenten moeten bovendien zorgen dat hun dienstverlening ook elektronisch voor burgers ter beschikking komt. “Conform de Wet Openbaarheid van Bestuur moet alle overheidsinformatie die noodzakelijk is voor invloed op en controle van het democratisch proces, gratis en gemakkelijk toegankelijk zijn. Bepaalde categorieën documenten, zoals wetgeving en Kamerstukken, moet de overheid op het net zetten.”
Ook geeft Van Zuijlen haar visie op de publieke omroep, die volgens haar reclamevrij moet worden. En tenslotte krijgt ook de minister van economische zaken de opdracht om te investeren in interactieve diensten via de kabel, zodat Internet en meer moois voor iedereen via de televisie te ontvangen zal zijn.
Diezelfde minister van economische zaken, Hans Wijers, nam eergisteren het eerste exemplaar van Van Zuijlens boek in ontvangst. Uit zijn reactie was te horen dat alle moeite die het PvdA-Kamerlid zich heeft getroost om een samenhangende visie te geven, waarschijnlijk is verspild. “Ik hoop niet dat je het meent, van die staatssecretaris”, zei hij. “In de jaren zeventig was dat een toverwoord voor alle problemen. Dan moest er een staatssecretaris komen en die moest dan onder de verantwoordelijkheid van de minister-president vallen. Ik dacht dat we van die tijd hadden geleerd om het anders te doen.”
Ook het idee om van overheidswege te investeren in tweeweg-bekabeling en set-topboxen, moeilijke termen voor kabels waarmee de consument zelf informatie kan sturen via een decoder die bij de televisie hoort, vond Wijers maar niks. “Het bedrijfsleven investeert al zoveel, dat ons geld beter aan nuttige dingen besteed kan worden.”
“Maar ach”, glimlachte Wijers alsof hij het opstel van zijn dertienjarige dochter besprak, “als er dan toch een staatssecretaris komt, dan moet jij dat maar worden.”
Van Zuijlen glimlachte maar wat terug om die neerbuigende arrogantie. Want als haar voorspellingen uitkomen, dan zal het complete politieke bedrijf in de nabije toekomst veranderen. Met de nieuwe communicatiemiddelen kunnen burgers veel gemakkelijker hun mening geven dan met de oude, denkt zij. “De vraag is wat de overheid in de toekomst nog kan”, schrijft ze dan ook.
Of er echt iets verandert is nog even de vraag. Maar Van Zuijlen is in ieder geval voorbereid en heeft voor alle komende en huidige Internet-problemen haar antwoord klaar. Dat is veel meer dan je van de meeste politici kunt zeggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.