*

 

De pijnlijke traditie op Haïti van moeders controle op maagdelijkheid

ANNETTE KARIMI − 21/02/95, 00:00

recensie “Deze vrouwen zijn flakkerende lichten op de heuvels, de vuurvliegjes in de nacht, de gezichten die dreigend boven je hangen en opnieuw dezelfde afschuwelijke daden begaan die ze zelf hebben moeten doorstaan. Er zal altijd een plek zijn waar nachtmerries van generatie op generatie worden doorgegeven, als erfstukken. Waar vrouwen, als kardinaalvinken, terugkeren om in een poel stilstaand water naar hun eigen gezicht te kijken.” Edwige Danticat, 'Adem, ogen, herinnering.' Prijs ¿ 29,50.

Zij was amper vier jaar toen haar ouders naar de Verenigde Staten vertrokken om daar hun fortuin te zoeken. Ze lieten Edwige achter. Die scheiding bleek later het begin van haar debuutroman 'Adem, ogen, herinnering', waaruit bovenstaand citaat de laatste bladzijden siert.

De schrijfster praat zachtjes, met veel gebaren. Haar donkere ogen turen over de Amsterdamse gracht als ze terugdenkt aan de hereniging. “Het is geen toeval”, zegt ze. De hoofdpersoon Sophie in haar roman leeft tot haar twaalfde bij haar tante op Haïti. Tot plotseling haar alleenstaande moeder in de Verenigde Staten besluit Sophie naar zich toe te halen.

“Dat is het meest autobiografische deel”, zegt de 25-jarige Amerikaans-Haïtiaanse schrijfster. Edwige werd op dezelfde leeftijd met haar ouders herenigd, ook in de Verenigde Staten. Na twaalf jaren in de VS begon ze aan 'Adem, ogen, herinnering'.

“Eigenlijk was ik bang”, vertelt ze over haar drang om te schrijven, “om de herinneringen die in de hoofdpersoon Sophie samenkomen, te vergeten. Ik wist dat ik waarschijnlijk de komende tijd in de VS zou blijven. Er waren verhalen van Haïti die ik wilde bewaren.”

Fictie en haar ervaringen zijn moeilijk te scheiden in de roman. “In mijn boek vallen al mijn herinneringen als stukjes van een puzzel in elkaar.” Een rode draad in de roman vormen de relaties van drie generaties plattelandsvrouwen op Haïti en de mythische verhalen, die zij elkaar als dagelijkse levenswijsheden vertellen.

De schrijfster woonde in de hoofdstad Port-au-Prince bij haar oom en tante. Edwige stelde Sophie samen uit de ervaringen met de plattelandsvrouwen, die ze op Haïti ontmoette, waar het hun voornaamste taak is te zorgen dat het het vrouwelijke nageslacht 'ongeschonden' aan de echtgenoot wordt overgeleverd.

Sober, maar treffend schrijft Edwige over deze benauwende traditie uit haar moederland. De onontkoombare controle van de maagdelijkheid, zodra de Haïtiaanse dochter de vruchtbare leeftijd bereikt, is een verantwoordelijkheid van de moeder. In de roman hebben de moeders hun eigen maagdelijkheidtest als gruwelijk ervaren. Maar tegelijk zien zij die traditie als een noodzakelijk kwaad voor hun eigen dochters.

Sophie, zelf geboren uit een verkrachting door een onbekende, wil met die traditie breken. “Dat is grootste dilemma van Sophie”, zegt de schrijfster. “Ze maakt onvermijdelijk deel uit van haar moeders geschiedenis, maar wil aan haar moeders lot ontsnappen. Beiden zijn slachtoffers van deze verkrachtingsdaad en de maagdelijkheidstest.”

De vrouwen houden elkaar gevangen in een emotioneel web. “Sophies moeder wordt geplaagd door nachtmerries, opgeroepen door haar dochter, de levende herinnering aan de verkrachting.” Tegelijk is Sophie haar reddingsboei: degene in de Haïtiaanse traditie, die haar tot de dood zal verzorgen en die haar eer moet redden door zelf wèl 'ongeschonden' te trouwen. Op een dag eist haar moeder dat Sophie haar benen spreidt en zich laat bevoelen op haar maagdelijkheid. Ze ondergaat de pijnlijke test en de dan telkens terugkerende controle met afschuw.

“Het zijn geen slechte vrouwen”, vertelt Edwige, “de moeders willen het beste voor hun dochters en dit is de enige manier die ze kennen: alleen maagden komen aan een goede man op Haïti.”

Deze Haïtiaanse test leverde Edwige in de VS aardig wat negatieve reacties op van Amerikaans-Haïtiaanse vrouwen uit de middenklasse. Edwige kan hun verwijten begrijpen. “Er zijn niet veel Haïtianen die schrijven over het eiland. Die vrouwen zijn bang om door mijn boek als achterlijk te worden gestigmatiseerd. Bang, dat Amerikanen denken dat elke Haïtiaanse vrouw de maagdelijkheidstest meemaakte.”

De negatieve visie van Amerikanen op Haïtianen speelt ook een belangrijke rol. “Er werden begin jaren '80 veel stigma's op ons, bootvluchtelingen, geplakt. We zouden aids meebrengen van Haïti, bijvoorbeeld. De test zou er weer een extra zijn”, legt Edwige uit. Zelf ondervond ze die vooroordelen aan den lijve. Op de middelbare school werd ze vaak uitgescholden en terug naar 'de bananenboot' gewenst.

“De vrouwen uit de middenklassen waren óók geschokt over deze praktijk, gewoon omdat ze er niets van wisten. Maar ik kreeg ook veel positieve reacties van vrouwen die zich wèl met het boek konden identificeren.” Toch lijkt Edwige niet ongevoelig voor de kritiek. “Ieders verhaal vertellen”, verontschuldigt ze zich na een korte stilte, “is onmogelijk.”

Edwige woont in de New Yorkse buitenwijk Brooklyn, tussen een half miljoen van haar oorspronkelijke landgenoten, bij haar ouders. Ze wil er voorlopig niet weg. “Ik voel me het meest thuis hier. En ik kan Haïtiaans eten wanneer ik dat wil.”

Haar ouders zijn trots op hun dochter. Wel had haar moeder moeite, vertelt Edwige breed lachend, met Sophie. “Ze was bang dat lezers zouden denken dat ook ik een slechte dochter was.”

In de roman maakt Sophie zelf een ruw einde aan haar maagd-zijn en wordt verstoten door haar moeder. Twee jaar later vlucht ze óók van haar echtgenoot en bezoekt met haar dochter Haïti in een poging de tradities van de vrouwelijke lijn in haar familie te begrijpen.

Als zij een andere toekomst voor zichzelf en haar dochter wil, moet ze afrekenen met de tradities van haar vrouwelijke familieleden.

De strijd van de hoofdpersoon met haar moeder kent passages, die uit Edwiges leven zijn gegrepen. Sophies moeder begrijpt in het boek niet waarom haar dochter zich verzet tegen goed eten. “In de VS lijnt iedereen. Vrienden vinden dat ik op mijn lijn moet passen. Maar mijn moeder vindt dat ik minstens een paar kilo moet aankomen.”

Edwige noemt het verwarring over culturele waarden. “Ik kàn ook niet echt genieten van eten. Ik blijf er moeite mee hebben”, zucht ze. “Op Haïti was er niet genoeg; toch mochten de vrouwen daar dik zijn”, gebaart ze, met een veelzeggende beweging bij haar buik. “In de VS is er een overvloed aan voedsel, maar moet je slank zijn.”

Toen haar roman vorig in de VS uitkwam, was Edwige bezorgd om de reacties van buitenaf op haar eigen moeder. “Ik was zo bang dat mensen zouden denken dat ik mijn moeder bij mij hetzelfde had gedaan”, vertelt ze. “Dat soort reacties zijn totnutoe gelukkig uitgebleven.”

Het slot van 'Adem, ogen, herinnering' vraagt om meer. Eenmaal terug in de VS met haar moeder, met wie zij zich op Haïti verzoent, probeert Sophie in het reine met haar verleden te komen. Het tragische einde van haar moeder vormt een keerpunt in de strijd van Sophie om zich van haar moeders lot te bevrijden. Tot dat moment is de relatie met haar echtgenoot bepaald door haar moeders ervaringen met haar onbekende vader.

“Maar”, zegt de Haïtiaanse ernstig, “je kan ook pas vrouw worden als je moeder overlijdt en je haar plaats in kunt nemen in deze wereld.”

mailIcon print |