recensie Kinderen rouwdouwen en gooien in hun enthousiasme gemakkelijk iets kapot. Kinderen schreeuwen en blijven dat in hun opwinding ook doen als ze vlak naast je staan. Maar de ergsten zijn misschien de kinderen die beginnen te babbelen en gewoon niet meer zijn te stoppen. Van deze groep babbelaars is Manolito García Moreno, beter bekend als Manolito Brillenkas, zonder twijfel de koning.
Manolito is met geen leger tot stilte te manen, hij vertelt alles: wat hij op een dag meemaakt, hoe hij dat ervaart, waaraan het hem doet denken en hoe een gebeurtenis óók had kunnen lopen. Omdat hij ,,geen moment ophoudt met tateren', stuurt zijn moeder hem naar de schoolpsychologe. ,,Ze moet gedacht hebben: wat hij aan haar vertelt, hoeft hij thuis niet meer te vertellen. Maar daarin heeft ze zich schromelijk vergist. Ik ben namelijk maar twee keer naar de psychologe gegaan en wanneer ik thuiskwam, had ik nog meer zin om te babbelen. Volgens mijn grootvader raakt mijn gespreksstof nooit uitgeput.'
Manolito vindt het fantastisch bij psychologe Esperanza en zorgt ervoor dat hij geen detail van zijn leven achterwege laat. Thuis schrijft hij ter voorbereiding drie schriften vol met herinneringen die hij heeft van zijn derde tot zijn achtste jaar. Esperanza haast zich vervolgens de diagnose te stellen: Manolito babbelt gewoon graag en zoiets is geen ziekte, maar een last waarmee je opgezadeld bent, zoals een zwaar gevoel in je maag. In ieder geval hoeft hij niet terug te komen.
Gelukkig is Manolito voor de lezer bij lange na niet zo vermoeiend als de andere personages hem ervaren. Manolito blijft maar uitweiden, alsmaar uitweiden. Hij haalt dingen aan uit zijn eigen leven, maar ook indrukken die hij opdeed via film of televisie en beelden die hem door volwassenen moeten zijn toegeroepen. Daar komt zo nu en dan zijn fantasie nog bovenop, zoals wanneer hij droomt over een standbeeld dat van hem wordt gemaakt, nadat hij vriendschap heeft moeten sluiten met zijn aartsvijand Jihad.
Je zou denken dat hij na honderd pagina's eens recht op zijn doel af ging, maar dat is nergens het geval. En het is maar goed ook, want juist in de uitweidingen zit de kracht van 'Manolito'. Voordat hij de schoolpsychologe begint te vertellen over zijn leven, vraagt hij eerst of hij hier mag roken. De psychologe schrikt zich rot, terwijl het juist een van zijn grapjes is en zijn moeder hem alláng kent, enzovoort, enzovoort. Als Manolito's stoelgang is vastgelopen zegt zijn moeder tegen de dokter dat hij er niet in slaagt om voedsel af te scheiden, niet langs boven en niet langs onderen. ,,Als mijn moeder 'langs onderen' zegt, weet ik niet waar ik moet kijken. Volgens mij schaamt de dokter zich ook. Dat verwondert me niet. Als ik dokter zou zijn en naar een kind zou gaan dat me helemaal niet interesseert, dan zou ik het niet leuk vinden als de moeder over de kont van dat kind zou beginnen.'
Manolito steelt ieders hart. Dat is onvermijdelijk, want hij is te ontwapenend, eigenwijs en grappig om niet te raken. De verschillende hoofdstukken zijn te lezen als aparte verhalen. De psychologe speelt in slechts een hoofdstuk de hoofdrol. Daarnaast ratelt Manolito over zijn opa die last heeft van zijn prostaat, Jihad die hem altijd in elkaar wil slaan, over zijn parmante vriendinnetje Susana die hem het vuur uit zijn sloffen laat lopen, waarna hij toch maar overweegt of zijn beste vriend Flappie met haar mag gaan.
Zijn onderwerpen maken in wezen niet zoveel uit. Hij vertelt over de alledaagse gebeurtenissen die elke achtjarige kan overkomen. Wat 'Manolito' bijzonder maakt, is de grappige manier waarop Manolito vertelt - zijn woordkeuzes en associaties. De achterflap spreekt van een hilarisch boek en voor eens is dat de waarheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.