recensie Thomas Muster: 'Aufschlag: Mein Leben - Mein Erfolg'. Uitg. Tau, Bad Sauerbrunn; geb., 190 blz.
'Auschlag: Mein Leben - Mein Erfolg' mag dan geen smeuïge onthullingen bevatten, het is een must voor wie wel weten hoe het achter de schermen van de tenniswerekd toegaat. Musters leven bestaat uit tennis en niets dan tennis. Voor glans en glamour, zelfs voor vriendschappen, is klaarblijkelijk geen plaats. Veelzeggend is wat Muster over Sergi Bruguera opmerkt: “Wij praten nauwelijks met elkaar. Dat is gebruikelijk in de tenniswereld, vooral bij spelers die elkaars directe concurrenten zijn.”
Over andere collega's velt de Oostenrijker een vernietigend oordeel. Alberto Costa heet 'kleurloos', Michael Chang 'egocentrisch', Boris Becker een 'diva' wiens optreden gekenmerkt wordt door een mengeling van arrogantie en onzekerheid. De enige voor wie Muster iets van vriendschap laat doorschemeren, is Andrei Medvedev. Op Roland Garros versloeg Muster hem, niet met genoegen: “Wie vernietigt graag iemand voor wie hij sympathie heeft?”
Ook het beeld dat Muster van zichzelf geeft, heeft niets heroïsch. Als vijftienjarige belde hij, na drie weken in een traingscentrum, snikkend zijn moeder op: “Haal me hier vandaan. Ik houd het niet meer uit”. Angst - 'voor het vliegen, voor oorlog, voor racisme' - heeft hem nooit verlaten. In zijn vrije tijd sluit hij zich op in zijn hotelkamer: “Ik praat voortdurend met mezelf, ik stel vragen en geef antwoorden. Daarbij worden al mijn wensen vervuld”.
Van publiciteit en fans is Muster wars. “Alleen in kleine kring ontdooi ik, ben ik opgewekt. In wezen ben ik eenvoudig, houd van zwarte humor.” Af en toe lijkt het alsof hij ervan geniet dat hij als een mysterie geldt: “Men doet alsof ik een fantastische drummer ben. (. . .) De waarheid is: mijn muziek is verschrikkelijk, gewoon lawaai.” Hij schildert ook, maar houdt het resultaat ('de uitdrukking van mijn emoties in kleuren') voor de buitenwereld geheim.
Over Musters liefdesleven hoeft niemand iets te weten. “Ik zou het nooit toelaten, dat mijn vriendin, vrouw mij begeleidt.” In het hoofdstuk over 'De mensen die wat voor mij betekenen', wordt Mariella, zijn officiële vriendin, niet genoemd. Des te opvallender is de hommage die hij aan 'vriend, coach, trainer en manager' Ronald Leitgeb brengt: “Wij hebben alles samen bereikt. Ik ben alleen de uitvoerende persoon”. Aan het eind van 1990 kwam het tot een tijdelijke breuk tussen Muster en Leitgeb, die zich als journalist over de 17-jarige tennisser had ontfermd. Prompt maakte Muster een diepe val op de wereldranglijst.
De andere dramatische gebeurtenis in de autobiografie is natuurlijk Musters ongeval kort vóór de finale van Key Biscayne in 1989. Juist tot de toptien doorgedrongen, werd hij aangereden door een dronken automobilist.
Het boek van de man die zonder zijn tennistalent 'misschien electricien of timmerman' was geworden, wil vooral duidelijk maken dat topsport een beroep als andere is. Er moet hard gewerkt en veel pijn verdragen worden. “De prijs die ik betaal, is hoog. Ik heb de gewrichten en het kruis van een man van vijftig.” Het einde van zijn carrière heeft de 28-jarige al gepland. “Ik ken de dag. Ronnie (Leitgeb) kent hem ook. De datum staat vast, ik zal me eraan houden.”
“De wereld waarin ik leef, is afschuwelijk, waanzinnig, fascinerend en wonderschoon tegelijk. Ze is in elk geval vergankelijk. Medelijden is niet op zijn plaats. En zelfbeklag helemaal niet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.