recensie Stephen Jay Gould: Dinosaur in a Haystack; Reflections in Natural History. Harmony Books, New York; geïllustreerd, 480 blz. - ¿ 50,50.
De nieuwste bundel van deze essays is onlangs uitgekomen onder de titel 'Dinosaur in a Haystack'. Het is een grote verdienste van Gould dat hij nieuwe biologische inzichten voor een breed publiek begrijpelijk maakt en oude vooroordelen opruimt. Zijn humoristische, sarcastische en sterk persoonlijk getinte teksten, worden door veel lezers gewaardeerd.
De onderwerpen waarover Gould schrijft, variëren van dichters en denkers over de natuur tot slakken en sauriërs, en zo'n beetje alles wat daar tussen zit. Geen allegaartje overigens: bepaalde lijnen en patronen keren bij Gould telkens terug en zullen voor de lezers van zijn eerste bundels zeer herkenbaar zijn. Ook nu weer verdedigt hij darwinisme en evolutietheorie in zijn persoonlijke kruistocht tegen creationisme. En zolang de helft van de Amerikanen nog gelooft dat de wereld in zes dagen werd geschapen en niet ouder is dan zesduizend jaar, heeft hij voorlopig nog stof tot schrijven.
Hij schrijft vaak, ook in deze bundel, over tijdsopvattingen. Zo merkt hij op dat wij voornemens zijn om op 1 januari van het jaar 2000 het nieuwe millennium te beginnen. Toch merkwaardig dat de eeuwwisseling van rond 1900 werd gevierd op 1 januari van het jaar 1901. Dit verschil valt terug te voeren op een misrekening van de zesde-eeuwse monnik Dionysius Exiguus, die onze christelijke jaartelling ontwierp en deze liet beginnen op 1 januari van het 1 (in plaats van het jaar 0, zodat elke gebeurtenis meteen al een jaar oud was). Eigenlijk moeten we binnenkort nog een jaartje geduld hebben met het binnengaan van het derde millennium. Of beter: 'n jaar of vier, want Dionysius heeft zich ook nog pakweg drie jaar vergist bij de vaststelling van het jaar van Jezus' geboorte in de Romeinse chronologie, op welk punt hij de nieuwe christelijke jaartelling wilde laten beginnen. Ach, 2000 is een mooi rond getal: laat straks de sirenes maar loeien.
Vaste prik bij Gould is de bestrijding van het vooroordeel dat het darwinisme kan worden gelijkgesteld met een veronderstelde vooruitgang in de natuur, die zou verlopen van primitieve organismen, via vissen, reptielen en zoogdieren naar de mens. De mens is niet het doel of de uitkomst van de evolutie. Tip voor de toekomstige Nederlandse uitgever van de nieuwe bundel: Gould heeft zich er wel eens over beklaagd dat de Nederlandse vertaling van zijn eerdere 'Ever since Darwin' dit vooroordeel ondersteunde, door op het stofomslag een rijtje primaten af te beelden met de homo sapiens als uitkomst van “de mars der vooruitgang”. Dit vooroordeel steunt op een oudere veronderstelling die op Aristoteles teruggaat, volgens wie de natuur geen sprongen maakt en geleidelijk verloopt. Lange tijd heeft men ook het evolutieproces als zodanig voorgesteld.
Gould heeft (samen met zijn collega Eldredge) in wetenschappelijke kring eer ingelegd met de theorie dat de evolutie niet geleidelijk verloopt maar met horten en stoten. Men heeft zich vooral geconcentreerd op de studie van de pakweg twee procent van de gegevens die een evolutionaire tendens aangeven, terwijl men de overige 98 procent als onbelangrijke 'non-data' in de vergetelheid liet wegzinken.
Gould en Eldredge duiden hun theorie aan met het begrip stasis, dat eigenlijk stilstand betekent, en door hen als onveranderlijk wordt begrepen. Toen Gould voor het eerst in Griekenland was en overal bordjes aantrof met daarop het woord stasis, verkeerde hij een kort moment in de euforische overtuiging, schrijft hij ironisch, dat Griekenland officieel was overgegaan tot de erkenning van hun theorie. Maar die bordjes duidden slechts bushaltes aan. In 'Dinosaur in a Haystack' scherpt Gould zijn statis-theorie verder aan.
Veel van onze vooroordelen vind je terug in de taxonomie: de ordening van de natuur in genera en species. Hierbij denken we vooral aan Linnaeus, die in de achttiende eeuw de planten ordende en benoemde op basis van hun voortplantingsorganen: het aantal stampers (vrouwelijk) en meeldraden (mannelijk) in een bloem, hun vorm en hun plaatsing. Nogal seksistisch, dus.
Sommige van zijn tijdgenoten vonden dat zijn indelingscriterium de zedelijke moraal ondermijnde, zoals professor Johann Siegesbeck uit Petersburg. Dat nam Linnaeus hem niet in dank af: een onooglijk onkruid gaf hij de naam Siegesbeckia. Overigens was Linnaeus zelf nogal preuts: hij verbood zijn dochters de Franse taal te leren, uit vrees dat zij daardoor de vrijzinnige moraal van dat land zouden overnemen.
Linnaeus erkende wel dat zijn indeling arbitrair was, en een andere tijdgenoot, de Franse naturalist Buffon, heeft zich er daarom tegen verzet. Inderdaad, sindsdien bestaat er een bijzonder onwelriekende plant met de naam Buffonia.
'Dinosaur in a Haystack' is de zevende bundel essays van Gould. Hij hoopt zijn maandelijkse productie vol te houden tot januari 2001, schrijft hij (dus net het millennium volmakend, zullen we maar zeggen), zodat er nog twee bundels zullen verschijnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.