recensie De verkoop van het vierde deel van 'Het Bureau', 'Het A. P. Beerta-Instituut', heeft ieders verwachtingen overtroffen. Er is nu al, bijna een week nadat de eerste verscheen, een vierde druk in de maak. Van 'Meneer Beerta' en 'Vuile handen', deel een en twee van de roman, werden tot nu toe in gestaag tempo respectievelijk 35 000 en 26 000 exemplaren verkocht. Nu al bedraagt de oplage van 'Het A. P. Beerta-Instituut' 16 000 exemplaren. “Dat is net zoveel als er van deel drie, 'Plankton', in één jaar tijd is verkocht”, zegt Gemma Nef-kens, redacteur en mede-directeur van uitgeverij Van Oorschot. “Wij zoeken naarstig naar binders en leveranciers van papier, die de nieuwe drukken mogelijk kunnen maken.”
Nefkens heeft geen exacte verklaring voor het plotseling nog toegenomen succes. “Het zal wel te maken hebben met de lange tijd die mensen hebben moeten wachten op het volgende deel. In de tussentijd is Voskuil nog wel in het nieuws geweest, zoals in de kwestie met de varkens. Bovendien waren de recensies afgelopen vrijdag ronduit juichend. Bij de eerste delen hebben de critici nog wat teH gengesparteld, maar iedereen heeft zich nu overgegeven. Zo bezien is de gestegen verkoop achteraf wellicht te verklaren, maar het was van tevoren niet te voorzien.”
Bij boekhandel Kooijker in Leiden zijn ze eveneens nog maar nauwelijks van de schrik bekomen. In de etalage had al een tijdje een eikenhouten bureautje gestaan, waarop de eerste drie delen van Voskuil lagen. Op het buH reaublad werden de dagen voorafgaand aan het verschijnen van deel vier letterlijk afgeteld: in vette cijfers op witte vellen, als een omgekeerde scheurkalender. Toen alle papiertjes met cijfers als proppen op de grond lagen en de deuren zich afgelopen vrijdagochtend openden, stroomden de lezers toe.
Cristine de Jong, van boekhandel Kooijker, had 60 gebonden exemplaren en 120 paperbacks besteld, maar was daar op zaterdagmiddag al doorheen. Op zaterdag stond er een lange rij lezers met de baksteen van Voskuil in de hand voor de kassa - de meesten van hen waren al verdiept in de vergadering op Het Bureau, waar het vierde deel mee opent. Cristine de Jong vindt het “geweldig dat zo'n boek zo goed verkoopt”. Ze denkt dat de voorspoedige verkoop in haar boekhandel wel eens zou kunnen komen doordat Leiden een universiteitsstad is. “Academici kunnen zich misschien beter herkennen in het boek. We krijgen hier ook veel ambtenaren, die in Den Haag werken. Die willen het allemaal hebben.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.