*

 

Scherp tijdsbeeld van Berlijn na het vallen van de muur

PETER WESSELS − 30/01/98, 00:00

recensie De Duitse auteur Uwe Timm (1940) is in Nederland vrijwel onbekend. Hij debuteerde in 1974 met 'Hete Zomer'. Zijn eerste romans zijn niet helemaal gelukt omdat ze door hun politieke lading wat topzwaar zijn uitgevallen. Sinds enkele jaren heeft hij het over een lichtere boeg gegooid en dat is de kwaliteit van zijn werk zeer ten goede gekomen.

Hoogtepunt in zijn oeuvre tot nog toe is het recente 'Sint-Jansnacht', een hilarisch verhaal over een schrijver die last heeft van een writers block en als afleiding een klusje aanneemt: het schrijven van een essay over de aardappel. Tijdens zijn queeste naar de wortels en de diepere betekenis van de aardappel reist hij naar Berlijn en raakt daar verstrikt in een adembenemende reeks verwikkelingen. Hij wordt er onder andere belaagd door een rancuneuze kapper, een mysterieuze Toeareg, gangsters uit Bulgarije en bovenal door een beeldschone vrouw, die niet alleen expert is op het gebied van de aardappel maar ook aan telefoonseks doet.

In korte tijd stapelen zijn problemen zich zo hoog op dat hij het allemaal niet meer aankan en naar huis vlucht. Uiteindelijk gaat een spannend verhaal letterlijk in rook op. Dit curieuze verhaal wordt met veel vaart verteld en dat levert schitterend amusement op, iets waarmee we niet bepaald door Duitse auteurs verwend worden.

De roman is gesitueerd in Berlijn, in juni 1995, de tijd waarin Christo het Rijksdaggebouw inpakte. De hoofdfiguur bezoekt een paar keer dit verpakkingskunstwerk en de lezer wordt daarbij herinnerd aan de filosofie van Christo die met zijn kunst wil laten zien dat iets altijd tegelijkertijd ook iets heel anders kan zijn. Dit geldt evenzeer voor deze vertelling.

Er wordt ook een scherp tijdsbeeld gegeven van Berlijn na het vallen van de muur: de controverses tussen Ossis en Wessis, de teloorgang van het revolutionaire elan bij de Duitse intellectuelen, het verlies van religieus besef, de toename van geweld. Dat wordt allemaal niet in dorre beschouwingen gepresenteerd maar gegoten in de vorm van bijzonder levendig vertelde scènes.

De titel 'Sint-Jansnacht' verwijst naar de midzomernacht, de nacht van de ongebreidelde passie en het uitleven van verborgen driften. Hier wordt evenwel geen erotische extase bereikt. Alles mislukt in deze roman, op het laatst is het zelf niet zeker of de verleidelijke vrouw wel een vrouw is. De angst voor de seksualiteit bij de man wordt hier - maar wel in een uitermate komische verpakking - in beeld gebracht.

Een andere focus van het verhaal is het schrijven. De hoofdfiguur is een schrijver die aan het begin geblokkeerd is en gaandeweg weer tot vertellen en schrijven komt. De prijs voor het herwinnen van zijn vermogen te schrijven is evenwel een verlies aan vitaliteit.

Het is een feest om dit boek te lezen, elke lezer zal nog meer lagen dan de hier geschetste ontdekken: de aanvankelijk simpel ogende roman heeft een bizonder complexe structuur. De vertaling van Gerrit Bussink is opvallend soepel en elegant en mist gelukkig het hortende dat de meeste vertalingen uit het Duits ontsiert. Helemaal vlekkeloos is ze jammer genoeg niet. Soms wordt er in dubbeltjes en centen en soms in marken gerekend. Het woord handy kennen wij niet voor zaktelefoon en het woord 'verplichtigen' bestaat gelukkig niet in het Nederlands. Maar de roman heeft onder dit haastwerk, waarvan ook de tekst op de achterflap getuigt, niet echt te lijden.

mailIcon print |