recensie J. H. J. van den Heuvel(red.): Ethiek in politiek en openbaar bestuur; Lemma, Utrecht; 155 blz. - ¿ 39. Jos van der Lans: De onzichtbare samenleving, beschouwingen over publieke moraal; Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn/NIZW, Utrecht; 140 blz. - ¿ 27,50. S. Hogervorst: Staat en Welzijn, enkele reflecties over maatschappij en welzijn; Van Gorcum, Assen; 138 blz. - ¿ 27,50. Leo Aarts e.a., Het bedrijf van de verzorgingsstaat, naar nieuwe verhoudingen tussen staat, markt en burger; Boom, Amsterdam/Meppel, 320 blz. ¿ - 45.
Zo'n bezielend verband veronderstelt immers een moreel fundament en die bodem onder het ooit zo fiere schip van de staat der Nederlanden blijkt de afgelopen decennia behoorlijk te zijn gesloopt. En niet alleen door de liberalen, ook sociaal-democraten en christen-democraten hebben een stevig handje meegeholpen.
Het was vooral een geruisloze sloop. Eigenlijk kregen we er pas iets van in de gaten toen enkele maanden na Bolkesteins vuurpijl een nadrukkelijk als 'normaal' aangekondigd kabinet aantrad, dat van PvdA, VVD en D66. Dit paarse kabinet zullen velen na zoveel jaren van CDA-bewind als een opluchting hebben ervaren. Maar er zit ook iets verontrustends in de vanzelfsprekende acceptatie dat een samenwerking van vroegere erfvijanden als 'hoogst normaal' moet worden beschouwd.
Het betekent dat partijen bereid zijn veel van hun vroegere ideologische plunje af te leggen en een beleid te voeren dat weinig toevoegt aan de smalle marges die de voorgaande kabinetten-Lubbers reeds tussen centrum-links en centrum-rechts hadden getrokken. Eén groot centrum-kabinet met als ultiem paars paradepaardje het oprekken van de winkelsluitingswet. Dat is het wel zo ongeveer.
De vraag is nu of partijen met het afleggen van hun plunje ook de sloop hebben bezegeld van het morele fundament van de Nederlandse natie. De politicoloog Verhoogt van de Vrije Universiteit vindt van wel. In een verrassend essay in de bundel 'Ethiek in politiek en openbaar bestuur' constateert hij dat de publieke moraal de laatste decennia geleidelijk aan 'vacant' is geworden en hij is geneigd om deze bedenkelijke ontwikkeling de drie hoofdstromingen in de Nederlandse politiek zwaar aan te rekenen.
Zoals de redacteur van de bundel, de VU-hoogleraar Van den Heuvel het ethische probleem formuleert: “politiek is meer dan democratisch geregeerd worden. Evenmin is het criterium toereikend dat de politiek effectief en efficiënt moet zijn, de werking van het vrije markt-principe moet respecteren en de sociaal zwakkeren in de samenleving bescherming biedt. Deze criteria maken de politiek gelijk aan technocratisch handelen. De samenleving vraagt om meer, om een sociale, politieke en ideële zingeving die uitstijgt boven het materiële en het functionele.”
Je zou ook met Bolkestein kunnen zeggen: de samenleving heeft een bezielend verband nodig. Welnu, het is dat verband dat volgens Verhoogt de afgelopen decennia naar de knoppen is gegaan. Met de beste bedoelingen werd een vezorgingstaat opgebouwd, maar de prijs die daarvoor werd betaald, loog er ook niet om. De samenleving rationaliseerde en moderniseerde in een allesbeheersend apolitiek streven naar efficiency.
Efficiency werd niet alleen de maatstaf voor economische en technologische vernieuwing, maar ook het slagwoord voor de moderne levensperiode. In de jaren zeventig werden vervolgens ook nog de traditionele instituties en gezagsverhoudingen binnen de samenleving aangetast. Deze werden beschouwd als barrières tegen emancipatie en individuele zelfontplooiing. Via het welzijnsbeleid werd deze levensinstelling ook in hoge mate van overheidswege gestimuleerd.
De eerst aangewezen partij die het krachtigst tegen deze ontwikkeling stelling had moeten nemen, was het CDA. Maar deze partij heeft het laten afweten. Handhaving of uitbreiding van macht en invloed waren hun voornaamste overwegingen en die macht werd mede aangewend om ervoor te zorgen dat de voorzieningen van de moderne verzorgingsstaat ook ten goede kwamen aan verwante organisaties op het middenveld, zegt Verhoogt.
Deze hechte relatie met de verzorgingsstaat duidt erop dat de christen-democratische beweging haar oorspronkelijke principiële verzet tegen verregaande modernisering der Nederlandse samenleving grotendeels heeft prijsgegeven. Traditionele instituties en verbanden die lange tijd een wezenlijke bijdrage aan de samenbindende publieke moraal in de Nederlandse samenleving en politiek hadden geleverd werden zo in hoog tempo aangetast.
Maar ook de sociaal-democratie en de liberalen hebben het laten afweten. Althans ook zij hebben geen serieuze poging ondernomen om het wegvallen van de publieke moraal op een of andere manier te compenseren. Bolkestein kan wel roepen dat een bezielend verband nodig is, maar ondertussen was zijn partij medeverantwoordelijk voor de ondermijning van de morele en sociale grondslag van de samenleving. Aldus in grote lijnen Verhoogt.
Met zijn kritiek roept hij ongetwijfeld tegenvuur op. Hoe had het anders gekund, zal hem worden tegengeworpen. Of: het CDA zou zich op straffe van aanzienlijk zetelverlies toch niet al te krachtig hebben kunnen verzetten tegen de modernisering van de samenleving?
Dat is waar. Neemt niet weg dat Verhoogt met zijn constatering van een vacante publieke moraal de vinger wel degelijk op een gevoelige plek legt. Hoe demoraliserend zo'n doorgeschoten modernisering kan uitpakken, legt Jos van der Lans trefzeker uit in enkele beschouwingen over de publieke moraal.
De kern van het probleem, zoals hij die ziet, is dat de aanwezigheid van de overheid de afgelopen twee decennia steeds meer de vorm aangenomen heeft van georganiseerde afwezigheid. Zelden heb ik een boek gelezen waarin zo verbluffend helder wordt verklaard waarom de doorgeschoten, en nog steeds peperdure verzorgingsstaat ten enen male verzuimt om datgene te doen waarvoor ze juist is opgezet.
En ook dit verzuim blijkt een kwestie van moraal te zijn, want zegt Van der Lans: technische referentiekaders zijn dominant geworden en representaties van publieke moraal ondergeschikt.
Hoe de overheid haar morele gezag weer zou kunnen herwinnen, is het onderwerp van een filosofisch essay van Hogervorst. Zo'n overheid zal in ieder geval moeten uitgaan van de conceptie van een minimale staat, maar wel één die het als haar belangrijkste taak ziet de rechten van de mens te garanderen op basis van onderkenning van essentiële bestaans- en welzijnsbehoeften. Zo'n minimale staat heeft altijd nog aanzienlijk meer omhanden dan Robert Nozicks nachtwakersstaat in zijn 'Anarchy, State and Utopia' uit 1974, waarop Hogervorsts Staat en Welzijn een reactie is.
Ten slotte is er de bundel van Leo Aarts e.a. over het 'bedrijf' van de verzorgingsstaat. Maar liefst twaalf auteurs van naam beschrijven hoe de verzorgingsstaat afbrokkelt en moeizaam geherstructureerd wordt. Het boek is de neerslag van een vruchtbare studiedag georganiseerd door het onderzoekscentrum Recht en Beleid van de Universiteit van Leiden. Ook uit dit boek blijkt hoe ingewikkeld het is vraagstukken van de verzorgingsstaat te plaatsen in een 'bezielend verband' van de publieke moraal.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.