recensie Cornelis Verhoeven: De glans van oud ijzer - Herinneringen 1928-1982. Ambo, Baarn; 185 blz. - f 34,90.
Persoonlijke herinneringen aan zijn Brabantse kostschool en aan het ziekbed van zijn vader gaan over in kleine traktaten over het priesterschap, over de lege blik van koeien of over de schoonheid van oud ijzer. Daarin verschilt dit boekje eigenlijk niet van Verhoevens 'filosofische' werk: een kleine gebeurtenis of een opgevangen woord is ook daar genoeg om een gedachte in gang te zetten en met zorg te volgen. Wie van deze essayistische stijl houdt, zal ook dit boek met plezier lezen. Voor liefhebbers van Verhoevens werk heeft het nog een speciale waarde: het laat zien hoe zijn afkeer van dwingelandij en 'activisme' zich vormde.
In de jaren dertig, met hun 'afschuwelijke cultus van flinkheid', was Verhoeven scholier. “Alles wat je maar niet kon of waarvan je een afkeer had, kon je leren door het te willen. Wat je graag deed, werd altijd lager gewaardeerd dan wat je maar met moeite had geleerd. Wat er was, was maar heel gewoon en wat er niet was moest er zijn”.
Ziedaar een pedagogisch en filosofisch principe waartegen hij zich al een leven lang verzet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.