*

 

Wonen op zijn mooist

CEES STRAUS − 03/01/98, 00:00

recensie Amsterdam, Brussel en Parijs, drie wereldsteden die met elkaar gemeen hebben dat er in grootse stijl kan worden gewoond en geleefd. In Amsterdam overheerst de strenge cultuur van de 17de eeuw met huizen waarin het water van de gracht tot op het gepolitoerde eikenhout reflecteert. In Brussel is het juist de laat-19de-eeuwse sfeer, bepaald door zo'n vooruitstrevende vernieuwingsbeweging als de Art Nouveau, die voor sierlijke, bijna losbandige en sensuele ornamentiek in het interieur heeft gezorgd. De woonsfeer in Parijs zit daartussenin: de 18de-eeuwse h0tels dwingen tot een klassieke, vormelijke inrichting.

Alle drie de steden hebben een onontkoombaar stempel op de cultuur van hun land gezet. En ook al kent de cultuur van de late 20ste eeuw weinig eigen, nationale trekken meer, juist in deze hoofdsteden leeft een specifieke kunst voort. Het is op dat punt dat de auteurs van een serie boeken over woon- en leefcultuur in de drie steden inspringen: hoe is het om te gaan met de kunst en leefstijl in zo'n Hortahuis, zo'n grachtenpand, zo'n herenhuis aan de Champs-Elysées? Doorgaans zijn het huizen waar de meeste bewoners van de stad geen flauwe notie van hebben, want kom er maar eens in. En zie dan hoe de tafel wordt gedekt, wat voor kunst er aan de muur wordt gehangen, welke boeken er worden gelezen.

Een beetje schrijver gaat er, gepaard met veel nieuwsgierigheid, mee aan de haal. In dat verband is de Amsterdammer Cees Nooteboom een begenadigd auteur, als de enige van het drietal breekt hij door de gebruikelijke gêne van de kijker op andermans erfgrond heen, zonder daar overigens al te persoonlijke zaken voor in de plaats te stellen. De schrijvers van het woonboek over Amsterdam zijn overigens de enige die hun stad in een breder verband plaatsen. Zij zien een identieke leefcultuur ook buiten de muren van de hoofdstad, ze reizen af naar de Gooi- en Vechtstreek, komen zelfs op Duivenvoorde dat tussen Leiden en Den Haag ligt. Amsterdam wordt daarmee tot een nationaal verschijnsel met veel uitstraling op het eigen land. Parijs heeft dat ook (de trits van paleizen bijvoorbeeld op het omliggende platteland waar Versailles dunnetjes werd overgedaan), maar je moet het wel zien.

De identieke opzet van deze drie boeken leidt er overigens wel toe dat het duidelijk wordt dat een formule om alleen de mooiste vormen van wooncultuur op te zoeken, in feite niet goed werkt. Alle drie steden vormen, zo stellen de auteurs ook zelf, een smeltkroes van culturen. Maar hoe een allochtoon in de Spaarndammerbuurt zijn huis inricht, waar een van de Amsterdamse auteurs zich over verbaast, word je niet gewaar. Laat staan dat er iets duidelijk wordt over het leven in de Bijlmer waarover nog altijd veel misverstanden bestaan. In Parijs idem dito, maar ook daar geldt dat het leven voorbij La Défense en Parc de la Vilette kennelijk niet interessant genoeg is.

mailIcon print |