recensie Allard Schröder: Het pak van Kleindienst. De Bezige Bij, Amsterdam; 123 blz. - f 27,50.
'De slaapster', het eerste verhaal, brengt Schröders grensoverschrijdende thema-tiek direct helder aan het licht. Een meisje met de symbolische naam 'Alma Verhul' wordt steeds door haar moeder in ruil voor een envelop met geld te slapen gelegd in het bed van een dodelijk zieke. De jonge, veerkrachtige Alma zou de stervenden kunnen genezen door een nacht met ze door te brengen.
Om Alma's angst voor het vreemde, stinkende en benauwde ziekbed te temperen dient haar moeder haar wat slaapdruppeltjes toe. Als die eenmaal beginnen te werken, zakt Alma langzaam weg in 'het land van de schaduwen', waar ze voor haar leven vecht. Maar dat is niet alles: na een aantal keren gedwongen te slapen zijn gelegd, begint Alma zelf te verlangen naar de nachten, de slaapdruppeltjes, en de “ongerijmde wereld die duister en licht was tegelijk, angstaanjagend en sereen”.
Een tante van Alma, die moeder Verhul de 'adresjes' van de zieken heeft bezorgd, noemt Alma ergens 'de schone slaapster'. En dat is zij ook. Net als de sprookjesprinses die honderd jaar moest slapen en zo in haar dromen, in de halfdood, al met haar prins samen kon zijn voor hij haar werkelijk wakker kuste, zo verkeert Alma dromend in het dodenrijk. Wanneer ze aan het einde van een lange nacht ontwaakt naast een krampende en zwetende zieke, staat er: “Het was nu werkelijk licht, maar ze verlangde niet naar de dag. Ze was moe”.
De verlossende, dodelijke slaap lonkt ook de op het oog zo verschillende personages uit de overige verhalen. In 'Het schild' wenst de Spartaanse krijger Alcidas dat hij niet was weggerend van het slagveld en zo zijn familie en de stad te schande had gemaakt, maar “als een slaapwandelaar in het mes van de vijand was gelopen”. Daarop verschijnt de godin Athene hem in een droom. Zij belooft Alcidas alsnog “een lang leven en een dood vrij van schaamte”. Of dat ook werkelijk zo zal zijn, maakt de verrassende plot van 'Het schild' verpletterend duidelijk.
Het mooiste verhaal uit het boek heet, net als de bundel, 'Het pak van Kleindienst'. Een duiker geeft zich uit overtuiging over aan “de lange, rustgevende deining van de onderstromen die aangenaam slaperig maken”. Opnieuw gaat iemand op zoek naar een surrealistische droomwereld, waarin hij zich - in tegenstelling tot de aardse - wel thuis kan voelen. De duiker is slechts in zijn element als hij in zijn ouderwetse duikpak, ooit ontworpen door een zekere Gotthelf Kleindienst, over de bodem van kanalen, rivieren en grachten kan lopen. Het pak van Kleindienst stelt hem in staat, door de speciale luchtgenerator, dagen achtereen onder water te verblijven. Op de schaarse momenten dat hij boven water moet komen om zijn luchtfilters te zuiveren, wordt hij bedreigd door mensen die zijn gedrag niet kunnen begrijpen. Steeds langer blijft hij onder water. Maar zelfs in een Kleindienstpak raakt de lucht eens uitgeput. . .
Met Schröders buitenissige personages loopt het niet goed af. Hoe sterk hun verlangen naar het Andere ook is, zij blijven vastgeklonken aan de wetten van het leven. Ook in de laatste twee verhalen van de bundel voltrekt zich dit ijzeren procédé. Zo speurt ene Oudeis, in het verhaal met de veelzeggende titel 'In Arcadië', als radarwaarnemer zijn scherm af naar leven buiten onze planeet. “Bijna tegelijkertijd dacht hij dat op dezelfde manier ook zijn gedachten moesten oplichten als ze in het geruisloze landschap werden aangeraakt door de wijzer van zijn aandacht, maar het weinige dat zich daar bewoog, hield zich aan gebaande paden, zodat Oudeis er nooit meer over had nagedacht.” Zoals de hemelspeurder Oudeis nimmer aan zijn saaie, aardse bestaan zal kunnen ontsnappen, zo kan de slaaf Adrastus in het laatste verhaal, dat in het klassieke Rome speelt, nooit werkelijk vrij zijn. Ondanks deze onverbiddelijke moraal, die de personages beheerst, hadden de vijf verhalen op mij een bevrijdende werking. Allard Schröder schrijft namelijk zelf op de scherpe grens van zijn verbeelding, en biedt zo een even magisch als realistisch uitzicht op het tussengebied waarin zijn personages zich bevinden.
In zijn pogingen via de literatuur door te dringen in het Onbekende, in het schimmenrijk, bevindt Schröder zich in goed literair gezelschap. Het meest nog deed het thema van zijn proza - dat zich overigens ook al in 'Raaf', zijn vorige roman, openbaarde - mij denken aan de poëzie van Gerrit Achterberg, die in zijn gedichten, op zoek naar zijn gestorven geliefde, eveneens de strenge grenzen van de dood overschreed.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.