recensie 'Kunstopdrachten van de Rijksgebouwendienst na 1945', Uitgeverij 010, Rotterdam; tekst Wilma Jansen; 196 blz., rijk geïll., - f 85.
Het is in de afgelopen vijftig jaar een belangrijke regeling gebleken om kunst in de openbare ruimte te integreren - nog los van het feit dat de opdrachten - regeling een aardige bron van inkomsten voor Nederlandse kunstenaars is.
De stad als openbaar museum voor eigentijdse kunst werd met de regeling een feit, zodat we verlost werden van alleen maar helden op sokkels en paarden in de straat. Enig overzicht over de gerealiseerde projecten ontbrak echter, want Nederland is groot en het aantal werken talrijk. Wilma Jansen kreeg de opdracht een inventarisatie te maken en de neerslag daarvan is in 'Kunstopdrachten van de Rijksgebouwendienst na 1945', terug te vinden. Het is een publikatie met meerdere gezichten.
In zeven hoofdstukken wordt ingegaan op de geschiedenis en het wel en wee van de regeling, alle kunstwerken zijn met naam, toenaam en lokatie in een chronologische lijst opgenomen (waarvan een aantal ook is afgebeeld) en tien projecten zijn eruit gelicht en nader beschreven en geïllustreerd. In totaal zijn er 1971 werken gerealiseerd sinds 1939 (in het gebouw voor de Hoge Raad in Den Haag werd voor het eerst op serieuze schaal kunst in een overheidsgebouw toegepast).
Na 1970 heeft het Rijk 58,9 miljoen gulden uitgegeven aan kunst in zijn gebouwen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.