*

 

Waar de meeste geest is, is de minste liefde

JAN DEN BOER − 10/02/98, 00:00

recensie “Ik ben bang, Aurelius. Ik ben bang voor wat de mannen van de kerk met vrouwen als ik kunnen doen. Niet omdat we vrouwen zijn - als de vrouwen die God heeft geschapen - maar vooral omdat we jullie mannen verleiden.”

Hiermee verwoordt de concubine van Aurelius Augustinus (354-430) haar gevoelens tegenover deze kerkvader, die zo'n grote invloed gehad heeft op de christelijke leer. Zij doet dit in de Codex Floriae, een manuscript dat de Noorse schrijver Jostein Gaarder (bekend van de bestseller 'De wereld van Sofie') tijdens een bezoek aan Zuid-Amerika op een boekenbeurs gevonden zegt te hebben.

De Codex Floriae is de brief van een verlaten vrouw, Floria Aemilia. Verlaten omwille van hogere, Goddelijke beginselen, waarvan de 'onthouding' het centrale thema is in dit boek. Onthouding is de kern van de worsteling van Augustinus, opgetekend in zijn 'Belijdenissen'. Een worsteling met de lustgevoelens die zijn leven beheersen: “Ik was in de eerste plaats slaaf van mijn lusten”, schrijft hij in boek VI van de Belijdenissen.

Daarom beschrijft Augustinus de relatie met zijn concubine in zijn belijdenissen als een zondige relatie, en is zijn bekering een afkering van die zonde en een toekeren naar God. Dit toekeren naar God kan volgens hem alleen door alle lichamelijke genietingen af te zweren. Niet alleen de seksuele lust, uiteindelijk ook de lust van het eten, het kijken, het luisteren, zelfs de begeerte om te weten (Belijdenissen, boek X). Daarmee hoopt hij zijn ziel te bevrijden om zo na dit leven vrede te kunnen vinden. Om zijn ziel te kunnen bevrijden heeft hij Floria verlaten, daarmee denkt hij dichter bij God te komen. Floria heeft daar echter veel vragen bij: “Is je geliefde verlaten vanwege de bevrijding van je ziel eigenlijk niet de ergste vorm van ontrouw?” Die ontrouw betrof niet een andere vrouw, maar een filosofisch principe: de onthouding. Om dat te kunnen begrijpen, is Floria filosofie gaan studeren. Want die filosofische rivaal was niet alleen haar rivaal, ze 'was de rivale van alle vrouwen, ze was de doodsengel van de liefde'. Wat dat betekent wordt bij de lezing van deze Codex steeds duidelijker. De op Plato gebaseerde filosofie die een scheiding maakt tussen ziel en stoffelijke wereld, leidt bij Augustinus tot een verachting van die stoffelijke wereld en zo tot een eenzijdige, liefdeloze geestelijkheid, waarin uiteindelijk de dood wordt gezien als verlossing van het lijden aan de begeerte. Floria constateert terecht dat Augustinus daarmee ook alle mooie dingen van de schepping Gods afwijst en ze kan nauwelijks geloven dat dit de bedoeling van God geweest is. Sterker nog, ze vraagt zich af of dit uiteindelijk niet veel zondiger is dan de lustbeleving, en Augustinus in al zijn hoogmoed misschien juist een groot zondaar was?

Die hoogmoed ontstaat wanneer het denken, de filosofie en de theologie, harde scheidingen aanbrengt waar alleen denkbare, talige onderscheidingen zijn. Het onderscheid tussen geest en lichaam is te maken, maar niet zo absoluut als Agustinus doet. Floria laat ons in haar brief aan Augustinus zien wat het risico van een dergelijke eenzijdige geestelijke ontwikkeling is. Ze haalt het tiende boek van zijn Belijdenissen aan, waarin hij, op latere leeftijd, God smeekt om hem te verlossen van de schandelijke ontucht die hij in zijn slaap en dromen bedrijft. Juist door te proberen een absolute scheiding te maken tussen lichaam en geest, blijft hij zijn hele leven de strijd voeren. Floria haalt Horatius aan om aan te geven wat hier gebeurt: “Als mensen een fout willen vermijden, doen ze meestal het tegenovergestelde.”

Augustinus schrijft in boek VIII van zijn Belijdenissen: “Zo waren er twee willen in mij die elkaar bestreden, een oude en een nieuwe, de ene van vlees, de andere van geest. En door hun strijd veroorzaakten ze een scheuring in mijn ziel.”

Augustinus wil door de geest de fout van het vlees vermijden, maar beseft heel goed dat hij hiermee zijn ziel verscheurt. Hij heeft wel een filosofische/theologische notie hoe hij dit op moet lossen: door de liefde. Hij maakt van die liefde echter een abstract geestelijk begrip dat hij op het hiernamaals projecteert. Floria laat in haar Codex zien, dat die liefde ons juist door God gegeven is om ook hier op aarde al een vrede in verbondenheid te kunnen vinden. In de verbondenheid tussen man en vrouw kan ook vlees en geest in liefde verbonden worden. Ze geeft aan, dat de basis daarvan ook in de bijbel te vinden is. Paulus geeft in I Korinthe 7 aan dat man en vrouw een lichaam zijn en zich steeds aan elkaar moeten geven (. . .) aangezien ze niet in onthouding kunnen leven.

Die basis van de verbondenheid in de liefde tussen man en vrouw heeft Augustinus misschien niet ervaren tussen zijn ouders en daarom nooit gekend. Floria vertelt niets over de vader van Augustinus. De moeder van Augustinus, Monica, speelt echter juist een overheersende rol. Floria citeert regelmatig uit de Belijdenissen om te laten zien dat Augustinus een bijzondere relatie met zijn moeder had, die volgens Floria sterk doet denken aan de mythe van Oedipus. Het is ook de moeder van Augustinus die Floria wegstuurt ten behoeve van een 'echt huwelijk'. Floria ziet hoe jaloers Monica op haar is en in de Belijdenissen is ook te lezen hoe sterk de band tussen Augustinus en zijn moeder geweest is. Over zijn verdriet toen zij stierf schreef hij: “Het was alsof mijn leven in stukken werd gescheurd. Want haar leven en dat van mij was een geworden.”

Floria schrijft daarop: “Aurelius toch. Ken jij geen schaamte? Ben je Oedipus en Jocaste vergeten? Goed, hij stak zich de ogen uit en jij wenste dat je je gecastreerd had, misschien komt dat op hetzelfde neer. Dichterlijke vrijheid, Aurelius.”

Dit boek van Gaarder maakt duidelijk hoe de individuele strijd van Augustinus geworteld is in zijn verhouding met zijn moeder en met de platoonse filosofie. De grote invloed van zijn Belijdenissen laat zien, hoe zijn verhaal aansluit bij een strijd die andere mannen voerden met hun lustgevoel. De theologische scheiding die zo ontstond tussen ziel en lichaam heeft volgens Floria grote schade aangericht aan de liefde tussen mensen en de liefdevolle verbondenheid die een individu met zichzelf kan beleven. Daarmee is dit boek een aanklacht tegen deze mannen en hun kerk. Floria schrijft dan ook: “Misschien is deze brief wel aan de hele christelijke kerk gericht.” Ze bidt dan ook dat “de mannen van de kerk ook de stem van een vrouw kunnen horen”.

Dit gebed verdient het verhoord te worden. Sterker nog, ik zou dit boek tot verplichte stof willen verklaren voor alle geestelijken. In deze Codex gebeurt namelijk het omgekeerde van de theologische, onnatuurlijke scheiding tussen geest en lichaam. Dit boek is in zichzelf al een verbinding tussen geest en lichaam, tussen denken, voelen en lust. Zo leest het ook: het is een genot om te lezen, heeft een hoog gehalte aan geestelijk voedsel en roept veel emoties op.

De angst van Floria voor de mannen van de kerk wordt voelbaar, wanneer het werk van Augustinus vanuit haar perspectief gelezen wordt. Dit boek maakt ook boos, boos op al die 'religieuze' mannen die hun eigen probleem met seksuele lust projecteerden op de vrouw als verleidster en die daarom aan anderen regels oplegden waar ze zelf zoveel moeite mee hadden. Terwijl, zoals Floria betoogt, het ook mogelijk is om lichaam en geest in liefde te verenigen: de weg van het hart. Wanneer we beseffen, dat deze weg van het hart, ook wel gnosis genoemd, in de kerk altijd een sterk - en soms bloedig - onderdrukte onderstroom geweest is, dan zien we hoe groot de invloed van de 'geestelijke' mannen in de kerk geweest is.

Augustinus kon geen vrede vinden in de zinnelijke complexiteit van het leven in het hier en nu, in dit korte leven (Vita Brevis). Daarom richtte hij zich op het bestaan na de dood. Floria roept ons weer terug naar het hier en nu.

Het is dit conflict tussen denkwerelden, dat Jostein Gaarder inspireerde tot het schrijven van dit boek. Want zijn in het voorwoord gebruikte smoes, dat het Vaticaan zijn in Zuid-Amerika gevonden exemplaar van de Codex Floriae zoekgemaakt heeft, is natuurlijk doorzichtig. Deze Codex is ook in andere zin een exemplaar van deze tijd. Het 'leven in het hier en nu' van Floria is typisch iets hedendaags, evenals de kritiek op de filosofie en theologie als een doolhof van de geest waarin weinig liefde mogelijk is. Gaarder laat met dit boek duidelijk de gevaren zien van eenzijdige geestelijkheid, en kiest daarom zelf ook terecht voor de literaire vorm, waarin zoveel meer emotie, liefde en mededogen mogelijk is.

mailIcon print |