*

 

Leonard Nolens offert aan twee veeleisende goden

PETER DE BOER − 28/11/97, 00:00

recensie 'De liefdesgedichten' van Leonard Nolens, in rood linnen gebonden en mooi getypografeerd, is een hebbeding dat de poëzieliefhebber zich niet mag laten ontgaan. Nolens is een pessimist die tegen de stroom der ontgoocheling in hardnekkig trouw blijft aan zijn dubbele liefde: voor de vrouw en voor de poëzie. Die bigamie levert verscheurde gedichten op waarin de minnaar en de kluizenaar-dichter in hem als het ware met de rug naar elkaar toe een tandem vormen.

'Hoe ver mag ik gaan, hoe ver in alleen zijn, hoe diep, / En zonder dat ik straks uit haar gezicht verdwijn?' zo klinkt het vertwijfeld in het gedicht met de ironische titel 'Dichterlijke vrijheid'. Zelfs in een liefdesgedicht lijkt de vereniging van absolute liefde en absoluut dichterschap een onmogelijkheid: 'Ik ben schuldig omdat jij je niet herkent / In jou, het beeld dat ik van jou gesneden heb'.

Nolens offert aan twee goden die ieder voor zich van hem de totale overgave verlangen. Tegenover dat zelfgecreërde dubbelmonster kan hij alleen maar falen. Zelfhaat, schuldgevoel en somberheid geven de toon aan. Hij is 'De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen / Met liefdesgedichten'. Dat neemt niet weg dat zijn zwijgend blaffen vaak prachtig klinkt: .

Ik ben met haar alleen. Alleen met haar kom ik De jaren afgewandeld want haar naam wijst me de weg En in haar blik zie ik mijn blinde tijd weerspiegeld. Ze ligt er naakt en wit, een ademende steen Waaraan ik heel mijn bot bestaan geslepen heb En slijp, ook als ik slaap en roepend van haar droom.

Er zijn maar weinig dichters die zo illusieloos vasthouden aan de ultieme illusie als Nolens. Zijn gedichten gaan over menselijk falen, maar het is een falen op hoog niveau. Je moet een beetje voor zijn zwartgalligheid en pathos in de stemming zijn om van deze poëzie te kunnen genieten. Maar dan is ook bijna ieder gedicht raak.

mailIcon print |