recensie Van het proefschrift verschijnt een handelseditie: Geraldine W. van Rijn-Van Tongeren, Metaphors in medical texts. Editions Rodopi B.V., Amsterdam; 186 blz. - ¿ 63,50.
In 'Metaforen in medische teksten', het proefschrift waarop zij vrijdag aan de Universiteit Utrecht promoveert, geeft Van Rijn een voorbeeld. Borstkanker zaait uit naar de lymfeklieren, en vandaaruit naar verder weg gelegen organen, luidde ooit de theorie. Je moet er op tijd bij zijn en de lymfeklieren verwijderen, was de therapie van de Amerikaanse chirurg William S. Halsted (1852-1922) die veel navolging zou krijgen.
Tegenwoordig weten we dat het beeld van borstkanker als een proces van goed te onderscheiden, opeenvolgende stappen doorgaans niet klopt. Borstkanker zaait uit via de lymfeklieren maar óók via de bloedvaten; bij de ontdekking van het eerste gezwel onder de oksel, zitten veel kleinere gezwellen al overal in het lichaam. Een dergelijk beeld leidt tot een geheel andere behandeling. Het inzicht in het ziekteproces verbeterde, zou een medicus zeggen. Klopt, beaamt Van Rijn, maar daarvoor was wel een verandering van de metafoor nodig.
Cellen hebben een levensduur, las de taalkundige in een medisch-wetenschappelijke tekst. Cellen worden geboren. Cellen sterven. De onderzoekster analyseerde 33 van zulke teksten op het gebruik van metaforen. Cellen functioneren volwassen, kwam ze ergens tegen. Cellen worden ouder, hebben een lot. En cellen kunnen overleven, dochtercellen krijgen. Cellen zijn menselijke wezens, vat ze in haar proefschrift samen.
Metaforen zijn iets alledaags, zegt Van Rijn. We spreken, wat heet, we denken erin. Je kunt haast niks zeggen zonder een metafoor te gebruiken. Met een metafoor druk je het ene in het andere uit: liefde is een ontdekkingsreis. Of: tijd is geld.
Zo'n metafoor staat vaak aan de basis van een gehele serie die op hetzelfde thema voortborduurt: je moet zuinig zijn met je tijd; toen ik ziek was, verloor ik veel tijd; hoe besteed jij je tijd tegenwoordig. . . Zo ook in de medische wetenschap, met dit verschil dat we ons bij liefde en tijd nog wel een voorstelling kunnen maken, maar bij cellen eigenlijk niet.
Voor veel medische onderzoekers is de metafoor iets uit de poëzie of retorica. Ten onrechte, aldus Van Rijn. Juíst in de wetenschap blijkt dat de werkelijkheid zich niet letterlijk, precies en ondubbelzinnig laat beschrijven. Vorsend aan de grenzen van wat we weten benut de onderzoeker metaforen om het onbekende voorstelbaar te maken.
Cellen zijn menselijke wezens. Zo'n beeld heeft de onderzoeker nodig. Met een metafoor tracht hij zichzelf een voorstelling te maken van wat hij eigenlijk bestudeert. Zichzelf én anderen: metaforen vergemakkelijken ook de communicatie met collega's.
Van Rijn concentreerde zich bij haar onderzoek op kanker. 26 van de 33 door haar bestudeerde teksten, meest hoofdstukken uit specialistische handboeken, behandelden deze ziekte.
Dat was een bewuste keuze. Kanker is een 'brede' aandoening, zij kan overal in het lichaam voorkomen. Door juist oncologische teksten te kiezen, zou Van Rijn indirect een groot deel van de geneeskunde bestrijken. En kanker gaat 'diep'; oncologen bestuderen tegenwoordig vooral cellen, celkernen en de inhoud daarvan: het DNA. Zij zijn zeer actief aan het front van de medische wetenschap van vandaag: in de genetica.
Een genoom is een tekst, is de metafoor die dáár aan de basis van talrijke andere staat, constateert de onderzoekster welhaast ten overvloede. Cellen zijn menselijke wezens blijkt het vertrekpunt voor veel metaforen bij kanker: Cellen zijn menselijke wezens die in een maatschappij leven, die zich onafhankelijk en autonoom gedragen. Tumorcellen vallen binnen, koloniseren. Tumorcellen zijn vijanden.
Kanker is, kortom, oorlog.
Tumorcellen vallen binnen, koloniseren: we zijn terug bij het borstkanker-voorbeeld. Het was deze metafoor van een ordelijke, overzichtelijke veldtocht die Halsted hanteerde. Tegenwoordig spreken oncologen bij borstkanker in andere termen: tumorcellen ontsnappen aan het eerste gezwel en dringen de bloed- en/of lymfevaten binnen.
Je kunt niet zeggen dat Halsted het 'fout' zag, zegt Van Rijn. De therapie die hij voorstelde klopte binnen de metafoor van dat moment. Wat het voorbeeld demonstreert, is dat voor de ontwikkeling van nieuwe, betere behandelmethoden soms geheel nieuwe metaforen nodig zijn.
Medische wetenschappers zouden zich niet alleen moeten realiseren dat ze metaforen gebruiken, maar ook dat het 'slechts' metaforen zijn: ze geven een beeld van de werkelijkheid, ze beschrijven niet de werkelijkheid zelf. En dus zullen metaforen altijd zaken overbelichten of, andersom, aan het oog onttrekken.
Zo'n besef zou kunnen aansporen tot een gezonde relativering van bestaande opvattingen, zegt Van Rijn, die nog wel een stapje verder durft te gaan. Analyse van de bestaande metaforen zou kunnen leiden tot nieuwe, en zo, langs taalkúndige weg, tot nieuwe médische theorieën.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.