recensie Het is ineens een populaire vraag: wie was erger, Hitler of Stalin? In Frankrijk verscheen een zwartboek over het sovjetcommunisme, dat het aantal slachtoffers van Stalin becijferde op minimaal vijfentachtig miljoen, aanzienlijk meer dan de score van Hitler. Zo'n cijfer leidt tot interessante maar ook navrante disputen. Is een doelgerichte rassenmoord als die door Hitler niet tòch misdadiger dan een bloedig politiek schrikbewind als dat van Stalin?
Boeiende vraag, maar wel erg academisch. En verhullend. Wat daarbij onder meer uit het zicht verdwijnt is hoe, en hoe diep, de regimes van Hitler en Stalin doordrongen in het leven van alledag. De angst die ze zaaiden, de ontwrichting die ze teweegbrachten in de gezinnen van gewone burgers, de verkramptheid die in het alledaagse leven sloop. Was het ene regime daarin weerzinwekkender dan het andere?
En hoe slaagden mensen erin, ondanks het voortdurende gevaar om tussen de raderen van de terreur te geraken, hun leven in te richten, hoop en verwachtingen te koesteren, relaties aan te gaan, te genieten van de schaarse momenten van liefde en vriendschap te midden van vergiftigde menselijke betrekkingen?
Om daar zicht op te krijgen is meer verbeelding nodig dan historisch inzicht. Literaire verbeelding bijvoorbeeld. En dan bij voorkeur literaire verbeelding gevoed door persoonlijke ervaring.
Dat is precies wat Vasili Aksjonov in zijn 'Generaties van de winter' te bieden heeft. In dit monumentale, meer dan duizend pagina's omvattende epos volgt de schrijver de lotgevallen van één Moskouse familie vanaf het moment dat Stalin in 1925 aan de macht komt tot aan de dood van de rode tsaar, ruim een kwart eeuw later. De hoofdpersonen in dat epos, Nikita, Nina en Kirill Gradov, zijn van de generatie van Aksjonovs ouders; de kinderen van die Gradovs zijn van de generatie van de schrijver; en ook milieu en levenslopen van de Gradovs vertonen vele overeenkomsten met die van de Aksjonovs.
Aksjonovs ouders waren academici met een prominente rol in de communistische partij van Kazan. Toen hun zoon Vasili werd geboren, in 1932, startte Stalin zijn terreur tegen zijn eigen volk, de intellectuelen in het bijzonder. Ten tijde van de grote zuiveringen, 1936-1938, werd eerst Aksjonovs moeder en daarna zijn vader gearresteerd. Aksjonov groeide op bij een tante in Kazan en later bij zijn moeder in haar verbanningsoord Magadan, in het verre oosten van Siberië. In 1950 keerde hij terug naar Rusland, werd arts, en legde zich vervolgens in Moskou toe op het schrijven. Aksjonov is bij ons zo goed als onbekend. Eerder verschenen van hem een verhalenbundel en roman in vertaling. Ze bleven zo goed als onopgemerkt. Aksjonov heeft echter in de loop der jaren ongelooflijk veel geschreven. Hij bewoog zich daarbij altijd op de rand van wat mocht, zowel qua vorm als qua inhoud. Hij schreef veel over de lotgevallen van zijn generatie, die, gevrijwaard van de allerzwaarste repressie uit Stalins tijd, voorzichtig experimenteerde met nieuwe levensstijlen.
Toch had dat geëxperimenteer ook onder Brezjnev zijn grenzen. Toen het Aksjonov op den duur zo goed als onmogelijk werd gemaakt werk te publiceren, liet hij zich in 1980 door de autoriteiten naar het Westen wegwerken. Daar verscheen prompt wat tot nu toe zijn magnum opus was, 'Ozjog' (letterlijk: 'De brandwond', in de Engelse vertaling: 'The Burn'), een knap gecomponeerde generatiegeschiedenis die hij al in 1975 had voltooid.
Nu heeft Aksjonov een nieuw magnum opus geproduceerd, 'Moskovskaja saga', in het Nederlands ietwat ongelukkig 'Generaties van de winter' geheten, kennelijk naar de toch heel wat beter bekkende Engelse titel 'Winter's Heroes'.
Het boek speelt zich af in de betere milieus van Stalins Moskou. De vader van voornoemde kinderen Gradov, Boris Gradov, stamt uit een aloud geslacht van medici. Via hem maken we mee hoe het een alom gerespecteerde arts vergaat wanneer hij de trouw aan zijn vak hoger blijft stellen dan zijn trouw aan Stalin.
Het boek begint met de beroemde 'moord op de operatietafel' op generaal Froenze, in 1925 de hoogste baas van het Rode Leger. Boris Gradov slaagt er ternauwernood in medeplichtigheid aan dit door Stalin verordonneerde 'medische ongeluk' te ontlopen, maar weet zich de rest van zijn leven geplaagd door schuldgevoel.
Wat hem niet verhindert zich tot twee maal toe door Stalin te laten consulteren. De eerste keer vóór de oorlog, wanneer hij, in een hilarische scène, de grote baas van een ernstige constipatie afhelpt (“het lavement deed zijn werk, de verdediginglinies werden doorbroken, de muren van Babylon neergehaald, noem het zoals u wilt, maar niet de lozing van Stalins stront”).
De tweede keer is na de oorlog, wanneer de paranoïde Stalin zijn joodse lijfartsen laat opsluiten op verdenking van een complot tegen hem en hij andermaal een beroep doet op Gradov. Maar Gradov stelt een al even gewaagde diagnose als zijn joodse collega's: hij verbiedt Stalin verder te werken. Dat wordt Gradov door de patiënt zelve én door diens geheime dienst uiteraard niet in dank afgenomen. Wanneer Gradov kort daarna in het openbaar Stalins antisemitische campagnes veroordeelt, komt hem dat op een gevangenneming te staan, waaruit hij al weer kort daarna gered wordt door de dood van Stalin in 1953.
Die kortstondige gevangenschap levert overigens een van de mooiste hoofdstukken van het boek op. In stromend, haast surrealistisch proza beschrijft Aksjonov hoe de oude arts Gradov de martelgang van de verhoren doorstaat dankzij zijn specialistenkennis van de fenomenen pijn en verdoving, fenomenen die in die tekst uitgroeien tot groteske metaforen voor het hele leven onder Stalin.
Dat hoofdstuk past overigens in de verandering van stijl die gaandeweg in het boek valt waar te nemen. De beginhoofdstukken zijn geschreven in de traditionele, afstandelijke stijl van de klassieke historische roman. Later wordt de stijl sneller, directer, persoonlijker; de schrijver volgt de gedachten en gevoelens van de personages op de voet en van binnenuit. Die stijlverandering loopt parallel met het steeds dieper binnendringen van Stalins terreur in de familie Gradov. Was het gezinsleven in 1925 nog betrekkelijk idyllisch, daar in het mooie huis in het Zilveren Bos, de zuiveringen, de oorlog en de daarna weer oplevende terreur maken van het gezin een zwaar geteisterd bolwerk.
Aksjonov hanteert nog twee andere vormvondsten. Regelmatig last hij entr'actes in met opsommingen van krantencitaten. Een allesbehalve originele en ook niet geweldig goed uitgevoerde aanvulling op het verhaal. Een tweede frivoliteit zijn de hoofdstukjes waarin de schrijver de wereld vanuit een dier of plant - een uil, een hond, een kamermagnolia, een eekhoorn - bekijkt. Je moet ervan houden, ze hadden wat mij betreft achterwege mogen blijven. Ze zijn ook niet helder, maar dat kan heel goed ook aan de vertaling liggen.
In het hele boek rammelt het Nederlands vervaarlijk; verder is er een nogal willekeurig zooitje voetnoten aan toegevoegd; en de flaptekst staat vol flaters ('de hele sovjetperiode', 'een beeld van de Russische twintigste eeuw' - terwijl de roman niet meer dan achtentwintig jaar beslaat!). Al met al het zoveelste bewijs dat de boekverzorging in Nederland onrustbarend aan het verslonzen is. Maar dit terzijde.
Laten we ons tot het verhaal bepalen. Hoe slaan de kinderen van Boris Gradov, Nikita, Nina en Kirill, zich door terreur en oorlog heen? In de beschrijving van hun levenslopen is Aksjonov op z'n best, want op vertrouwd en beproefd terrein. Hij identificeert zich makkelijk met jonge mensen die voor levenskeuzen staan waarbij onstuimige harten en verwarde hoofden met elkaar in balans moeten worden gebracht.
Met jonge mannen lukt hem dat overigens beter dan met jonge vrouwen. Nina Gradov, die aanvankelijk de rol lijkt te krijgen die Natasja in Tolstojs 'Oorlog en vrede' speelt (een bruisende, intelligente, impulsieve hartenbreekster), blijft in de grondverf steken. De onstuimige dichteres, die nationale roem bereikt wanneer een niemendalletje van haar op muziek wordt gezet en een populaire hit aan het front wordt, verbleekt hoe langer hoe meer. Ook de partners van de mannelijke helden - het verwende nest Veronika en de slonzige, joodse partij-ideologe Tsilia - blijven in karikaturen steken, terwijl hun echtelieden - de militair Nikita en de filosofische dromer Kirill - voor beslissende wendingen en verdiepende overpeinzingen zorgen.
Zowel Nikita als Kirill belanden tijdens de zuiveringen in de kampen die Stalin voor de trotskistische oppositie had ingericht. Kirill verzoent zich min of meer met zijn vernederende sovjetlot en blijft in het dieptrieste ballingsoord Magadan wonen, waar hij zich tot het katholicisme wendt en tot in eeuwigen dage met zijn orthodox-marxistische echtgenote Tsilia blijft kibbelen.
Beslissender voor het verhaal zijn de lotgevallen van Nikita, die door Stalin uit het kamp wordt gehaald om zijn militaire kunde in te zetten tegen Hitler. Hij brengt het - puur uit liefde voor zijn vak en niet voor Stalin - tot generaal en boekt belangrijke successen. Tot een kamikaze-actie van terugtrekkende Duitse soldaten hem zijn leven kost. De voormalige trotskist wordt met de grootste militaire eer begraven en zijn roem verlicht het lot van zijn familieleden.
Met name dat van zijn zoon Boris (genoemd 'de Vierde', om hem van grootvader 'Boris de Derde' te onderscheiden). De jonge Boris groeit uit tot de hoofdpersoon van het laatste deel van de roman, en tevens tot het meest geslaagde personage, wellicht omdat hij qua leeftijd het dichtst bij de schrijver staat.
Deze 'zoon van een Held van de SovjetUnie' verwerft al snel het lidmaatschap van de jeunesse dorée van Stalin. Als knaap doet hij gevaarlijk werk achter de Duitse linies, na de oorlog wordt hij sportheld, wat hem de nodige emolumenten oplevert, en de nodige vrouwen. Ondertussen studeert hij, de familietraditie getrouw, medicijnen.
Via Boris voert Aksjonov ons mee naar een milieu dat hij zelf gekend moet hebben: dat van de jonge communistische elite. Er zijn speciale uitgaansgelegenheden, er is jazz, er zijn vrouwen, de kleding kent strenge modes, en er wordt druk gedronken, gesnoven en geneukt. Er zijn ook veel mannelijke rivaliteiten - om vrouwen, maar ook om de sportclub. Boris laat zich overhalen om zijn legerclub Rode Ster te verruilen voor Dynamo, de club van de zoon van Stalin. Nee, niet Spartak, want dat is het speeltje van Beria, tweede man achter Stalin.
Lavrenti Beria, 'het monster van Stalin' -hij duikt al vroeg in de roman als personage op. Hij is het toonbeeld van de wrede, verbeten, perverse carrièrist. Aan het slot van de roman is zijn rol cruciaal. Het is begin jaren vijftig. Beria heeft de gewoonte in een geblindeerde auto door de stad te 'cruisen', jonge tot heel jonge meisjes te 'spotten', ze door zijn adjudanten in een meerijdende limousine te laten meevoeren, en ze thuis, al dan niet in bedwelmde staat, uitvoerig te misbruiken.
Ongelukkigerwijs schaakt hij op een dag Jolka, dochter van Nina, nicht van Boris. De Gradovs zijn in rep en roer, Boris de Vierde pleegt een mislukte aanslag op Beria, Boris de Derde gaat op hoog niveau verhaal halen, Stalin grijpt persoonlijk in en Beria krijgt een douw.
Denk nu niet dat de fantasie hier met Aksjonov op de loop gaat. Hij mag dan een rijke seksuele verbeelding hebben - het boek is overvloedig gelardeerd met vrijscènes -, voormelde geschiedenis met Beria berust op waarheid. Toen drie maanden na Stalins dood Beria door Chroesjtsjov en de zijnen werd ingerekend, betrof een van de punten van de aanklacht Beria's meisjesschennerij. Maar dat punt was niet echt nodig om hem de doodstraf te geven en het vonnis onmiddellijk na de rechtszitting te voltrekken.
Die afloop staat niet vermeld in 'Generaties van de winter'. (Ook niet in een van de voetnoten.) Het gaat Aksjonov - terecht - niet om historische volledigheid. Het gaat hem erom hoe jonge, hartstochtelijke mensen levenskeuzen maken in een wereld waarin die keuzen radicaal zijn ingeperkt en overal de gevaren loeren van verraad, arrestatie, marteling en moord. Daarin slaagt de schrijver, en daarin schuilt de verdienste van dit breedvoerige epos. Maar om nu, zoals sommigen doen, 'Generaties van de winter' de 'Oorlog en vrede' van de twintigste eeuw te noemen, nou nee.
Een erg indringend beeld van de ontwrichting van het dagelijks leven onder Stalin biedt de roman ons niet. We vangen hooguit een glimp op van de twijfels en angsten die een bepaalde, niet-politieke elite in de Sovjet-Unie ondervond. Het zijn de twijfels en angsten van het milieu waaruit de schrijver zelf stamt. Die zijn op zich interessant. Maar niet meeslepend genoeg om na te kunnen voelen hoe het leven in Stalins Rusland was. En in dit geval ook niet boeiend genoeg om te resulteren in een geweldig goed boek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.