*

 

Van Hermans zelf had het allemaal niet gehoeven

ONNO BLOM − 10/01/97, 00:00

recensie Rob Delvigne en Frans A. Janssen: Schrijven is verbluffen. Thomas Rap, Amsterdam; 219 blz. - f 35.

Dat schreef Willem Frederik Hermans in 1972 in het voorwoord bij de bibliografie van zijn werk die Rob Delvigne en Frans Janssen hadden samengesteld. 'Schrijven is verbluffen' is hun, door Hermans' dood noodzakelijk gemaakte, definitieve bibliografie.

Is dat reden tot juichen of huilen? Hermans verzuchtte in 1972 “doodmoe te worden bij de gedachte dat deze of gene schriftgeleerde gewichtige, maar foute exegeses zal weten te distilleren uit een terecht vergeten verhaaltje”.

Deze stelling van Hermans heeft, zoals bijna alles wat hij beweerde, een serieuze en een komische kant. Hermans was er serieus van overtuigd dat de sleutel tot zijn werk niet moest worden gezocht in eerdere versies of in achteraf gepubliceerde jeugdzondes. Hij verbeterde steeds in nieuwe drukken van zijn romans en verhalen en hoopte eigenlijk dat daarna de vorige drukken tot stof uiteen zouden vallen. Komisch is, dat Hermans opzettelijk geheel voorbijging aan het belang dat dit keurige en precieze werk wel degelijk heeft. Je kunt er gemakkelijk iets in opzoeken en het wijst je op de verschillende varianten van stukken of op een vergeten publicatie. De bibliografie kan zo uitstekend als basis voor verder onderzoek dienen.

Een steekproef leerde mij bovendien dat deze definitieve druk van Delvigne & Janssen waarschijnlijk compleet is. Ik kon zo snel niets vinden dat in hun boek ontbrak. Er is eigenlijk maar één nadeel. Ik kreeg, naar aanleiding van al die reeksen artikelen, romans en ingezonden brieven, een onstilbare honger naar de publicatie van Hermans die ik nu juist niet zelf binnen handbereik had.

mailIcon print |