recensie Nick Hornby: High Fidelity. Vert. Anneke Goddijn. Atlas, Amsterdam; 255 blz. - ¿ 39,90.
Op de vele klantloze momenten stelt hij met zijn maten Barry en Dick voortdurend 'top-vijfs' op - van gitaarsolo's, platen van blinde musici, dansnummers en films met Dustin Hoffman. Nu zijn vriendin Laura hem verlaten heeft piekert hij over de top-vijf van vriendinnen die hem het meeste hartzeer bezorgd hebben, en probeert erachter te komen waarom ze hem hebben laten zitten. In de crisis die volgt op Laura's vertrek zwelgt Rob tegenover anderen in irritant zelfmedelijden, maar in zijn bekentenissen aan de lezer legt hij zichzelf met zwartgallige humor streng op de pijnbank. Is zijn trouw aan de muziek, zijn leren jasje, de afwijzing van een carrière een teken van integriteit, of is hij gewoon bang volwassen verantwoordelijkheden te dragen? Kan hij de vrijheid van weer opnieuw ongebonden te zijn wel aan?
'High fidelity' is een jaren negentig-variant van de vraag hoe te leven als je je afkeert van het saaie maar veilige conformisme van huisje-boompje-beestje. Rob is, naar eigen zeggen, 'een godvergeten klootzak', maar zijn dilemma's zijn die van iemand die weigert zich met makkelijke antwoorden tevreden te stellen, en dat is een verzachtende omstandigheid.
Hornby's roman is geen groots literair werk, en heeft die pretentie ook niet, maar is wel een pittig en vlot weglezend verhaal over de onzekerheden van een hedendaagse dertiger die zich realiseert dat zijn leven inmiddels half voorbij is. Door de vele verwijzingen naar songs, artiesten, en platen heeft de roman voor liefhebbers van alle soorten muziek (behalve klassiek en rap) ongetwijfeld nog extra aantrekkingskracht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.